Asielzoekers

In NRC Handelsblad van 22 oktober wijt Michel van Hulten de aanzwellende stroom asielzoekers naar het Noorden aan het toenemend verschil in rijkdom met de herkomstgebieden in het Zuiden. Deze redenering impliceert dat de toestroom van asielzoekers op twee manieren in te perken is: het Noorden levert (een beetje) rijkdom in en/of het Zuiden wordt minder arm.

De wereld is inderdaad rijk aan economische vluchtelingen.In veel gebieden in het Zuiden pakken leden van de middenklasse hun koffers. Het is echter onwaarschijnlijk dat die beslissing zo sterk samenhangt met het welvaartspeil in het Noorden als Van Hulten suggereert. Huis en haard verlaten, de culturele omgeving en sociale netwerken de rug toekeren, en de hoge reiskosten en, soms malafide mensenhandelaren trotseren - het zijn overwegingen die veel sterker worden beinvloed door de ontwikkelingen thuis dan door de situatie in landen in het Noorden. De migratie van asielzoekers komt niet zozeer op gang omdat wij hier rijker worden, maar omdat zij daar armer worden.

De meesten vertrekken pas als hun materiele bestaansvoorwaarden beneden een (voor hen) kritieke grens dreigen te dalen. Als rijke landen in het Noorden de toestroom van asielzoekers willen verminderen kunnen zij hun energie beter steken in preventie dan in het inleveren van rijkdom. Het indammen van de mobiliteit van mensen hangt samen met de bereidheid de mondiale mobiliteit van kapitaal aan banden te leggen.