Van der Reijden pareert felle kritiek

Ver na middernacht zei Joop van der Reijden dat hij het “een niet echt vervelende avond' had gevonden. De oud-staatssecretaris pareerde bij de algemene ledenvergadering van de nationale sportkoepel NOC*NSF op gewiekste wijze een paar grote aanvallen op zijn persoon en uiteindelijk werd het door hem voorgedragen bestuur bij acclamatie gekozen. Van der Reijden zelf blijft in ieder geval nog een half jaar interim-voorzitter. Om, zoals hij het zegt, het nieuwe bestuur “te smeden'.

Met een voldane blik zag Van der Reijden aan het einde van de vergadering hoe de nieuwe bestuurders achter de tafel plaatsnamen en zichzelf voorstelden. “Dat waren ze, onze nieuwe zwaargewichten' besloot de interim-voorzitter de bijeenkomst. De bestuurders - alleen Wim Cornelis ontbrak - zeiden allen veel zin in hun nieuwe taak te hebben maar Ruud Vreeman, de burgemeester van Zaanstad en waarnemend voorzitter van de PvdA, vond het “zeker niet een van de leukste avonden van mijn leven'. Daar dacht Van der Reijden anders over. “Ik hou wel van een beetje tegenstand. Dan heb je het gevoel dat je er wat voor hebt moeten doen.'

Van der Reijden werd gisteravond op Papendal vooral aangevallen omdat hij nog geen nieuwe voorzitter voor NOC*NSF heeft gevonden. Dat was zijn belangrijkste opdracht toen hij in maart voor een half jaar werd aangesteld als interim-opvolger van de afgetreden voorzitter Wouter Huibregtsen. Uiteindelijk kwam Van der Reijden wel met een lijvig rapport over de misstanden binnen de organisatie van de sportkoepel en met een kandidaat-bestuur op de proppen. Maar een nieuwe voorzitter had hij niet gevonden.

Van der Reijden legde gisteren uit dat goede voorzitters schaars zijn en dat hij “een schaap met vijf poten' zoekt. Hij heeft een man op het oog, maar weigerde diens naam te noemen. Van der Reijden voerde met hem al twee gesprekken die “hoopvol' waren. De kandidaat-voorzitter van Van der Reijden is pas eind volgend jaar beschikbaar. Maar dat, reageerde Van der Reijden snel, hoeft niet te betekenen dat hij zelf tot die tijd aanblijft. Desnoods moet er binnen het nieuwe bestuur een tijdelijke voorzitter worden gevonden.

De vergadering nam genoegen met de uitleg over de zoektocht naar een nieuwe voorzitter.

Riens Meijer, het enige bestuurslid dat niet vrijwillig plaats had willen maken, deed in zijn betoog een beroep op Van der Reijden om onmiddellijk terug te treden. “Laat hem bewijzen dat het om de sport en de toekomst gaat en niet om hemzelf.' Volgens Meijer is Van der Reijden niet de geschikte persoon om NOC*NSF aan te voeren. “Het gaat bij hem meer over de structuur van de sport dan over de inhoud. Als de ledenvergadering niet ingrijpt, bouwt de interim-voorzitter zijn machtspositie nog verder uit.'

De opmerkingen van Meijer leverden geen reacties uit de zaal op. Van het oude bestuur achter de tafel bracht alleen Gerrit de Boer de handen op elkaar. Meijer zou volgens de agenda ontslagen moeten worden, maar het bestuurslid hield de eer aan zichzelf door zijn functie alsnog beschikbaar te stellen.

Aan het begin van de avond was de voorzitter van de atletiekunie (KNAU), Piet van der Molen nog zeer fel van leer getrokken tegen Van der Reijden. Hij noemde het rapport van de interim-voorzitter van “een bedenkelijk laag niveau' en had een groot aantal vragen over de handelwijze van Van der Reijden. Van der Molen noemde de oud-staatssecretaris onder meer “een muis die op een molshoop zit en die op de Matterhorn wil doen lijken door alles eromheen af te graven'. Van der Reijden reageerde fel. “Blijft u gerust staan', snauwde hij tegen Van der Molen. “Dan bent u groter dan als u zit.' Na de vergadering toonde de voorzitter spijt. “Ik liet me verleiden. Maar het was ook niet niets. Je mag best een plasje tegen mijn broek doen, maar me niet meteen kleddernat maken.'

Van der Molen kreeg overigens amper steun. Dat kwam mede omdat Van der Reijden weigerde meteen antwoord te geven op de vragen van de KNAU-voorzitter.

Dat zou allemaal later in de vergadering wel komen. Van der Molen hield zich echter verder gedeisd en niemand nam de oppositie van hem over. Met weinig moeite loodste Van der Reijden zijn plannen door de vergadering.

Dat Van der Reijden er weinig voor voelt zijn voorganger Huibregtsen tot erevoorzitter te benoemen, leverde ook weinig protest op. Bij de vorige vergadering ontlokte dat idee nog een daverend applaus. Het was voormalig chef de mission en aanstaand hockeyvoorzitter Andre Bolhhuis die tijdens de rondvraag in herinnering bracht dat onder Huibregtsen en zijn bestuur “inspirerende successen' waren geboekt. Daarom pleitte hij voor een waardig afscheid van het oude college.

Het applaus waarmee per acclamatie steun aan het nieuwe bestuur moest worden betuigd, was flauw, maar voldoende. Na ruim vier uur vergaderen op Papendal mochten de 'zwaargewichten' van Van der Reijden eindelijk het podium betreden. “We gaan er wat van maken', beloofde de voorzitter.