Remco Campert verliest van het Altena Ensemble

Voorstelling: Mijlpaal er trilt iets. Door het Maarten Altena Ensemble/De Veenstudio van Theatergroep Hollandia met Remco Campert.

Daar waar woord en muziek elkaar ontmoeten strijden zij om de leidersrol. Vaak is het instrumentarium veroordeeld tot omlijsting van de tekst, soms wordt de menselijke stem geannexeerd als instrument. Als poezie, die niet specifiek geschreven is voor muziek, de basis wordt voor muziektheater is de kans levensgroot aanwezig dat muzikanten blijven steken in illustratie of onderstreping van de tekst. Dat het Maarten Altena Ensemble in Mijlpaal er trilt iets, het tweede samenwerkingsproject van het Ensemble met dichter Remco Campert, meer doet dan dat, is, behalve aan de virtuositeit van de muzikanten en de helderheid van Camperts poezie, te danken aan een sterke verwevenheid van tekst, muziek en theatrale elementen.

Gehuld in regenjassen betreden de muzikanten het podium dat er uitziet als een met kringloopmeubels volgestouwde woonkamer. Ze nemen positie tussen truttige schemerlampjes, bossen tulpen, bijzettafeltjes beladen met bakstenen en minstens een half dozijn opgezette zwanen, eenden en meerkoeten. Vanuit een op een tafel geplaatste stoel dirigeert gitarist Wiek Hijmans het octet en twee zangeressen. Met opgestoken vingers geeft hij thema's aan, zijn hoofdbewegingen zetten de licht- en geluidsman aan het werk, door het uitsteken van zijn benen (inclusief een kunstmatig 'derde been') regelt hij de inzet van verschillende instrumenten. Alleen Campert onttrekt zich in eerste instantie aan de aanwijzingen van Hijmans. Enkel reagerend op het in een luciferdoosje verstopte aan/uit lampje op zijn lessenaar leest hij het gedicht 'Solo' voor.

Met zijn rug naar het publiek, zijn korte, alledaagse woorden aan de muzikanten voorleggend is Campert niet een dichter die voorleest uit eigen werk, maar meer de belichaming van zijn eigen poezie. 'Hier zit ik/ een plek om stilzittend van uit te gaan/ en mens weet waar terug te keren/ hier zit ik herhaal ik/ namelijk op mijn tafel/ maar ik zeg het anders:/ op de top van de aarde', opent Campert. Het duurt maar kort voordat de dichter erkent dat zijn hoog verheven positie boven het alledaagse leven maar van korte duur zal zijn: 'schraal geluid van zagen aan de poten van mijn tafel/ maar voorlopig zit ik stevig'.

De aanval op Camperts fantasiewereld komt echter niet vanuit de alles vernietigende realiteit van 'de kleine stinkende armoede', 'de afgodsbeelden van de televisie', kortom 'verschrikkelijker dingen dommer dingen', maar uit Altena's muziek die een duel aangaat met zijn poezie.

De inrichting van het podium, de steeds wisselende belichting en het minimale theater van muzikanten en dichter, dat bestaat uit verveelde houdingen, rondlopen en het schuiven met meubilair, maken de strijd tussen tekst en muziek zichtbaar. In staccato draaien de muzieknoten om de woorden heen en laten ze alle kanten op stuiteren. Om nog eens duidelijk te maken dat niet alleen Campert recht heeft op zijn 'Solo' wordt het gedicht halverwege onderbroken door een luidruchtige percussiesolo. Na dit muzikale machtsvertoon lijken poezie en muziek zich met elkaar te verzoenen om geleidelijk aan een steeds harmonischer geheel te vormen.

Maar iedere strijd kent zijn verliezers. In Mijlpaal er trilt iets is dat vaak de tekst van Camperts gedicht. De dichter wordt meermalen overstemd door een kakofonie van lang uitgestreken vioolnoten, saxofoongepruttel en tromgeroffel. Het lijkt alsof Altena, ondanks de bedoeling tot een harmonische samenwerking te komen, de dichterlijke fantasiewereld het liefst wil opslokken in zijn eigen klankuniversum.