Minimalisme van marge, ruggen en achterhoofden

Ossos. Regie: Pedro Costa.

De films van de Franse regisseur Philippe Garrel - jaren niets meer van gehoord - werden wel eens omschreven als 'documentaires over gezichten'. Tergend lang bleven de marginale personages soms in beeld, zonder dat er veel handeling viel te bespeuren, maar Garrel legde zo veel zuiverheid in zijn minimalisme dat je toch gefascineerd bleef kijken en meevoelen met zijn junkies en door vergeefse liefde verscheurde helden en heldinnen.

Ik moest aan Garrel denken bij Ossos, de derde en minstens zo minimale film van de Portugese regisseur Pedro Costa. Vergeleken met zijn eerdere, eveneens in Nederland uitgebrachte films O sangue (1989) en Casa de lava (1994) gaat Costa in Ossos ('Knoken' zou de beste Nederlandse vertaling zijn) nog rigider en kaler te werk, en is zijn stijl nog onvriendelijker voor het publiek. Van het (stedelijk) landschap, een krottenwijk in Lissabon, valt weinig meer te zien. Je zou het een documentaire over lichamen kunnen noemen, androgyne scharminkels die regelmatig alleen van achteren gefilmd worden, en dan ook moeilijk uit elkaar te houden zijn. Het lijkt wel of Costa de toeschouwer wil bewijzen dat hij niet bang is voor de relatief geringe expressieve mogelijkheden van een rug of achterhoofd.

Uit de persmap valt op te maken dat de film gaat over twee tieners die een kind hebben gekregen en er niet zelf voor kunnen zorgen, en dat de andere personages respectievelijk een vriendin van de moeder, een prostituee en een verpleegster zijn. Niet duidelijk wordt wat hen tot paria's maakt: drugsverslaving, psychologische onaangepastheid, etnische uitsluiting of gewone armoede.

Vorig jaar werd Ossos, een Portugees-Frans-Deense coproductie, tijdens het filmfestival van Venetie bekroond voor het camerawerk van Emmanuel Machuel, dat niet alleen opvalt door een claustrofobie veroorzakende kadrering, maar ook door voor dit soort desolate cinema opvallend schrille kleuren. Er zijn filmcritici, bij voorbeeld in Les Cahiers du Cinema en Skrien, die Costa's Publikumsbeschimpfung als een kostbaar goed verdedigen. Costa komt uit de school van Garrel, Bresson en Warhol, maar dat maakt hem nog niet tot een filmmaker van vergelijkbaar niveau. Integendeel: Ossos maakt slechte reclame voor het soort pure en dialoogarme cinema, waarin elke psychologie en dramatiek als verdacht beschouwd wordt, en waar ten onrechte nauwelijks meer aandacht voor bestaat in bioscoop en filmtheater.