Meer aandacht, minder gezag; HET BOLWERK - JUSTITIE

De Tweede Kamer behandelt deze week de begroting van Justitie. Portret van een ministerie in de branding dat op zoek is naar rust.

De minister-president was zelf het trappetje naar het podium opgeklommen. “Ik ben blij op eigen kracht het podium op te mogen komen' zei hij met een sneer in de richting van secretaris-generaal Harry Borghouts van het ministerie van Justitie. Die was even daarvoor, staand op een houten spreekstoel, het podium opgereden, voorafgegaan door wervelende dansers. De minister van Justitie zou de opkomst van zijn topambtenaar later omschrijven als die van een “Romeinse gladiator'.

De opkomst van Borghouts, twee weken geleden tijdens de viering van het tweehonderdjarig bestaan van het ministerie in het Circustheater in Scheveningen, typeert de positie van de secretaris-generaal op het departement. Oud-marineman Borghouts, de enige secretaris-generaal van GroenLinkse signatuur, heeft veel invloed en duldt weinig tegenspraak bij zijn pogingen het geteisterde departement weer op orde te brengen.

Dat is geen makkelijke opgave. Het ministerie heeft de afgelopen jaren door een reeks van incidenten aan gezag ingeboet; ongeoorloofde opsporingsmethoden, gouden handdrukken, ruzie met het openbaar ministerie chaos in het asielbeleid. En de Surinaamse ex-legerleider Bouterse loopt nog altijd vrij rond. De nieuwe minister, voormalig advocaat Benk Korthals, heeft zich dan ook voorgenomen het imago van het departement te veranderen - justitie staat in de branding, maar mag niet langer kopje onder gaan. Binnen en buiten het ministerie zijn de verwachtingen hoog gespannen. In tegenstelling tot zijn voorganger, Winnie Sorgdrager, heeft de nieuwe minister een goed ontwikkeld politiek instinct. Bovendien kent hij de Tweede Kamer door en door, als vice-fractievoorzitter van de VVD en als justitiespecialist.

“De rust moet terugkeren' zei Korthals daags na zijn aantreden. Maar staatssecretaris Job Cohen werd al snel geconfronteerd met een verkeerde inschatting van het aantal asielzoekers dit jaar. Lekkende tenten en een onaangenaam treffen met het parlement waren het gevolg. Korthals heeft zijn eerste honderd dagen in betrekkelijke rust doorgebracht, maar krijgt nu ook problemen; de grote achterstand bij de rechterlijke macht bijvoorbeeld.

En dan moet het beheer van de politie aan het einde van dit jaar worden overgedragen aan het ministerie van Binnenlandse Zaken - een doorn in het oog van veel justitiemedewerkers. Het departement blijft immers verantwoordelijk voor de strafrechtelijke handhaving, maar moet voor geld en middelen aankloppen bij Binnenlandse Zaken. Bovendien is politie van oudsher een belangrijke afdeling, naast de directie wetgeving en het directoraat-generaal rechtshandhaving, en zorgde politie ook altijd voor geld op de relatief kleine begroting, evenals de 'kostenposten' gevangeniswezen, asielbeleid en openbaar ministerie.

Oud-minister Frits Korthals Altes (van 1982 tot 1989) ziet het verlies van de politie als een verdere uitkleding van het ministerie. “Justitie is altijd een welkome partij om te plunderen. Door de andere ministeries, welteverstaan', zegt Korthals Altes. Hij somt op: jeugdinrichtingen naar het ministerie van WVC (nu VWS), politie naar Binnenlandse Zaken en de nieuwe minister voor grotesteden- en integratiebeleid, Van Boxtel, “moet zijn bureau ook gaan vullen'.

Secretaris-generaal Borghouts voert het protest tegen de overgang van politie naar de collega's van Binnenlandse Zaken aan. Afgelopen zomer bekritiseerde hij publiekelijk het plan van de informateurs Wallage (PvdA), Bolkestein (VVD) en De Graaf (D66 en ooit hoge ambtenaar politiezaken op Binnenlandse Zaken).

In een ingezonden stuk in deze krant opende hij de aanval, niet demissionair minister Sorgdrager. Zij had al te veel gezag verloren. Op het aanpalende ministerie van Binnenlandse Zaken spreekt de ambtelijke top nog altijd schande van Borghouts' daad.

Het Tweede-Kamerlid Rouvoet (RPF) noemt de actie van Borghouts een “bod uit zwakte'. “Deze zaken moet het ministerie in de informatie regelen, niet via een opiniepagina. Dat betekent dat je de slag hebt verloren. En ja, opnieuw blijkt dat de positie van het ministerie er de afgelopen jaren niet sterker op is geworden.'

De incidenten en de vele negatieve publiciteit hebben het departement weinig goed gedaan. “Op het ministerie durft niemand meer zijn nek uit te steken. Zit het mee, dan wordt er niet geluisterd. Zit het tegen, dan wordt je hoofd eraf gehouwen', zegt een hoge ambtenaar in de gangen van het Circustheater. Het ministerie zou de laatste tijd toch al niet meer zo populair zijn onder talentvolle juristen. Secretaris-generaal Ad Geelhoed van het ministerie van Algemene Zaken verklaarde onlangs dat de kwaliteit van justitie te wensen over laat. “Het wetenschappelijke debat wordt, zeker voor wat betreft de rechtspraktijk, geleid door de advocatuur. Niet door de universiteiten, laat staan door justitie.'

Oud-minister Korthals Altes wijst de kritiek van Geelhoed van de hand. “Afdelingen wetgeving en advocatenkantoren trekken heel andere juristen aan. Kwalitatief goede wetgeving vereist degelijke juristen. Ja soms zijn zij ambtelijk en niet al te snel, maar goede wetgeving maakt men niet in een vloek en een zucht.' Hij verwijst naar de vakbladen. “Kijk daar in, advocaten schrijven niet de leidende artikelen.

Die komen en kwamen toch van de universiteiten. Wel is het verkeer tussen de universiteit en de directie wetgeving minder geworden.' Toch moet Korthals Altes erkennen dat werken bij justitie minder aantrekkelijk wordt gevonden.

Justitie mag dan aan gezag hebben verloren, criminaliteit staat meer dan voorheen in de aandacht. Georganiseerde misdaad, zinloos geweld, kinderporno, jeugdcriminaliteit - veel mensen roepen om een hardere aanpak. Het nieuwe Kamerlid Halsema (GroenLinks) zegt: “Er wordt niet meer gesproken over het waarom van harde maatregelen, maar alleen over de invulling ervan.' Ook Korthals Altes merkt verandering van het klimaat. “In de jaren tachtig wilde de Tweede Kamer steeds minder bevoegdheden voor de politie. Bij iedere confrontatie met het parlement verloren we terrein. Op een gegeven moment zeiden we: laten we maar wachten tot het tij keert.' Was Korthals Altes dan liever minister geweest in het kabinet Paars II? “Nee, maar ik had als minister wel het klimaat van nu willen hebben.'