Kosmonauten kijken afgunstig naar Glenn

Drie Russische oud-kosmonauten willen in het kielzog van de 77-jarige John Glenn terug de ruimte in. Een van hen, Boris Volynov, was tijdens zijn vlucht in 1969 bijna verbrand en hield daar angstpsychosen aan over, die hij overmeesterde door weer te gaan vliegen. Op zijn 64ste is hij klaar voor een derde lancering.

De ster van de eerste kosmonautenploeg, de Russische tegenhanger van de Amerikaanse Mercury Seven (met Glenn als nummer een), is verbleekt. Aleksej Leonov, in 1965 de eerste ruimtewandelaar, werkt als vertegenwoordiger van Omega-horloges in Moskou en maakt op affiches in de metro reclame voor cognac. German Titov, de derde man in de ruimte runt een kermisattractie in het Gorki-park (in het afgedankte Sovjet-ruimteveer Boeran).

“We denken niet aan een verblijf van zes maanden in de Mir, maar wel aan een bezoek van een week of twee' opperde Leonov (64) maandag. De Doema overweegt het leven van het uitgewoonde ruimtestation Mir met een of twee jaar te rekken. Daar is geen geld voor. Maar aan de andere kant: de trots van de Russen kent geen prijs. Ruslands ruimteveteranen volgen de reis van John Glenn in de spaceshuttle Discovery met een mengeling van afgunst en bewondering. “Hij heeft het verdiend. Zoiets is de hoogste onderscheiding die een pionier van de ruimtevaart zich kan voorstellen.'

Hooggedecoreerde helden als Boris Volynov stonden ooit naast Chroesjtsjov en later Brezjnev op het Rode Plein. Maar nu moet hij genoegen nemen met treurige reunies en herdenkingsfeestjes, waar hij zich voorstelt als “kosmonaut nummer veertien'. Hij woont in het sterrenstadje in de naaldbossen buiten Moskou en leeft van zijn herinneringen. “In de zomer van 1959 kreeg ik het bevel om bij de regimentsstaf te komen. Ik vroeg me af: wat heb ik misdaan? Ik was een keurige militair, vlieger op een MiG...', vertelde hij eerder dit jaar op de Dag van de Kosmonaut - lachend, gesoigneerd, strak in het pak twee Rode Ster-medailles op de revers.

In de kamer van de commandant zat een kolonel-arts, die hem eerst liet tekenen voor geheimhouding, en pas daarna vroeg of hij testpiloot wilde worden: “Je zult op hele grote hoogte moeten vliegen.' Waarop Volynov had gevraagd: “In een luchtballon?' “Nee, het gaat om een toestel dat vele malen sneller is dan de snelste straaljager.' Volynov dacht: “Het leger beschikt niet over zulke toestellen', maar toch ging hij akkoord, uit plichtsbesef en nieuwsgierigheid.

“Ik was net getrouwd en mocht er niet over praten met mijn vrouw, ook niet toen ik naar Moskou werd geroepen voor medische experimenten. Ik ben veertig dagen gefolterd. Ze sloten ons op in een hittekamer waar het 65 graden werd, en stopten ons net zo lang in een centrifuge tot je het bewustzijn verloor.' En met gevoel voor understatement voegde hij daar aan toe: “Veel van die tests zijn later afgekeurd.'

Van de drieduizend geselecteerde piloten werden Volynov en twaalf anderen uitverkoren. Samen met Leonov, Titov en natuurlijk Joeri Gagarin was hij in de race om de eerste mens in de ruimte te worden. Volgens Leonov was het iedereen duidelijk “dat de mensheid zich van de twintigste eeuw alleen de eerste ruimtevaarder zou herinneren', en dat de rest in het vergeetboek zou belanden. Vooral het lot van German Titov die op het laatste moment door Gagarin gepasseerd werd omdat hij er minder Russisch uitzag, en een minder Russische klinkende naam had, is tragisch.

Ook Volynovs rol als eeuwige reserve was niet te benijden. Pas acht jaar na de vlucht van Gagarin (op 12 april 1961) kwam hij aan de beurt in het jaar dat de Amerikanen voet op de maan zetten en daarmee de ruimtewedloop voorgoed in hun voordeel beslechtten. Zonder dat zijn vrouw het wist (“Ik zei dat ik op dienstreis ging, wat ook zo was') werd hij op 15 januari 1969 gelanceerd in een Sojoez-5 om een koppeling tot stand te brengen met een ander schip, de Sojoez-4, waarbij Volynovs twee 'passagiers' een geslaagde overstap maakten.

Alles verliep volgens plan, totdat hij in zijn eentje in de dampkring terugkeerde. “Boven Guinee zette ik de daling in. Zes minuten later zouden de overtollige systemen van het landingstoestel worden losgekoppeld.

Ik voelde inderdaad een schok, maar toen ik uit de patrijspoort keek zag ik antennes en panelen. Die zaten nog vast en zouden bij de val door de atmosfeer een gat branden in mijn capsule.' Hij meldde het aan de vluchtleiding en dacht: “Wat zonde, ik ben pas 34.' Het was geen vrees, maar een “diep besef van het leven, en dat je wilt blijven leven'. De uitsteeksels begonnen te gloeien; Volynov kon de brandlucht ruiken. Hij scheurde de belangrijkste bladzijden uit het logboek en stopte ze in het midden van het boek, hopend dat ze niet zouden verkolen. “Toen volgde er een enorme knal: de brandende delen schoten alsnog los! Het luik was beschadigd maar zat nog dicht en de capsule landde tollend aan zijn parachute - veel te hard.' Met een gebroken kaak en bloed in zijn mond werd hij in Kazachstan door een bergingshelikopter gevonden.

De artsen stelden vast dat kosmonaut nummer veertien “een psychologische blokkade' had, en zeiden dat hij nooit meer mocht vliegen. “Maar ik ben meteen weer heel fanatiek gaan trainen, vechtend tegen de angst. Fysieke afmatting concentratieoefeningen, parachutespringen.' En een jaar later was Volynov een van de eerste bewoners van het ruimtestation Saljoet. Hij maakte er een kortsluiting mee, waarbij alle systemen twee uur lang uitvielen. Maar het leverde wel zijn tweede onderscheiding 'Held van de Sovjet-Unie' op. Volynov reed in een Wolga-sedan van de staat met kenteken 00-14, kreeg een huis in het prestigieuze sterrenstadje en mocht buitenlandse reizen maken.

Als “een van de beste menselijke exemplaren' bleef hij zich ook na zijn ruimtereizen goed gedragen, in tegenstelling tot sommige andere veteranen die naar de wodkafles grepen.

Op pensioengerechtigde leeftijd ziet hij er nog vitaal en jong uit, met een gebit vol gouden kronen weliswaar, maar lichamelijk en geestelijk in goede vorm.

“Volynov is een van de kosmonauten van het eerste uur die een reis naar de Mir perfect kunnen volbrengen', zegt Aleksej Leonov, die in stilte hoopt dat hijzelf de kans krijgt om de John Glenn van Rusland te worden.