Kevin Spacey

In een reeks profielen van hedendaagse sterren deze week Kevin Spacey de kameleontische gentleman-crimineel die er zowel in zijn prive-leven als in zijn rollen de voorkeur aan geeft zo weinig mogelijk over zichzelf en zijn personages prijs te geven.

“Hoe minder het publiek van mij weet, hoe beter ik mijn werk kan doen', zei Kevin Spacey ooit tegen talkshow host Larry King, een uitspraak die hij sindsdien in verschillende vormen heeft herhaald. “Als je als acteur je publiek in twee uur moet laten geloven dat je iemand anders bent, dan kan hun beeld van wie je prive zou zijn dat maar beter niet teveel in de weg staan', voegde hij daar bij andere gelegenheden aan toe.

Het is het dilemma van het filmsterrendom: zodra je eenmaal met je hoofd op het witte doek bent verschenen, wordt je plotseling als publiek domein beschouwd. Iedereen mag alles over je weten en van alles over je beweren, en vaak behoort dat soort impertinenties nog tot de aardigste kanten van de Hollywoodmachinerie ook. Uiteindelijk vergroten ze alleen maar de mythe van de ster, want wat hij echt achter gesloten deuren doet komt toch niemand te weten.

Dat een aanvankelijk kleurloos geachte figuur als Kevin Spacey (geboren als Kevin Matthew Fowler, 26 juli 1959 in South Orange, New Jersey) er zo consequent in slaagt om zijn werk en priveleven gescheiden te houden en desondanks niet pedant maar alleen maar extra intrigerend overkomt, heeft dan ook alles te maken met de keuze van zijn rollen. Voor het grote publiek zal hij wel altijd Roger 'Verbal' Kint blijven, de gentleman-crimineel uit The Usual Suspects (1995), waarvoor hij een Oscar voor de beste mannelijke bijrol in ontvangst mocht nemen. Die mysterieuze, manke babbelaar die met het grootste gemak allerlei getuigenissen uit zijn mouw schudt en daarmee het raadsel eerder versluiert dan opheldert, was hem op het lijf geschreven.

Spacey's filmografie omvat zo'n dertig televisie- en speelfilms, van zijn debuut als zakkenroller in Heartburn (1986), Henry Millers wereldvreemde roommate in Henry & June (1990) tot zijn ondoorgrondelijke makelaar in David Mamets Glengarry Glen Ross (1992).

Het was die ondoorgrondelijkheid gecombineerd met een fabuleus kameleontisch vermogen om elk denkbaar personage te spelen die hem in 1995 in maar liefst vier rollen aan het publiek presenteerde. Naast het al genoemde The Usual Suspects waren dat Outbreak, Swimming with Sharks en het veelgeroemde Se7en. In 1996 debuteerde hij bovendien als speelfilmregisseur met de misdaadfilm Albino Alligator.

De in off-Broadway theaterproducties in het repertoire van Shakespeare, Ibsen en O'Neill geschoolde acteur bleef ook sindsdien heen en weer pendelen tussen de betere genrefilm (L.A. Confidential (1997) en Clint Eastwoods Midnight in the Garden of Good and Evil (1997), waarin hij alweer zo'n, ook seksueel-, ambigue schurk neerzet en nu weer The Negotiator) en artistiek hoogwaardige theaterproducties, zoals eerder dit jaar in het Londense door Harold Pinter bekend geworden Almeida Theatre in Eugene O'Neills The Iceman Cometh voor een honorarium van slechts 225 pond (700 gulden) per week. Daar kan een ster nog niet eens de huur van betalen, maar waar Spacey 's aonds na afloop van zijn werk naar toe gaat, hoef ik helemaal niet te weten.