Jakarta niet blij met rapport plunderingen

Gisteren heeft de onderzoekscommissie naar de plunderingen in Indonesie afgelopen mei, haar rapport gepubliceerd. Haar conclusies brengen de autoriteiten in Jakarta in ernstige verlegenheid.

Veel verhalen over de roerige mei-dagen, die leidden tot de val van de Indonesische president Soeharto, deden al langer de ronde. Het van-horen-zeggen-circuit wist bijvoorbeeld direct na de furie van Jakarta op 13, 14 en 15 mei, dat er Chinese vrouwen en meisjes waren verkracht en dat sommigen daarbij om het leven waren gekomen.

Zo waren er ook de verhalen over groepen athletisch gebouwde jongemannen met korte haren (militairen dus), die op diverse plaatsen in de stad de bevolking hadden aangezet tot proletarisch winkelen. Dat waren de verhalen die twijfel zaaiden over het zogenaamde spontane oproer van het stedelijke proletariaat, en die duidden op hooggeplaatste spelers achter de schermen.

Romo Sandyawan, een katholieke priester die aan het hoofd staat van de groep 'Vrijwilligers voor Menselijkheid', bracht enige weken na de gebeurtenissen een gedetailleerd verslag uit. Volgens zijn bevindingen gebaseerd op verklaringen van slachtoffers en op informatie van verschillende ziekenhuizen, waren 168 etnisch-Chinese vrouwen verkracht. Twintig slachtoffers zouden aan hun verwondingen zijn bezweken. Volgens Romo Sandy, zoals de priester in de wandeling heet, was er sprake van georganiseerde, systematische en openbare groepsverkrachtingen. Hij legde ook als eerste een gedocumenteerd verband tussen de gelijktijdigheid van het ontstaan van ongeregeldheden op uiteenlopende plaatsen in Jakarta en de waarschijnlijke betrokkenheid van legeronderdelen.

Deze rapportage was mede aanleiding voor stijgende nationale, maar vooral ook internationale, verontwaardiging over de Indonesische ontsporing van geweld. Vooral de druk van Chinese gemeenschappen in omliggende landen en niet te vergeten de “bezorgdheid' van Peking over wat er met de etnisch-Chinese bevolkingsgroep in Indonesie was gebeurd, gaf de regering-Habibie de aanzet in juli om een onderzoeksteam samen te stellen dat de feiten moest onderzoeken van de gebeurtenissen in mei.

In de 18 leden tellende commissie waren vertegenwoordigers opgenomen van de Nationale Mensenrechtencommissie, vrouwenorganisaties en mensenrechtengroeperingen (onder andere die van Romo Sandy), maar ook van ministeries en van de strijdkrachten zelf.

Bijna vier maanden heeft het onderzoek van de commissie in beslag genomen. Naar verluidt zorgden interne tegenstellingen binnen de commissie ervoor dat de oorspronkelijke publicatiedatum van 23 oktober verstreek.

Met het verstrijken van de tijd zijn de veiligheidsautoriteiten in Jakarta in ernstige verlegenheid gebracht door alle nieuwe feiten die inmiddels bekend zijn geworden over wreedheden van de strijdkrachten in Atjeh Oost-Timor en Irian Jaya. Betrokkenheid van leger of inlichtingendiensten bij ontvoeringen en verdwijningen sinds dit voorjaar van anti-Soeharto activisten en bij het doodschieten van de studenten van de Trisakti-universiteit, hebben het blazoen van de strijdkrachten verder bezoedeld.

De legertop besloot in augustus tot enige cosmetische ingrepen: luitenant-generaal Prabowo, schoonzoon van Soeharto en voormalig commandant van de strategische reservetroepen, werd van zijn taken ontheven. Chef-staf en minister van Defensie, Wiranto, verleende zijn rivaal eervol ontslag uit het leger. Overigens wordt nog steeds gewacht op een presidentieel decreet dat dit ontslag bezegelt.

Een ander verantwoordelijk geachte militair, toenmalig gouverneur van Jakarta Sjafrie Syamsuddin, werd naar een onbetekenend administratief baantje overgeplaatst. Ook kondigde Wiranto aan dat een aantal officieren van de speciale troepen (KOPPASSUS), waarvan Prabowo tot dit voorjaar de gevierde commandant was, zich voor de krijgsraad zou moeten verantwoorden.

Dat is tot nu toe niet gebeurd.

Wel hebben Wiranto en andere hoge officieren steeds ontkend dat er van verkrachtingen sprake is geweest tijdens de plundering van Jakarta. Reden: geen der slachtoffers heeft aangifte durven doen bij het gevreesde machtsappparaat.

Met het rapport van de commissie-Darusman worden de Indonesische autoriteiten nu ernstig in verlegenheid gebracht. Met name Wiranto lijdt gezichtverlies, maar kennelijk waren ook vier andere ministers die in juli formeel de opdracht tot het onderzoek gaven not amused. Geen van hen kwam gisteren opdagen om het rapport in ontvangst te nemen. En Wiranto verklaarde vandaag dat het niet de bedoeling was dat de commissie met een analyse zou komen. De regering had slechts om feiten gevraagd.

Darusman komt echter ook met aanbevelingen zoals het berechten van Prabowo en diens staf, en van Sjafri Syamsuddin. Belangrijk is ook het advies aan de regering om inlichtingendiensten onder controle te brengen van democratisch gekozen organen. Of om een verder onderzoek te doen naar een mysterieuze bijeenkomst op de avond van 14 mei op het legerhoofdkwartier van Prabowo en een aantal getrouwen.

Gezien de afwijzende houding van de Indonesische regering is het echter niet te verwachten dat de aanbevelingen van de commissie-Darusman snel zullen worden overgenomen.

    • Frank Vermeulen