Hoge Raad geeft aan verkrachting ruimere uitleg

Als een vrouw zich verzet tegen seksueel contact is er sprake van verkrachting, ook als zij pas protesteert nadat de penetratie heeft plaatsgevonden. Dat heeft de Hoge Raad, het hoogste rechtscollege van Nederland, gisteren in een uitspraak bepaald.

De Hoge Raad wees vonnis in de zaak van een man uit Oude Pekela die in 1995 naar het huis van van zijn ex-vrouw ging en geslachtsgemeenschap met haar begon terwijl zij nog sliep. Tijdens de daad werd de vrouw wakker en verzette zich. De rechtbank in Groningen sprak de man vrij van verkrachting, omdat de wet stelt dat hiervan alleen sprake is wanneer de dader het slachtoffer met geweld binnendringt. Volgens de rechtbank was dit niet het geval, omdat de vrouw sliep en zich niet tegen het binnendringen had verzet.

Het gerechtshof in Leeuwarden verwierp deze nauwe interpretatie van de wet en veroordeelde de man tot twaalf maanden cel. Volgens het hof was er wel degelijk sprake van dwang aangezien de vrouw zich na de penetratie wel had verzet. De Hoge Raad heeft deze interpretatie nu bevestigd.

Gerdie Ketelaars van het Clara Wichmanninstituut voor vrouwen en recht is blij met de uitspraak van de Hoge Raad, maar plaatst kanttekeningen bij de expliciete verwijzing naar het verzet van de vrouw in het vonnis. “Dat betekent dat als de vrouw niet wakker was geworden, er geen sprake zou zijn geweest van verkrachting.'

In een eerdere zaak, waarin een vrouw pas de volgende ochtend tot de ontdekking kwam dat zij niet met haar vriend, maar met een andere man gemeenschap had gehad, oordeelde de Hoge Raad dat er van verkrachting geen sprake was. Onterecht, volgens Ketelaars: “In 1991 is de zedenwet veranderd. Behalve 'geweld' kunnen ook 'andere feitelijkheden' het bewijs zijn dat de gemeenschap tegen de wil van de vrouw heeft plaatsgevonden. We hadden gehoopt dat deze wetswijziging een betere bescherming voor vrouwen zou bieden. Maar het heeft niet het gewenste effect gehad.'

Volgens Ketelaars is het vaak moeilijk aan te tonen dat er sprake is geweest van dwang. De integriteit van het vrouwelijk lichaam zou daarom voorop moeten staan, vindt zij: “Nu moeten vrouwen wel heel duidelijk aangeven dat ze niet willen.'