Gematigdheid loont

DE DEMOCRATEN kunnen tevreden zijn. Zij hebben weliswaar niet echt gewonnen, maar evenmin verloren. De Republikeinen behouden in beide huizen van het Congres hun meerderheid, zij het dat zij in het Huis zetels moesten inleveren. In New York verloor de ook buiten Amerika geruchtmakende conservatief d'Amato zijn Senaatszetel. Bovendien hebben de Democraten enkele gouverneurszetels heroverd - in het met het oog op de presidentsverkiezingen in 2000 belangrijke Californie, en ook in een paar zuidelijke staten die historisch tot het vaste Democratische territoir behoren. De zuidelijke strategie van de Republikeinen lijkt over haar hoogtepunt heen.

Een drietal conclusies zijn te trekken. Het gaat de Amerikanen goed. Gematigdheid in de politiek loont. Na de diepe val die de Democraten vier jaar geleden maakten, kon de lijn eigenlijk alleen maar omhooggaan. Dat was sindsdien in twee opeenvolgende verkiezingsrondes het geval. De Lewinsky-affaire blijkt slechts zijdelings van invloed te zijn geweest. Republikeinen die daar hun winst zagen en in hun campagnes aandacht vroegen voor Clintons escapades, blijken zich te hebben vergist. Congres- en gouverneursverkiezingen, die op lokaal niveau worden beslist, laten zich niet gemakkelijk omsmeden tot een referendum over de bewoner van het Witte Huis. Dat is een interessante les die maar beter niet kan worden vergeten.

VOOR HET EERST sinds 1934 heeft de partij van een zittende president zetels gewonnen bij 'tussentijdse' Congresverkiezingen zo hebben de statistici nagerekend. Een deel van de verklaring is dat de Democraten hun uiterste best hebben gedaan om kiezers uit de etnische minderheden naar de stembus te krijgen. Die groepen zijn in het algemeen op de Democratische partij georienteerd, maar zij zijn chronisch ondervertegenwoordigd in de stembus. De bonus kan, als die ontwikkeling doorzet, de Democraten in de toekomst alleen maar voordeel opleveren.

De eerste vraag blijft toch wat deze uitslag betekent voor de voortgang van het impeachmentonderzoek in het Huis van Afgevaardigden. De Clinton-haters mogen dan wel niet zijn geslaagd in hun opzet om de Lewinsky-affaire electoraal uit te buiten, er waren maar weinig Democratische kandidaten die in hun campagne de president rechtuit in bescherming namen. Dat beeld correspondeert met hun opstelling in het vorige Congres.

Ook de Democraten waren van mening dat Clinton straf had verdiend, maar zochten een manier om afzetting te vermijden. De mogelijkheden voor het vinden van een uitweg lijken te zijn toegenomen. Temeer omdat het onzeker is gebleven of in de Senaat de meerderheid kan worden gevonden die is vereist om tot afzetting van de president te geraken.

DE UITSLAGEN betekenen het definitieve einde van de zogenoemde Gingrich-revolutie, die in 1994 bijna het inhoudelijk einde van Clintons presidentschap veroorzaakte. Gingrich en zijn aanhangers slaagden er bij die gelegenheid in het Huis, veertig jaar lang een Democratisch bastion, te veroveren en hun Contract with America als een serieuze nieuwe politiek geintroduceerd te krijgen. Maar twee jaar later al bleek het door Gingrich cum suis aangesproken electorale midden de rekensom te hebben opgemaakt. De revolutie kostte de middengroepen meer dan zij opleverde. Clinton werd herkozen en zijn partij herstelde zich toen enigszins. Die trend heeft zich nu voortgezet.

Dat ook aan Republikeinse kant gematigdheid weer wervingskracht heeft gekregen kan worden afgeleid uit de overwinningen die beide zoons van ex-president Bush bij gouverneursverkiezingen hebben geboekt. George W. Bush, de nieuwe gouverneur van Texas, wordt genoemd als een serieuze kandidaat voor de Republikeinse nominatie voor de presidentsverkiezingen over twee jaar. Conservatisme met compassie, was zijn verkiezingsleuze. Dat was allesbehalve een revolutionaire slogan.