Geen geld voor rechten indianen; Diego Iturralde over positie inheemse volken

Langzamerhand verwerven de inheemse volkeren in Latijns Amerika meer rechten. Althans, op papier lijkt alles mooi geregeld; in de praktijk zijn er nog een flink aantal hindernissen te nemen.

Latijns Amerika doet het zo slecht nog niet wat betreft de rechten van inheemse volkeren, zo meent de Boliviaan Diego Iturralde, specialist op het gebied van inheemse rechten. In elk geval een stuk beter dan Afrikaanse en Aziatische landen. Eigenlijk is Latijns Amerika - in theorie - net zo ver als Noord-Amerika en Australie, die de rechten van respectievelijk de indianen en aboriginals al veel eerder erkenden. Het enige verschil is dat Australie en Noord-Amerika veel meer geld hebben om de rechten te verwezenlijken. Iturralde: “Latijns Amerika is arm en wordt alleen maar armer.'

Meer dan vierhonderd verschillende inheemse volkeren leven er vandaag de dag nog in Latijns Amerika - een totaal van 35 miljoen mensen. De Quichua zijn met 2 miljoen de grootste gevolgd door de Maya's (1,2 miljoen).

In landen als Bolivia en Guatamala maken deze etnische groepen zelfs zo'n zeventig procent van de bevolking uit. Brazilie telt 180 inheemse volkeren, maar ze leven voornamelijk in kleine groepen in de ondoordringbare jungle van het Amazonegebied en vormen slechts 0,02 procent van de totale Braziliaanse populatie.

De 'pueblos indigenas', zoals ze in het Spaans genoemd worden, strijden al tientallen jaren voor erkenning van hun rechten. Pas de laatste jaren heeft deze strijd echt vrucht afgeworpen. Erkenning door de staat, recht op eigen grondgebied en recht op eigen gezondheidszorg zijn enkele voorbeelden.

In de jaren tachtig werd in veel Latijns Amerikaanse landen begonnen met staatkundige hervormingen. Na jaren van dictatuur en onder druk van de internationale gemeenschap moesten democratisering en modernisering verlichting brengen. Nieuwe hoop gloorde voor de inheemse volkeren.

De indianen vonden niet alleen mensenrechtenorganisaties, maar ook milieubewegingen aan hun zijde. Want die laatste zagen liever inheemsen dan oliemaatschappijen en houtexploitanten het beheer voeren over de natuurlijke rijkdommen van Latijns Amerika.

De positie van inheemse volkeren verschilt op dit moment per land. Zo kunnen Ecuador en Bolivia als de meest progressieve staten worden aangemerkt. Zij erkennen het multi-culturele karakter van hun land en kennen talloze specifieke rechten toe aan de op hun grondgebied levende pueblos indigenas.

“In theorie is het mooi geregeld, maar de praktijk leert iets anders', zegt Diego Iturralde secretaris van het internationaal fonds ter ontwikkeling van de inheemse volkeren in Latijns Amerika. “Veel rechten kunnen niet uitgeoefend worden. Dit is enerzijds te wijten aan de inheemse volkeren zelf. Ze zijn niet zo goed georganiseerd als zou moeten en bij sommigen leeft een gevoel van minderwaardigheid.' Anderzijds treft de nationale regeringen ook blaam, meent Iturralde. Als voorbeelden noemt de Boliviaanse wetenschapper het recht op grondgebied en het recht op eigen onderwijs. Grondgebied moet afgebakend worden, maar dit gaat zeer moeizaam. Daar is immers geld voor nodig. De overheid moet er volgens de nieuwe wetgeving voor zorgen dat de indianen over voldoende financiele middelen beschikken voor de verwezenlijking van hun rechten. Maar dat geld is er nauwelijks. Iturralde: “Latijns Amerika is arm en wordt alleen maar armer.'

Een ander probleem met betrekking tot de toegewezen grond is het huidige gebruik door anderen; er bevinden zich oliemaatschappijen houtexploitanten, wegen en nationale parken. Deze overlapping van eigendom is niet een-twee-drie opgelost.

Iturralde: “Per hectare kost het vijf a zeven dollar.' Omdat de totale opppervlakte in de miljoenen hectaren loopt, zo rekent Iturralde voor, zijn de totale kosten onmogelijk op te brengen.

Daarnaast lopen veel pueblos indigenas tegen technische problemen aan. Zo is hun in sommige landen het recht op eigen onderwijs toegekend. “Omdat de taal en cultuur van veel inheemse volkeren mondeling van generatie op generatie overgaat, is het omzetten hiervan naar schrift een uiterst kostbare en moeilijke zaak.' En ook hier geldt weer: het ontbreekt de overheid aan geld.

Toch ziet Iturralde een lichtpuntje. In vergelijking met continenten als Afrika en Azie loopt zijn werelddeel twintig jaar voor, zo stelt hij. “In bij voorbeeld West-Afrika, maar ook in Maleisie en Indonesie, sluit het bestuur volledig zijn ogen voor de inheemse volkeren.'

De Boliviaanse wetenschapper meent dat Latijns Amerika even ver is als Noord-Amerika en Australie, die al eerder begonnen met de toekenning van rechten aan respectievelijk indianen en aboriginals. “De voorsprong die deze twee echter hebben, is hun rijkdom. Noord-Amerika en Australie beschikken over het geld om de etnische groepen te helpen. En ondanks de politieke hervormingen - die nog niet overal voltooid zijn - kun je je afvragen of de landen in Latijns Amerika wel in staat zijn adequaat te reageren op deze kwestie. Wat dit betreft doet de institutionele en economische zwakheid van Latijns Amerika de pueblos indigenas de das om.'