Duisenberg wuift druk op ECB weg; Rente in Spanje lager

Politici mogen suggesties doen over het rentebeleid van de Europese Centrale Bank, maar er zal niet naar hen worden geluisterd. Onderlinge toenadering van de rentes in Europa heeft prioriteit.

Die boodschap had president Duisenberg van de Europese Centrale Bank gisteren voor de Duitse regering-Schroder. Duisenberg deed zijn uitlatingen na afloop van een reguliere bijeenkomst van de ECB.

Volgens de ECB-president kan het rentebeleid niet worden ingezet om de structurele oorzaken van de hoge werkloosheid in Europa te bestrijden. Hij betwijfelde ook of een verlaging van de rente op dit moment de consumptie en de investeringen in de landen die deel uitmaken van de Economische en Monetaire Unie kan aanjagen. Terugkerend vertrouwen van consumenten en bedrijven is daar volgens hem belangrijker voor. Duisenberg zei dat de internationale financiele crisis niet aan het euro-gebied voorbij zal gaan, maar dat hij weinig tekenen ziet dat de vertraging van de economische groei al daadwerkelijk plaatsvindt.

Over de kritiek die met name de Duitse minister van Financien Lafontaine heeft op de taakopvatting van de Bundesbank en de Europese Centrale Bank zei Duisenberg dat enkel het streven naar prijsstabiliteit in het Verdrag van Maastricht is opgenomen als taak voor de ECB. Hij noemde het “heel normaal'dat politici suggesties doen over het rentebeleid, maar “heel abnormaal' dat die suggesties door centrale bankiers worden overgenomen.

Hoewel hij geen prognoses deed over het rentebeleid van de nationale centrale banken tot 1999 en het beleid van de ECB daarna, maakte Duisenberg duidelijk dat de toenadering van de nationale rentevoeten prioriteit heeft. Pas daarna kunnen eventueel besluiten over de dan gemeenschappelijke rentevoet worden genomen.

Spanje en Portugal verlaagden gisteren hun rentes verder in de richting van de Duitse geldmarktrente van 3,3 procent.

De Spaanse centrale bank bracht zijn geldmarkttarief met een kwart procentpunt terug tot 3,5 procent, de Portugese centrale bank verlaagde de geldmarktrente ook met een kwart procentpunt tot 3,75 procent.

Duisenberg zei dat de timing van de renteverlagingen, die tijdens de ECB-vergadering werden aangekondigd onderstreept dat er nu al een gemeenschappelijk rentebeleid in de elf euro-landen wordt gevoerd, ook al krijgt de ECB pas in januari formeel de leiding over de rentepolitiek.

Duisenberg zei dat de ECB-raad “bezorgd' was over de richting van het begrotingsbeleid van de euro-landen, waar de tekortreductie vrijwel tot stilstand is gekomen.

De Franse Bankpresident Trichet heeft na afloop van de vergadering van de Europese Bank nog eens expliciet steun verleend aan de onafhankelijke opstelling van ECB-president Duisenberg. “Monetaire politiek kan geen structurele problemen oplossen', zei hij, daarmee direct verwijzend naar de druk die politici in Duitsland, maar ook Frankrijk uitoefenen op de Bundesbank en de Europese Centrale Bank om de rentetarieven te verlagen.

Trichet erkende dat de resultaten van een lange periode van gemeenschappelijke monetaire politiek van land tot land sterk uiteenlopen. “Succes op dat gebied lijkt nauw verband te houden met structurele hervormingen in de voorgaande jaren.'