DNB verkrapt geldmarkt door swap

Op de geldmarkt waren de afgelopen week enkele opvallende ontwikkelingen waar te nemen, die deels zijn terug te zien in de Weekstaat. Het 'afscheid' van de post 'Bankcertificaten' verliep niet geheel rimpelloos. Met een verkrappende swap moest De Nederlandsche Bank de geldmarktruimte reguleren, hetgeen een vrij zeldzaam fenomeen is.

Het was al langer bekend dat de Nederlandse Bankcertificaten (NBC's) in de aanloop naar de Economische en Monetaire Unie (EMU) zouden verdwijnen uit de balans van DNB, waarvan de Weekstaat een verkorte weergave is. Voor dit instrument, ooit geintroduceerd om het structurele deel van het geldmarktoverschot af te romen, is in het EMU-geldmarktinstrumentarium namelijk geen plek. Vanaf de zomer loste DNB dan ook iedere maand een deel van de NBC's af, terwijl er geen nieuwe Bankcertificaten meer worden geplaatst.

In de afgelopen week had de laatste aflossing plaats, waardoor de post 'Bankcertificaten' een nulstand heeft bereikt. De aflossing van 755 miljoen gulden verruimde de geldmarkt.

Daarnaast zorgde ook de (gebruikelijke) afbouw van overreserves op de kasreserverekening voor verruiming van de geldmarkt. De banken houden nu gezamenlijk 474 miljoen gulden minder aan op de kasreserve. Een al te ruime geldmarkt vermindert de directe invloed van DNB op de banken, omdat de gezamenlijke banken daardoor minder afhankelijk zijn van de kredietfaciliteiten die DNB hun verschaft.

Om een dergelijke ontwikkeling te voorkomen, plaatste de centrale bank voor de duur van een maand een geldmarktverkrappende valutaswap ter grootte van 1 miljard gulden. DNB verkocht hierbij vreemde valuta aan de banken tegen guldens met een gelijktijdige terugkoop over een maand. De verkoop van vreemde valuta is zichtbaar in de daling van de post 'Vorderingen en waardepapieren in buitenlandse geldsoorten' met bijna 900 miljoen gulden.

Naast de valutaswap, die niet direct zichtbaar is in de weekstaat, verkrapte DNB de geldmarkt ook met een iets lagere speciale belening.

De geldmarkttarieven liepen in de afgelopen week over de hele linie licht op.

De 2-maands interbancaire rente vormde de uitzondering en steeg met 4 basispunten tot 3,26 procent. Dit hangt samen met het zogeheten eindejaars-effect. Met het jaarultimo in zicht willen met name financiele instellingen hun balans nog wat oppoetsen door hun liquiditeitspositie te verbeteren. Begin december is er daarom een relatief hoge 1-maands rente te verwachten.