De grens van het schandaal

Wat is een schandaal waard in de verkiezingen? Deze keer niet wat de partijen er, vervuld van hoop, angst of vrees, van hebben verwacht. De manier waarop de Democraten zich in deze verkiezingen hebben gehandhaafd, kan op twee manieren worden uitgelegd. Of de kiezers hebben in grote meerderheid geweigerd er een referendum over de president van te maken en zakelijke en plaatselijke belangen het zwaarst laten gelden.

Of hier is impliciet toch een referendum gehouden, waardoor duidelijk is geworden dat de uitbuiting van het Clinton-Lewinsky-schandaal averechts heeft gewerkt en dan is het een protest tegen het door Kenneth Starr ontketende fatsoens-mcCarthyisme. Het verschil tussen de eerste en de laatste verklaring is meer dan een nuance. Uit exit polls, waarbij kiezers naar hun motivering wordt gevraagd, is gebleken dat maar voor zes procent het schandaal bij hun keuze de doorslag heeft gegeven. In de staat New York, waar het gevecht tussen de Republikein D'Amato en de Democraat Schumer een nieuw record in venijn en grofheid heeft gevestigd, heeft Schumer gewonnen, met de krachtige steun van de president en de First Lady.

Door deze resultaten zal de behandeling van het schandaal een andere wending krijgen. Afgezien van hoe kiezers zich over plaatselijke kwesties hebben uitgesproken - 255 heeft een deskundige er geteld - hebben ze duidelijk laten weten dat een lange impeachment-procedure niet op prijs wordt gesteld. Nationaal opgevat steunt de uitslag van gisteren de laatste peilingen die melden dat 68 procent nog altijd vindt dat de president zijn eigenlijke werk goed blijft doen. Leidende Democraten in het Congres sturen erop aan dat voor einde van het jaar men in Washington weer gewoon aan het werk zal kunnen gaan. Menig Republikein ziet er ook geen winst meer in. Dit betekent, beknopt gezegd, dat de president er weer in is geslaagd zich eruit te draaien, en beter dan hij waarschijnlijk zelf de afgelopen maanden heeft gedacht.

Hoe komt het dat de Republikeinse strategen zich zo hebben kunnen vergissen? De eerste oorzaak is dat ze het effect van de attack-ads op de televisie hebben overschat en het verstand van de kiezer onderschat. Sommige van die zeer persoonlijke aanvallen kunnen amusant zijn als je ze voor het eerst ziet maar wie twintig keer van A gehoord heeft dat B een leugenaar is, terwijl B zegt dat A in Buiten-Mongolie geen gek figuur zou slaan, gelooft het wel. En spaar het murw getoeterd volk de volgende aflevering van Monica en Bill. Ook de Democraten zijn in deze directe aanvallen niet voor een kleintje vervaard, maar als het op insinuaties en directe beschuldigingen aankomt worden ze door de Republikeinen overtroffen.

Het is niet voor het eerst dat het effect van dit soort campagnes wordt overschat. Ook twee jaar en vier jaar geleden heeft onderzoek aangetoond dat de kiezers er immuun voor werden, of meer dan dat: ze keerden zich van de adverteerders af.

Die les werd niet geleerd. In plaats daarvan is het er deze keer nog harder aan toegegaan. Daarmee is dan de tweede oorzaak van de vergissing gegeven. Of misschien kan het niet eens meer een vergissing worden genoemd. De aanvalscampagnes lijken eerder een uiting van dwangneurose van de kandidaten dan dat ze een poging zijn om het publiek te overtuigen. De kiezer oordeelt naar dit bevind van zaken.

De derde oorzaak van de vergissing is dat de Republikeinen zich hebben verkeken op de mate van afkeer die de president als persoon wekt. En dit, moet schrijver dezes toegeven, is ook hem gebeurd. Ik verklaar me nader. Van de eerste voorverkiezingen die aan zijn eerste presidentschap voorafgingen, heeft Bill Cinton niet alleen de gewone politieke tegenstanders gehad, maar ook groepen die hem fanatiek haatten daar geen geheim van maakten en hun haat probeerden te organiseren. Lange tijd is dat niet voldoende geweest om hem met succes aan te tasten. Alle onderzoeken naar schandalen liepen op den duur vast, ook onder de leiding van Kenneth Starr.

Toen kwam Lewinsky. Eindelijk had Starr het substantiele materiaal waarnaar alle Clinton-haters hadden verlangd. Het was bovendien van dusdanige aard dat het breed kon worden uitgesponnen en door iedereen begrepen. Het Starr-rapport gaf eindelijk de grondslag waarop de haat met politiek effect kon worden georganiseerd. En hoewel er genoeg verstandige mensen waren die zagen dat de ernst van de kwestie - zelfs de meineed onder deze omstandigheden - impeachment en eventueel afzetting niet rechtvaardigden, ontbrak het hun aan macht of moed of beide om een eind aan dit absurde mcCarthyisme van het fatsoen te maken. De Republikeinen raakten in de overtuiging dat ze deze president de genadeslag konden toebrengen.

Daarmee zouden de Democraten lang genoeg in verwarring zijn gebracht om bij de volgende presidentsverkiezingen geen kans te hebben. Zo had Starr dan de weg voor het Republikeinse presidentschap bereid. En in hun opgetogenheid over dit vooruitzicht hebben ze hun laatste vergissing gemaakt.

Bij alle klachten over kiezersapathie en geringe opkomst is een aspect over het hoofd gezien of verkeerd uitgelegd. De kiezers die naar de stembus gaan weten onderscheid te maken tussen hun persoonlijke smaak en hun belang. De boodschap en de acties van Starr en zijn politieke bondgenoten horen niet tot het belang van een zeer groot aantal kiezers. Dat hebben ze gisteren laten weten. De politiek van de redelijkheid en niet die van het fanatisme heeft aan het langste eind getrokken. De kiezer heeft nog bijtijds gewonnen; dat is de uitslag.