DAG

Als vrouwenveroveraar - en dat was hij - zou Multatuli niet aan zijn trekken komen op de bijeenkomsten van het Multatuli Genootschap. Ik mocht onlangs zo'n bijeenkomst in Amsterdam bijwonen, en wat mij opviel was het schrikbarend lage aantal vrouwelijke deelnemers: vijf van de zeventig. Uitzonderlijk? Een lid van een soortgelijke kring voor E. du Perron verzekerde me dat het beeld daar hetzelfde is: veel (oudere) heren.

Voor Jan Wolkers, om nog maar te zwijgen van Ronald Giphart, lijkt het me een schrikbeeld: het vooruitzicht dat over honderd jaar alleen nog een aantal met het stof van de jaren overdekte mannen een terugblik aan je leven en oeuvre wil wijden.

Maar je kunt het ook positiever benaderen. Het is al een hele eer als er na een eeuw uberhaupt nog over een auteur wordt gesproken.

Het bijzondere van Multatuli is dat hij nog altijd de bron is van levendige discussies. Het Multatuli Genootschap was op het goede idee gekomen oud-VVD-politicus (en historicus) Henk Vonhoff een inleiding te laten houden over Multatuli en de door hem zeer gehate liberale staatsman Thorbecke. Multatuli heeft veel op Thorbecke gescholden, zoals in dit 'grafschrift': “Liberaal / Als 'n aal.' Thorbecke heeft, voorzover bekend, nooit op Multatuli gereageerd.

Vonhoff liet meteen enkele verbale brisantbommen op zijn publiek los. “Multatuli was een man van uitzonderlijk formaat, maar niet qua bestuurlijk inzicht. Hij heeft er als bestuursambtenaar in Lebak een bende van gemaakt.' Vonhoff had een verklaring voor Multatuli's haat tegen Thorbecke: “Hij voelde zich buitengesloten door een groot deel van de Nederlandse samenleving, die voor hem belichaamd werd door Thorbecke.'

Ook vond Vonhoff dat Multatuli's antiparlementarisme 'bedenkelijke kanten' had. Daartegen kwam prof. Cees Fasseur in het geweer. “Wat het parlement toen voorstelde, dat was de geldheerschappij. Het liberalisme was het liberalisme van de hoogste groep belastingbetalers. De aanvallen van Multatuli kwamen voort uit zijn strijd tegen gevestigde machten.'

“Beoordelingen van politici hebben altijd een ingebakken subjectiviteit', had Vonhoff eerder gezegd. Het klonk een beetje wrokkig als een vermaning van een politicus aan oude criticasters.