Critici van Schroder hopen op Kok

Bondskanselier Schroder bezoekt vanavond premier Kok. Critici van de Duitse rood-groene coalitie hopen dat Kok zijn geestverwant ervan kan weerhouden zich met het monetaire beleid van centrale bankiers te bemoeien.

Dreigt het kleine Nederland een eiland te worden in Europa, omdat het als enige het vaandel hooghoudt van prijsstabiliteit en een onafhankelijke centrale bank? Met argusogen volgt Nederland de koers die de rood-groene regering in Bonn inslaat in de Europese geldpolitiek. De hardheid van de euro waarvoor Nederland en Duitsland vurig hebben gepleit lijkt al te worden prijsgegeven voordat de Europese munt goed en wel is ingevoerd.

Bij het eerste officiele bezoek vanavond van de nieuwe bondskanselier Gerhard Schroder (SPD) aan premier Wim Kok zal de Europese politiek met betrekking tot geld en werkgelegenheid zeker ter sprake komen. De recente aanvallen van de nieuwe minister van Financien Lafontaine, hebben tot heftige reacties geleid. VVD-leider Dijkstal noemde Lafontaine een “gevaar voor de stabiliteit van de euro'.

Jarenlang trokken de Bondsrepubliek en het Nederlandse buurland samen op in de geldpolitiek, die in Bonn en Den Haag als het domein van onafhankelijke centrale bankiers wordt beschouwd. De nieuwe minister van Financien in Bonn heeft met zijn recente aanvallen op de geldpolitiek van de Bundesbank echter een heel andere toon aangeslagen. Met zijn pleidooi dat de geldpolitiek veel meer moet worden ingezet om de werkloosheid te bestrijden, wil Lafontaine een einde maken aan een lange succesvolle Duitse traditie. Een traditie die zo succesvol was, dat de Europese Centrale Bank die per 1 januari volledig zal opereren, geheel naar het model van de Bundesbank is opgezet en zelfs nog onafhankelijker is gemaakt.

“Nederland dreigt met zijn monetaire politiek in Europa helemaal alleen te komen staan', meent de econoom Joachim Starbatty professor aan de universiteit van Tubingen.

Hij is een van de vier economen die eerder dit jaar de invoering van de euro bij het Constitutionele Hof in Karlsruhe probeerden te verhinderen. “Nu gebeurt wat we gevreesd hebben. De belofte dat de euro zo hard zou worden als de D-mark zal niet worden ingelost.'

Nog voordat Lafontaine tot minister was benoemd, riep de SPD-voorzitter de centrale bankiers in Frankfurt bijna dagelijks op de rente te verlagen en hield een pleidooi voor vastere wisselkoersen tussen euro, dollar en yen. Het is de hoogste tijd het monetair beleid in te zetten voor bestrijding van de werkloosheid en de eenzijdige orientatie op de prijsstabiliteit los te laten, meent Lafontaine, daarin gesteund door kanselier Schroder. Daarmee eist de minister precies wat de Fransen allang wensten en wat uitdrukkelijk niet in het Verdrag van Maastricht werd vastgelegd: een centrale bank die in dienst van de politiek staat. Het verdrag schrijft zelfs voor dat de lidstaten “niet mogen proberen' leden van de beslissingsorganen van de Europese Centrale Bank in hun taak te beinvloeden.

Ook organiseerde Lafontaine een ontmoeting met de Franse 'superminister' Dominique Strauss-Kahn over de politieke wensen voor een Europees werkgelegenheidspact. Een “ongelooflijk riskante politiek die het vertrouwen in de euro ondermijnt', meent Starbatty. Maar de Duitse minister zag zich gesteund door de informele ontmoeting van EU-leiders in Oostenrijk, die vorige week eveneens opriepen tot lagere rente.

Wim Duisenberg, de Nederlandse ECB-president, zei onlangs in Berlijn dat geldpolitiek niet het middel is om de werkloosheid te bestrijden. De hoge werkloosheid in Europa kan alleen door structurele maatregelen worden bestreden zoals flexibilisering van de arbeidsmarkt, hervorming van sociale voorzieningen en het belastingstelsel zodat arbeid minder duur wordt.

Dat hebben de ervaringen in Nederland wel geleerd, volgens Duisenberg, waar het gelukt is het overheidstekort sterk te reduceren en de werkloosheid te verminderen. Premier Kok weet daar als oud-vakbondsman en ex-minister van Financien alles van en kan de Duitse kanselier Schroder daarover vanavond boeiend onderhouden. Want Duitsland is gek op het Nederlandse banenwonder en het Hollandse arbeidsmarktmodel staat hoog op de agenda van vanavond, laat een regeringswoordvoerder in Bonn weten. De nieuwe rood-groene regering prijst het Nederlandse 'poldermodel' nog luider dan de vorige.

Nog is het niet te laat om de coalitie weer op het rechte pad te krijgen, meent Starbatty. De kritische econoom heeft zijn laatste hoop gericht op premier Kok (“Veel hangt af van uw minister-president').

De Nederlands-Duitse betrekkingen zullen er in ieder geval niet onder lijden, menen kenners. De relatie zal net als onder de vorige regering-Kohl “zeer goed' blijven, meent historicus Horst Lademacher, specialist in de Nederlands-Duitse geschiedenis aan de universiteit van Munster. De lof voor de Nederlandse economische politiek is groot en de stem van Kok heeft in Bonn veel gewicht, zegt hij.

Nederland hoeft niet bevreesd te zijn dat het in Europa als enige voorvechter van prijsstabiliteit en een onafhankelijke bank overblijft. Lademacher: “Zover zal het niet komen.' President Tietmeyer van de Bundesbank zal nog liever aftreden dan dat zijn stabiliteitskoers wordt ondergraven. “En geen regering kan zich een conflict met de Bundesbank veroorloven.'