Chailly geridderd na feestconcert

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Riccardo Chailly

Riccardo Chailly is gisteravond onderscheiden als Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, na een jubileumconcert ter viering van het honderdtienjarig bestaan van het Concertgebouworkest en het tienjarig chef-dirigentschap van Chailly. De Amsterdamse burgemeester Patijn spelde Chailly de versierselen op in aanwezigheid van de koningin en van prins Claus, beschermheer van het orkest. Patijn loofde orkest en dirigent voor hun hoge artistieke kwaliteit, waarmee ze ambassadeurs zijn voor ons land en Amsterdam.

De Vereniging van vrienden van het Concertgebouw en het Concertgebouworkest orkest bood een door Hans Bayens geschilderd portret van Chailly aan, bestemd voor de dirigentenfoyer. Onder leiding van voorzitter Rinnooy Kan hief het publiek, begeleid door het orgel het 'Lang zullen ze leven' aan voor Chailly en orkest.

In zijn welkomstwoord zei bestuursvoorzitter Scherpenhuijsen Rom te hopen op een salarisverbetering voor het orkest, in overeenstemming met zijn internationale statuur. Hij noemde moeilijke momenten in het begin van Chailly's Amsterdamse tijd. Publiek, pers en veel orkestleden konden nog geen afscheid nemen van de typische aanpak van Bernard Haitink in het traditionele Amsterdamse repertoire: Bruckner en Mahler.

Inmiddels zijn de problemen opgelost omdat Chailly zijn inzichten over vernieuwing van traditie, repertoire en interpretatie volhardend en overtuigend heeft gepresenteerd. Het tweede Mahler Feest in 1995 was een keerpunt met de indrukwekkende Amsterdamse bijdragen. Terugziend op negen jaar werk in Amsterdam zei Chailly in mei in deze krant dat tussen hem en het orkest 'een natuurlijke osmose' is ontstaan. In zijn dankwoord herhaalde hij gisteren zijn ideeen over de creatieve gelijkwaardigheid van orkest en dirigent.

In binnen- en buitenland wordt het orkest met zijn klankcultuur en het vernieuwde artistieke beleid algemeen geprezen als een van de bijzonderste ter wereld. Die lof geldt ook de uitvoeringen van Varese, zoals deze zomer bleek tijdens optredens in onder andere Salzburg en Luzern. Chailly wil zich in zijn artistieke beleid spiegelen aan de opvattingen van Willem Mengelberg, die naast het klassieke repertoire veel eigentijdse muziek presenteerde.

Traditie en vernieuwing is ook het thema van de film Attrazione d'amore, die Frank Scheffer maakte over Chailly en het Concertgebouworkest, en die zondag zal worden uitgezonden door de Avro-tv.

Het concert van gisteravond was de grandioze bevestiging van de nu al jarenlang zeer gelukkige samenwerking tussen orkest en chef-dirigent. In Wagners Wesendonklieder was de mezzosopraan Waltraud Meier, op Wagnergebied de wereldtop een superieure soliste. In dezelfde vuurrode jurk, die ze afgelopen zomer ook in Salzburg droeg, toen ze de rol van Kundry zong in een opzienbarende Parsifal-uitvoering van de Wiener Philharmoniker onder leiding van Valery Gergjev, kwam ze tot luisterrijke prestaties.

Zoals de liederen aandoen als een catalogus van de mooiste Wagnermomenten, zo kwam Meier tot een verbluffende variatie in gloedvolle expressie, van vervoerende innigheid en bijna stilstaande betovering tot stralend sterke Brunnhilde-achtige jubel en Isolde-achtig dromend wegzinken. De heldere orkestbegeleiding was daaraan evenwaardig: kamermuzikaal van aard en intens uitgediept met prachtige solistische bijdragen van orkestleden zoals concertmeester Alexander Kerr.

In Bruckners Negende symfonie sinds 1996 al verschillende malen op het programma, toonde Chailly dezelfde overrompelende aanpak als in Mahlers Vijfde symfonie, die in het vorige seizoen een centrale plaats innam, net als in het huidige. De 19de-eeuwse Bruckner wordt hier met een verbluffende klankrijkdom gepresenteerd als een wegbereider voor de nieuwe muziek. Bruckners orkesttutti en climaxen doen met hun opengelegde klankvelden in glasheldere balans aan als 20ste eeuws. Het is met precisie en passie Chailly's credo in vernieuwde traditie.

    • Kasper Jansen