Brave, natte zoenen

Poodle Springs. Regie: Bob Rafelson.

Prive-detective Philip Marlowe met een wijkende haargrens, leesbril en echtgenote, dat is net zo ondenkbaar als James Bond die in het huwelijksbootje stapt. Toch is het beide film-iconen overkomen: Bond in On her Majesty's Secret Service (1969) en Marlowe in het dit jaar voltooide Poodle Springs. Bonds huwelijk bleek al spoedig bloederig ten einde te lopen. Marlowe houdt het helaas wel de gehele film noir vol; het zicht op de plot wordt nogal belemmerd door de condens van de vele natte zoenen die de kersverse echtelieden uitwisselen.

Die plot is natuurlijk maar ten dele belangrijk in een Marlowe-film omdat deze gewoonlijk in dienst staat van de broeierige sfeer en de hard-boiled personages. De wuivende ventilator en de wiebelende hakjes van een quasi-rouwende vrouw zijn belangrijker dan het rookgordijn dat wordt opgetrokken. Poodle Springs bevat het allemaal, maar regisseur Bob Rafelson (The Postman Always Rings Twice, 1982) levert niet meer dan een onderhoudende, brave televisiefilm af, gefilmd in steriel licht.

Braafheid is dodelijk voor een man als Marlowe. Hij gedijt het best in groezelig licht en onder grillige omstandigheden. De nu grijs geworden Marlowe, mat gespeeld door James Caan, wordt echter door zijn vrouw overgehaald te verhuizen naar het aangeharkte woestijndorpje Poodle Springs, op de grens van Californie en Nevada, waar alleen maar oude mensen met looprek over nette straten wandelen. Het cliche van het huwelijk wordt nog maar eens afgestoft: wie zich bindt aan een vrouw, is zo goed als dood. Marlowe sputtert tegen en keert terug naar zijn vertrouwde Los Angeles om een moordzaak te kraken, maar Rafelson weet nergens overtuigend Marlowes biotoop te schetsen.

Het merkwaardige Poodle Springs komt wel degelijk voor een groot deel uit de pen van Raymond Chandler zelf. Het zou zijn laatste, onvoltooide boek zijn, dat enkele jaren geleden werd afgemaakt door Robert B. Parker. De karakterverdieping van Marlowe - hij worstelt met zijn leeftijd, de huwelijkse verplichtingen en zijn angst voor de dood - zijn dus bewuste toevoegingen van de geestesvader zelf. Het resultaat is echter een labiele Marlowe, die zijn scherpte vooral te danken heeft aan de wel erg voor de hand liggende clues in de plot.