Bij mij ging alles snel, misschien wel te snel...

Jenny Streur: “Ik ben geboren in Den Haag, mijn ouders hadden met nog iemand een mondharmonicatrio. Ze noemden zich de 'Reillys'. Dat was in het begin van de jaren vijftig... Nee, ze waren niet professioneel, mijn vader werkte bij de PTT.

Op een gegeven moment kreeg ik ook een mondharmonica, zodat ik ook een beetje kon spelen. Ik was toen nog heel klein, een jaar of drie. Nou ik speelde op dat ding en dat ging steeds beter en toen kregen we een keer visite en mijn ouders zeiden: 'Jenny, laat eens horen hoe goed jij kan spelen.' Nou, dat vond ik heel eng, dus ging ik achter het gordijn staan en dan speelde ik een stukkie.

Toen ik een jaar of acht was, werd de bassist van de Reillys een keer ziek en toen dachten ze: oh, dat kan Jenny ook, dat repertoire moet ze er binnen twee weken in hebben. Samen met mijn moeder heb ik die nummers ingestudeerd en toen kon ik met mijn ouders optreden. Ik was heel muzikaal - als iemand iets voordeed, had ik het meteen door. Nou, mijn moeder speelde ook heel goed gitaar en van haar heb ik gitaar leren spelen.

Ik had een tweelingzusje en die probeerde dat allemaal ook, maar dat lukte helemaal niet, ze was echt a-muzikaal. Het duurde bij haar verschrikkelijk lang en ja - bij mij ging het erg snel, misschien wel te snel...

Nou, dat was dan het eerste optreden en toen ben ik doorgegaan: er woonde een meisje bij ons achter en die speelde ook mondharmonica, we zagen haar vaak op het balkon. Toen dachten mijn ouders: 'goh, misschien is het wel iets voor Jenny'.

We hebben toen nog wel iets met mondharmonica geprobeerd, maar vonden het met de gitaar toch veel leuker. Zij pakte dat ook heel snel op en toen zijn we op gaan treden. Ik was toen negen en tot mijn veertiende vormden wij, dat meisje en ik, 'The Coctail Sisters'. Ik zong toen ook al. We hebben zelfs nog drie plaatjes opgenomen. Zij kreeg toen verkering en toen was het ineens over.

Ik heb toen nog even iets alleen gedaan maar daarna speelde ik bij andere groepen.

Het was wel handig dat ik zelf gitaar speelde, dan kon ik het allemaal uitleggen wanneer we repeteerden. Die jongens vonden dat maar niks, zo'n meisje dat zingt en ook nog gitaar speelt en ook nog eens vertelt wat zij moeten doen. Nou toen wilde ik toch liever een eigen groep en ben advertenties gaan zetten voor een basgitarist, sologitarist en drummer. Zo is het eigenlijk begonnen. Dat was in 1965. Ik was toen vijftien. Ik was de eerste Nederlandse beatzangeres met een eigen band. Maar ik was natuurlijk al heel jong begonnen.

Mijn idolen van toen? Nou ja, de Beatles vond ik niet zo... The Pretty Things, daar hield ik wel van, een beetje wild en Them, dat vond ik goed, ik werd ook wel eens de vrouwelijke Van Morrison genoemd. Rob de Nijs? O, verschrikkelijk, dat tuttige gedoe...

Vanaf de periode met de 'Coctail Sisters' was mijn vader de manager hij regelde alles, vond-ie leuk. Mijn vader was er altijd bij wanneer we optraden.

Ik had de band 'Jenny and the Rascals' genoemd. Ik was de leider, ja. Dat werd geaccepteerd door de jongens. Ik heb nooit gemerkt dat ze iets hadden van 'nou, een meisje...' Ze vonden dat ik goed speelde de sologitarist had het Haagse conservatorium gedaan, maar over de muziek had ik met hem geen problemen.

Na een half jaartje hadden we redelijk succes en een eerste plaatopname. Ik had het nummer zelf geschreven.

Ik heb nog twee jaar op de Mulo gezeten, daarna had ik geen tijd meer voor school. Ik vond het niet zo erg dat ik van school af ging, wel dat ik niet echt een jeugd heb gehad. Mijn zusje kon bijvoorbeeld in het weekend lekker uitgaan en ik moest optreden. Het was gewoon werk, wel leuk, maar toch: werk. En ik verdiende geld, ja, vanaf mijn vijftiende.

Maar ik ga niet over geld praten, begrijp je?

We speelden niet vaak in Den Haag, je had hier indertijd het machtige impresariaat van Jacques Senf. Je mocht blij zijn wanneer je in Den Haag kon spelen, dat ging dan allemaal via hem, je werd dan heel slecht betaald en dat deden wij gewoon niet. Mijn vader zei: 'Ik ga niet voor een paar tientjes voor Jacques Senf op mijn knieen'. Dus mijn vader regelde zelf alle optredens. We traden op door heel Nederland, Belgie, Duitsland, noem maar op. Wij wilden ook nooit in een voorprogramma; wij waren de hoofdact. We hebben een keer in het voorprogramma van The Troggs gespeeld, maar dat was dan ook een hele beroemde Engelse band. Maar verder waren wij de hoofdact. Altijd.

We hadden hele goede apparatuur, Vox luidspeakerkasten, een eigen bus. Ik had een Guild gitaar, onze sologitarist had een echte Gibson. Ik speelde zowel slag als solo op die Guild, dat was een lekker rauw geluid. Die gitaren worden niet meer gemaakt.

Het is wel een paar keer voorgekomen dat er werd gevochten in de zaal. Vooral in Noord-Holland was het regelmatig raak. Meestal door de drank. We moesten toch spelen, ook als er gevochten werd. Een keer zat de sologitarist vast in het kleedhok, omdat er voor de deur iets aan de hand was. Hij is toen maar uit het raampje gesprongen, want ja, wij stonden al op het podium. We waren maar alvast begonnen en toen kwam hij er pas aan, haha.

Op een gegeven moment werden we benaderd door Brian Epstein, de manager van de Beatles. Ze wilden een soort meisjesbeatgroep oprichten, een vrouwelijke tegenhanger van de Beatles met mij als een van de zangeressen. Ik wilde dat niet, ik zag dat gewoon niet zitten en het ging dan ook niet door.

De band heeft drieeneenhalf jaar bestaan, ik was bijna negentien en toen zijn we gestopt. Het werd niet minder of zo, het kwam eigenlijk door de sologitarist - die had er geen zin meer in. Hij kreeg verkering en dat meisje wilde dat hij ermee stopte. Nee, zij ging nooit mee naar optredens dat had mijn vader van tevoren afgesproken met de band: als je een meisje of vaste vriend hebt...

Het was natuurlijk niet zo makkelijk een nieuwe sologitarist te krijgen, dus toen ben ik zelf sologitaar gaan spelen. Maar ja, dan moest ik zingen en sologitaar, en dan speelden we zes uur op zondag, 's middags twee uur en dan 's avonds nog eens vier uur en ik moest alles zelf...

Ik heb toen gezegd: het beste is dat we gewoon stoppen. Ik heb alle spullen verkocht bij Servaas muziekhandel. Wel heb ik nog een akoestische gitaar gekocht, maar ik heb dat ding haast nooit aangeraakt. Daarna heb ik een poosje helemaal niks gedaan, toen heb ik mijn man leren kennen en op een gegeven moment ben ik bij de Postbank terechtgekomen. Je moest toch wat. Voor kapster was ik al te oud inmiddels. Ik was al haast twintig...

Nou ja, ik zal het maar vertellen, wat maakt het uit - die sologitarist ging met mijn zus, en zij was degene die wilde dat hij ermee ging stoppen.

Niet zo leuk. Ach het is allemaal al lang geleden. Ik begrijp het nu wel, achteraf: alle aandacht ging naar mij, naar Jenny van de Rascals. En ze wist natuurlijk hoe moeilijk het was om een andere sologitarist te vinden. Nee, ze is uiteindelijk niet met hem getrouwd.'