Bewonderd en verguisd; W.F. WERTHEIM (1907-1998)

De Nederlandse socioloog prof.dr. W.F. Wertheim, die maandagnacht op negentigjarige leeftijd is overleden, was een man die vooral in het tweede deel van zijn leven evenzoveel enthousiaste bijval als diepe verguizing heeft ondervonden.

Willem Frederik Wertheim was in 1907 in St. Petersburg geboren en studeerde in de jaren twintig Nederlands en Nederlands-Indisch recht in Leiden. Na afloop van zijn studie vertrok hij als koloniaal ambtenaar naar Indie. “We hadden daar een heerlijk leven, ook al waren wij geen echte kolonialen', vertelde Wertheim in 1995 in NRC Handelsblad. “Pas in en door de oorlog ben ik geleidelijk aan steeds linkser geworden.' In de Japanse interneringskampen, die volgens Wertheim niet alleen ellendige plaatsen, maar ook plaatsen van studie en goede gesprekken waren “leerden we iets van schaamte over het koloniale verleden en dat we met Indie niet op de oude voet door konden gaan. Ook drong toen het besef tot mij door dat kolonialisme en kapitalisme als een eeneiige tweeling bij elkaar hoorden'.

Na afloop van de oorlog in de Pacific en het onafhankelijk worden van Indonesie legde Wertheim, die van 1936 tot 1942 hoogleraar aan de Rechtshogeschool in Batavia was geweest, zich toe op de sociologie. Vervolgens was hij van 1946 tot 1972 hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij zich in het bijzonder heeft beziggehouden met de moderne geschiedenis en de sociologie van Zuidoost-Azie. In al zijn werk en vele publicaties nam hij een duidelijk antikoloniaal standpunt in terwijl, zoals dat heet, zijn belangstelling voor dynamische elementen in de menselijke samenleving daarbij voortdurend tot uitdrukking kwam. Deze omschrijving duidt op Wertheims grote belangstelling voor en instemming met de Chinese Revolutie en het maoisme. Zowel in 1957 als ook in 1964, in 1970-71 en in 1979 heeft hij China bezocht, in de jaren tachtig begon zijn belangstelling te verflauwen en pas heel recent kwam hij in een radio-interview tot de erkenning dat zijn positieve oordeel over de Chinese ontwikkeling een grote vergissing van hem was geweest.

Voor Wertheims ideeen bestond in de modieuze politieke jaren zestig en zeventig onder studenten, schrijvers en andere intellectuelen veel belangstelling en sympathie. Later werd hij totaal verguisd en menigmaal afgeschilderd als een ideologische bedrieger.

Toch bleef de tegendraadse, zeer eigenzinnige Wertheim min of meer overeind en hield hij niet op zijn tegenstanders en de wereld waar hij zelf uit voortkwam, te bestrijden. Hoe men ook over hem denkt en oordeelt hij was iemand met een grote uitstraling en een enorme vitaliteit.

    • Frits Groeneveld