`We gaan de agressors uit Oost-Congo trappen'

President Kabila en zijn bondgenoten zouden hebben besloten tot een offensief tegen de rebellen in Oost-Congo. Ondanks Amerikaanse druk.

De Namibische kolonel staat boos voor zijn gesloten kamerdeur in Hotel Intercontinental, Kinshasa, waar menig officier van Congo's bondgenoten zijn intrek heeft genomen. De kolonel heeft de sleutel in zijn kamer laten liggen en de deur dichtgetrokken. Hij wil graag even bij mij zijn buurman, bellen. “You come and open my door', zegt hij op gebiedende toon tegen de receptionist. En, als hij heeft neergelegd: “Dat Frans begrijp ik niet. En in het Belgisch kan ik alleen `goeie morgen' zeggen net als de Afrikaners.'

De Namibische geallieerden van de door rebellen belaagde president Laurent-Desire Kabila hebben in Congo een taalprobleem. “Voor het nieuws ben ik aangewezen op CNN en BBC', zegt hij. Alsof hij zich realiseert dat dit misschien geen goede indruk maakt voegt hij er haastig aan toe: “Maar ik weet precies wat iedereen hier uitspookt.' Hamunyela (46) is een carriere-officier die zijn strepen verdiende tijdens 20 jaar actieve dienst in de SWAPO, de Namibische bevrijdingsbeweging die sinds 1990 in Windhoek aan de macht is. Op zijn 17de sloot hij zich aan bij de guerrilla en daarna zwierf hij tussen Namibie - toen nog bestuurd door Zuid-Afrika - Angola en Zambia. Aan het begin van de jaren tachtig volgde hij een officiersopleiding aan de Hogere Krijgsschool `Jozef Broz Tito' in Belgrado.

De kolonel is sinds medio augustus, toen Angola, Zimbabwe en Namibie besloten Kabila militair te hulp te snellen tegen de oprukkende rebellen, in Kinshasa. “En met mij duizenden Namibische soldaten', zegt hij. “Ik heb Kabila persoonlijk ontmoet. Hij lijkt me een goed mens. De man moet een kans krijgen om zijn visie voor Congo te realiseren. Anderhalf jaar is hij pas aan de macht; in vergelijking met 30 jaar Mobutu is dat niks.

De rebellen hebben hem geen serieuze kans willen geven.'

“Je ziet ons misschien niet' vervolgt hij na een slok, maar wij - Kabila's bondgenoten - zijn in het hele land: Kinshasa, Lubumbashi - ook in het oosten'. Maar niet in Kindu waag ik. Die strategische stad viel immers op 12 oktober in handen van de rebellen. De kolonel wuift dit met een korzelig handgebaar weg: “Daar was alleen het Congolese leger, er waren geen geallieerden. We gaan de agressors ook uit het oosten trappen, let op mijn woorden.'

`Speel geen informatie door naar de vijand'

De dreigende taal van de Namibier lijkt een echo van het beraad dat Kabila zondag hield in de zuidelijke stad Lumbumbashi met zijn ambtgenoten van Namibie en Zimbabwe: Sam Nujoma en Robert Mugabe. Naar verluidt heeft het drietal daar besloten tot een “massaal offensief' tegen de rebellenposities in Oost-Congo.

Volgens in Kinshasa verschijnende kranten wordt in Mbuji-Mayi, het centrum van de diamantregio Kasai, de landingsbaan van het vliegveld verlengd, opdat er zware vliegtuigen voor het transport van troepen en materieel kunnen landen.

De regeringsgezinde krant Le Palmares meldt dat het contingent Zimbabweaanse troepen in Congo onlangs is versterkt met liefst 5.000 man, maar dat bericht wordt door weinigen serieus genomen. In de Congolese hoofdstad gaat het gerucht dat president Dos Santos van Angola de top in Lubumbashi niet heeft bijgewoond, omdat hij onder zware druk zou staan van Washington, waar Angola nog onlangs heeft aangeklopt voor aanzienlijke leningen.

Het krijgsberaad in Lubumbashi volgde nog geen 24 uur nadat de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken voor Afrika, Susan Rice, Kinshasa aandeed op haar rondreis langs de hoofdsteden van bij de Congolese crisis betrokken landen.

Rice en Kabila voerden in de beslotenheid van het Palais de Marbre in Kinshasa een waar marathongesprek: het duurde liefst 4,5 uur.

Na afloop zei Rice, die hier La dame Afrique des Americains heet dat de Verenigde Staten alleen een “vreedzame' oplossing zien voor de crisis in Congo via “onderhandelingen tussen alle bij de oorlog betrokken partijen'. Dat wil zeggen: de regering-Kabila; haar drie bondgenoten; Rwanda en Oeganda - die zonder dat openlijk toe te geven de rebellen militair steunen - en een delegatie van de opstandelingen. De VS huldigen het standpunt dat Rwanda en Oeganda - door Kabila en de zijnen beschouwd als agressors - wel degelijk redenen hebben zich zorgen te maken over de veiligheid van hun grenzen met Congo.

Kabila op zijn beurt wil alleen onderhandelen na een “onvoorwaardelijke terugtrekking van Congolees grondgebied van alle agressietroepen'. Na haar ongetwijfeld moeizame gesprek met Kabila maakte Rice een verzoenend gebaar.

Tijdens een bezoek aan een artsenopleiding in Kinshasa erkende ze dat “de bevolking van Congo decennialang heeft geleden onder wanbestuur en een verkeerde economische politiek'.

Rice kondigde aan dat de Amerikaanse hulporganisatie USAID nog dit jaar 350.000 dollar schenkt aan de artsenopleidingen in Congo. Dit humanitaire gebaar neemt niet weg dat de VS en Kabila's Congo het over maar zeer weinig eens zijn.

De oorlogsverklaring in Lubumbashi, in hetzelfde weekeinde als Rice's pleidooi voor een vreedzame oplossing, spreekt boekdelen.

De Namibische kolonel Hamunyale is klaar om af te rekenen met de belagers van Kabila's Congo. “Ik heb het druk dat zult u begrijpen', zo neemt hij afscheid.

Op joviaal-barse toon waarschuwt hij me “geen informatie door te spelen aan de vijand, want daar hebben jullie journalisten een handje van'.