Spanje rukt op als autoland

Spanje is het op een na grootste autoproducerende land van Europa geworden. Over de hele wereld gezien moet het alleen de Verenigde Staten Japan en Duitsland voor zich laten. In de eerste helft van dit jaar heeft het Frankrijk en Zuid-Korea ingehaald. Groot-Brittannie en Italie had het al enkele jaren geleden achter zich gelaten.

De auto-industrie in Spanje beleeft gouden tijden en zal dit jaar drie records breken. De productie, de export en de verkoop in eigen land vallen groter uit dan ooit tevoren, zo blijkt uit gegegens van de Anfac het verbond van autoproducenten in Spanje. De autosector heeft zich naast het toerisme genesteld als motor van de economie. In de eerste helft van het jaar liepen er 1,5 miljoen auto's van de band, bijna 11 procent meer dan in dezelfde periode van vorig jaar. De export is goed voor 22 procent van de totale uitvoer en vormt 5 procent van het bruto binnenlands product.

Het overgrote deel van de fabrieken zijn assemblagevestigingen van buitenlandse producenten. Ook het Spaanse merk Seat is al jaren in bezit van Volkswagen. Twaalf fabrikanten laten in Spanje hun auto's in elkaar zetten. De belangrijkste daarvan zijn Volkswagen, Opel en Renault. Deze drie zijn per jaar goed voor elk een half miljoen wagens.

Dat de buitenlandse producenten naar Spanje zijn getrokken is niet vreemd. De loonkosten zijn er een stuk lager dan in Duitsland of Frankrijk. (DPA)