Sekte wilde met aanslag chaos creeren in Turkije

Ankara eist dat Duitsland de ultra-fundamentalistische sekteleider Metin Kaplan aan Turkije uitlevert. Kaplan wordt als het brein aangemerkt achter de mislukte aanslag op het mausoleum van Ataturk in Ankara.

Een groep aanhangers van Kaplan was van plan tijdens de festiviteiten op 29 oktober, de 75ste verjaardag van de Turkse republiek, een vliegtuig met 200 kilo dynamiet op het praalgraf van Ataturk tot ontploffing te brengen. Tegelijkertijd zou een gewapende aanval worden uitgevoerd op een politiepost, vlakbij de Fatih-moskee in Istanbul. Het doel van dit kamikazeplan was chaos in Turkije te zaaien en de aandacht te richten op de rigide seculiere wetten.

Kaplan staat aan het hoofd van de Anatolische Federatieve Islamitische Staat, een ultra-fundamentalistische Turkse sekte die vanuit het Duitse Keulen opereert. De organisatie heeft naar schatting 2.000 actieve sympathisanten. Metin Kaplan nam in 1995 de positie over van zijn vader, Cemalettin Kaplan, een voormalige mufti uit Adana die bekendheid kreeg onder de naam `De Zwarte Stem'. Maar omdat ook Yusuf Ibrahim Sofu zich opwierp als de nieuwe leider ontstond een scheuring in de organisatie, die tot op de dag van vandaag voortduurt. Sofu zelf werd vrijwel onmiddellijk vermoord. Kaplan wordt van het aanzetten tot moord op zijn rivaal beticht. Tegen hem loopt een rechtszaak in Duitsland.

De aanslag op het mausoleum van Ataturk in Ankara mislukte doordat de groep, bestaande uit 23 mensen van wie 21 speciaal hiervoor uit Duitsland waren overgekomen, wegens het slechte weer geen toestemming kreeg om een vliegtuigje te huren. Het plan werd uitgesteld tot 10 november, de sterfdag van Ataturk. Maar de politie in Istanbul kreeg hier lucht van en pakte de mannen de afgelopen dagen op.

De Anatolische Federatieve Islamitische Staat wordt ook in Duitsland aangemerkt als gevaar voor de democratie. De Duitse binnenlandse veiligheidsdienst heeft hier in rapporten herhaaldelijk op gewezen. In Turkije wordt onder aanvoering van het leger streng opgetreden tegen fundamentalistische groeperingen.