Scholen plukken schaarse leraren uit opleidingen

Veel lerarenopleidingen komen in de problemen doordat zich te weinig studenten aanmelden. De middelbare scholen schreeuwen juist om extra leraren. Gisteren presenteerde minister Hermans (Onderwijs) zijn plannen om het lerarentekort te bestrijden.

Twee meisjes uit de tweede klas Havo/VWO zijn verliefd op de meester Chris Deinum (21). “Ze zaten de hele les te giechelen en later zag ik dat ze op hun tafel hadden geschreven: `Meneer Deinum heeft een lekker kontje'. “Wat moet je daar nu mee?', vraagt Chris. Hij bespreekt het voorval met drie klasgenoten van de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden (NHL) op de wekelijkse terugkomdag. In het vierde studiejaar geven de studenten vier dagen in de week zelfstandig les als leraar in opleiding (LIO).

Zo weinig mogelijk aandacht aan besteden, is het devies van Onne Folkeringa (23) aan Chris. Hij kent zulke liefdesdrama's. Hij negeerde het ook toen een paar meisjes lieten weten hem een `poepie' te vinden. Terwijl hun leeftijdsgenoten het lerarenberoep massaal de rug toekeren, vinden deze prille studenten het lesgeven juist hartstikke leuk. Orde houden in een klas met leerlingen die maar enkele jaren jonger zijn dan zijzelf, vinden ze vooral een uitdaging. Ze zijn een minderheid: vooral de tweedegraads lerarenopleidingen, waarmee in het beroepsonderwijs, de Mavo en de eerste drie klassen van de Havo en het VWO les gegeven kan worden, kampen met een sterk dalend aantal studenten. En dat terwijl het lerarentekort groeit. Minister Hermans (Onderwijs) stuurde gisteren zijn plannen naar de Tweede Kamer om de dreigende tekorten aan te pakken.

De impopulariteit van de tweedegraads lerarenopleidingen onder jongeren brengt de opleidingen ernstig in de problemen. Sommigen, zoals de NHL, dreigen zelfs te verdwijnen als er niets gebeurt. In 1988 zaten er 3.700 vol- en deeltijdstudenten op deze lerarenopleiding en kende de deeltijdvariant wegens de grote belangstelling een numerus fixus.

Nu schommelt het studentental rond de 1.200.

Het grootste probleem is de noodgedwongen kleinschaligheid van de opleidingen, legt Toin van den Boogaard uit, directeur van de NHL. “Veel HBO-studies kunnen efficient werken, doordat honderden studenten dezelfde vakken volgen. Maar de lerarenopleiding Frans is anders dan natuurkunde of geschiedenis. Die studenten kunnen niet dezelfde propedeuse volgen. Daarom zijn wij per student veel duurder uit.' Daarbij is Friesland dunner bevolkt dan de Randstad, wat het lastig maakt om studenten te trekken.Voor zeven van de zeventien lerarenopleidingen aan de NHL is de situatie kritiek. Die opleidingen hebben minder dan tien studenten en zijn eigenlijk niet levensvatbaar. Maar sluiten brengt ook de overige in gevaar. Van den Boogaard: “Als lerarenopleiding moet je een breed aanbod hebben om aantrekkelijk te blijven. Dus niet alleen Nederlands, Engels en Frans bieden, maar ook piepkleine opleidingen als Fries, economie en natuurkunde. Bovendien vervullen we een maatschappelijke functie in de regio: onze studenten werken later op middelbare scholen in de omgeving.'

Middelbare scholen hebben de nieuwe aanwas van leraren hard nodig. Tot 2005 groeit de werkgelegenheid. De schattingen over het tekort lopen uiteen: volgens het ministerie van Onderwijs gaat het om 2.700 banen, de Algemene Onderwijsbond spreekt van 17.000. Veel scholen hebben nu al moeite met het opvullen van vacatures. Stagiairs van de NHL worden steeds vaker tegen de zin van de school ingezet als vervanger. Leraren worden regelmatig gebeld door scholen die stagiairs een baan willen aanbieden. Vooral studenten economie en exacte vakken zijn geliefd en worden bijkans uit de schoolbanken geplukt.

Een leraar aan de NHL: “Ik moet dan praten als brugman zodat ze eerst hun opleiding afmaken.'

Van den Boogaard maakt zich zorgen over de kwaliteit van de leraren. Terwijl er juist meer van hen gevraagd wordt, ze moeten met computers kunnen omgaan en bekend zijn met nieuwe lesmethoden als zelfstandig leren, vullen scholen de vacatures steeds vaker op met onbevoegde leraren. Hij krijgt vaak de vraag of hij niet kan zorgen voor een stoomcursus leraarschap. “Maar wij kunnen er natuurlijk niet voor zorgen dat mensen op een achternamiddag hun lesbevoegdheid halen.'

Vroeger hadden leraren aanzien en stond het vak bekend om de lange vakanties en de gunstige arbeidsvoorwaarden. Nu is het eerder omgekeerd. Het lerarenberoep heeft een onaantrekkelijk imago en een lage status, beaamt collegevoorzitter Frans Kuipers van de NHL: “Jongeren vinden het vak zwaar, zien weinig carrieremogelijkheden en een mager salaris. Je wordt gezien als een `looser' als je leraar wilt worden, terwijl je vriendjes op de HEAO al in het derde jaar worden benaderd of ze hun leaseauto vast willen uitzoeken.'

Toch zijn er nog altijd jongeren met een roeping. Martine Rozenberg (23), vierdejaars Engels, wilde haar hele leven al lerares worden en vindt het les geven aan pubers juist een feest. Ze heeft nooit over een ander beroep nagedacht. “Ik ben een idealist', zegt ze. “En ik vind plezier in mijn werk belangrijker dan geld.' Karin Greydanus (20) twijfelde wat langer voor ze besloot Duitse les te willen geven. Ze was gek op die taal steengoed in de naamvallen en volgens haar vader voor het leraarschap geschapen. “Bijna iedereen vindt Duits een lelijke rottaal, ik moest constant mijn keuze verdedigen.' Haar klasgenoot Hildo Holbrands (20) beaamt dat en ziet het als zijn taak om daar verandering in te brengen: “Dat negatieve imago van het Duits komt door die oorlog. Ik wil laten zien dat Duits ook leuk kan zijn.'

    • Sheila Kamerman