OXFORD ECONOMIC PAPERS

Economen, politocologen en andere wetenschappers zijn geneigd om het ontstaan van burgeroorlog toe te schrijven aan etnisch-linguistische verschillen. Dat klopt niet want burgeroorlogen ontstaan net zo vaak en net zo snel in landen zonder die verschillen. Armoede is de belangrijkste oorzaak van burgeroorlog. Daarom zijn er sinds 1960 naar verhouding de meeste burgeroorlogen gevoerd in Afrika.

Dat is de conclusie van een onderzoek naar het ontstaan van burgeroorlog. Paul Collier en Anke Hoeffler van Oxford University doen verslag van hun bevindingen in de Oxford Economic Papers. De auteurs hebben in hun onderzoek gegevens gebruikt uit 98 landen waarvan er 27 te lijden hadden van burgeroorlog. De kans dat er burgeroorlog ontstaat wordt kleiner naarmate het hoofdelijk inkomen groeit. In een land waar dat de helft bedraagt van het gemiddelde is de kans op burgeroorlog ruim vier keer zo groot als in een land met een hoofdelijk inkomen dat twee keer zo hoog is als het gemiddelde. Ook blijkt dat de duur van een burgeroorlog korter is naarmate het inkomen hoger is.

Het bezit van natuurlijke hulpbronnen maakt de situatie erger, tenzij er heel veel van zijn. Een land met natuurlijke hulpbronnen heeft gemiddeld ruim vier keer zoveel kans op burgeroorlog dan een land zonder. Bovendien bleek dat de kans op burgeroorlog groter is en dat hij langer duurt naarmate de bevolking van een land groter is. Daarmee wordt immers ook de neiging tot afscheiding groter, menen de auteurs. Het feit dat Afrika sinds 1960 het continent is met de meeste burgeroorlogen is vooral te wijten aan het feit dat het het armste continent is.