Oorlogsverleden haalt de Sakic' en Kroatie in

Het echtpaar Sakic is weer thuis: gisteren werd, viereneenhalve maand na haar man Dinko, Nadja - alias Esperanza - Sakic door Argentinie uitgeleverd aan Kroatie, waar het echtpaar terecht zal staan wegens oorlogsmisdaden, begaan in de Tweede Wereldoorlog.

De nu 76-jarige Dinko Sakic was van december 1942 tot begin 1944 ondercommandant en daarna tot oktober 1944 commandant van het concentratiekamp in Jasenovac, waar tienduizenden Serviers, joden, Roma (zigeuners) en Kroatische antifascisten zijn vermoord. Zijn latere vrouw Nadja Lubiric was zestien toen ze dankzij haar stiefvader Maks Lubiric een hoge functionaris van het fascistische bewind in het toenmalige Kroatie en verantwoordelijk voor alle concentratiekampen die het ustasa-regime erop na hield om van zijn etnische minderheden af te komen, bewaakster werd in het kamp van Stara Gradiska. Later ging ze als bewaakster naar Jasenovac. De twee trouwden in 1944 en ontvluchtten Kroatie na de oorlog. Vanaf 1947 leidden ze een teruggetrokken leven in Santa Teresita (Argentinie). Begin dit jaar werden ze ontdekt toen Dinko Sakic zelf zijn oorlogsverleden op de Argentijnse televisie uit de doeken deed.

Jasenovac, het Auschwitz van de Balkan, was het beruchtste concentratiekamp in de fascistische vazalstaat van de nazi's die Kroatie in de Tweede Wereldoorlog was. Over het aantal mensen dat er werd vermoord wordt door historici nog steeds getwist. De Amerikaanse regering liet in mei van dit jaar weten over Duitse documenten te beschikken die in de oorlog werden buitgemaakt en die melding maken van 120.000 doden tot december 1943 (het kamp bleef bestaan tot mei 1945). In Gradiska waren volgens die documenten in diezelfde periode 80.000 mensen vermoord. Dat zijn de enige werkelijk betrouwbare cijfers. Andere schattingen zijn ofwel overdreven - de Serviers beweren dat er 700.000 mensen in Jasenovac zijn vermoord - of veel te laag. Zo gaan Kroatische historici uit van 85.000 doden.

Franjo Tudjman, de president van Kroatie, militair historicus van beroep, rept in een van zijn boeken van `slechts' 35.000 moorden in Jasenovac. Voor zijn critici staat Tudjman dan ook bekend als de `auteur van de Jasenovac-mythe'. Vast staat in elk geval dat de slachtoffers van Jasenovac vaak op dermate beestachtige wijze zijn vermoord dat zelfs de Duitsers er in hun berichten naar huis schande van spraken.

Voor ex-kampcommandant Dinko Sakic en zijn vrouw Nadja (die zich in Argentinie Esperanza is gaan noemen) gebeurde er in Jasenovac niets dat niet door de beugel kon. Tegen het Kroatische weekblad Magazin zei hij dit jaar “trots' te zijn op wat hij in de oorlog heeft gedaan. “Er zijn geen staten in de wereld die geen gevangenissen en kampen hebben en iemand moet dat ondankbare werk doen', aldus Sakic. “Als we mensen doodschoten, dan op basis van de wet. Er was een wettige staat en de wet werd toegepast. (...) Als me die taak vandaag zou worden aangeboden, zou ik hem accepteren.'

In andere vraaggesprekken zei Sakic dat er in Jasenovac helemaal geen mensen werden vermoord: iedereen die er stierf, stierf een natuurlijke dood. Tijdens zijn periode als commandant was het, zo zei hij geen enkele bewaker toegestaan gevangenen aan te raken. “Dat was verboden. Ik praat niet over hoe het was voor ik kwam of nadat ik was vertrokken, maar toen ik er was mocht niemand een ander aanraken.' Nadja dichtte haar Dinko na zijn aanhouding in Argentinie een “babyblank' geweten toe.

Er zijn evenwel getuigen - overlevenden van Jasenovac - die er heel andere herinneringen op na houden. Onder Sakic' leiding werden tienduizenden mensen om het leven gebracht. In zeker drie gevallen heeft de commandant volgens hen gevangenen persoonlijk vermoord, onder wie twee joden die de naam van een andere gevangene niet wisten en daarom werden doodgeschoten.

Nadja wordt beschuldigd van onder andere foltering, intimidatie, het toepassen van collectieve straffen en mishandeling als gevolg waarvan “een groot, maar niet precies vast te stellen aantal mensen' is omgekomen.

De vraag is wat voor proces het echtpaar in Kroatie te wachten staat. Het Kroatie van Tudjman heeft moeite met het oorlogsverleden. Het aantal slachtoffers van het Kroatische fascisme wordt van officiele zijde gebagatelliseerd en alles wat aan de oorlog doet denken wordt weggepoetst. In mei betoogden 1500 Kroaten in Zagreb op het centrale Plein van de Grote Kroaten, met de eis dat het plein zijn oude naam zou terugkrijgen: Plein van de Slachtoffers van het Fascisme. Op dat plein stond ooit het hoofdkwartier van het ustasa-regime. Het was ook de plek waar duizenden gevangenen voor de kampen werden geselecteerd. Zij werden na 1945 met een plaquette herdacht, die door Tudjman werd weggehaald toen het plein een nieuwe naam kreeg. Het bewind in Zagreb geeft zich van tijd tot tijd over aan wat het blad Feral Tribune omschreef als “een opportunistisch, decoratief antifascisme', goed voor wetenschappelijke conferenties en internationale herdenkingen, maar doet weinig of niets om de daders van toen te vervolgen: naar landen als Argentinie gevluchte oorlogsmisdadigers als Ivo Rojnica - in de oorlog ustasa-chef in Dubrovnik - kunnen Kroatie ongehinderd bezoeken en vraaggesprekken weggeven. Velen in Kroatie gaan ervan uit dat de regering in Zagreb alleen maar heeft gevraagd om de uitlevering van het echtpaar Sakic om te voorkomen dat Joegoslavie dat zou doen: in Belgrado zou men weinig moeite hebben de Sakic' tot hun dood achter de tralies te houden.