Korthals verruimt gebruik DNA-testen

De rechter-commissaris krijgt ruimere mogelijkheden om verdachten van zware misdrijven te dwingen een DNA-onderzoek te ondergaan. Dit blijkt uit een wetsvoorstel dat minister Korthals van Justitie vanmorgen naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Straks kan de rechter-commissaris (onderzoeksrechter) dwang opleggen als dat “in het belang van het onderzoek is'. Dat criterium biedt meer mogelijkheden dan het huidige, dat uitgaat van situaties waarin DNA-onderzoek “dringend noodzakelijk' is.

Het wetsvoorstel maakt ook uitbreiding van de registratie van DNA-profielen mogelijk. Dat moet meer succes opleveren bij de opsporing van daders van gewelds- en zedendelicten. Door een vergelijking met opgeslagen materiaal kan worden nagegaan of een verdachte ook schuldig is aan andere, nog onopgeloste zaken.

Het wetsvoorstel regelt ook dat voortaan een uitstrijkje van het wangvlies kan worden gemaakt om DNA-materiaal te verkrijgen. Dat is minder ingrijpend maar net zo betrouwbaar als bloed afnemen. DNA-onderzoek waarbij van verdachten `lichaamsmateriaal' wordt afgenomen, kan alleen bij misdrijven waarop een gevangenisstraf van acht jaar of meer staat. In enkele gevallen mag het ook bij delicten waarop zes jaar of meer staat.

Twee weken geleden stelde het ministerie van Justitie 750.000 gulden beschikbaar gesteld voor een DNA-onderzoek naar de Utrechtse serieverkrachter. Daarin worden zo'n tweeduizend DNA-profielen vergeleken met het DNA-materiaal van de serieverkrachter. Politie en justitie willen ook de DNA-gegevens van ongeveer driehonderd andere mannen vergelijken met het profiel van de verkrachter. Het gaat om mensen die in de loop van het onderzoek in beeld zijn gekomen. Hun medewerking kan alleen op basis van vrijwilligheid. (ANP)