KC Boutiette en zijn duel met de ladder; Amerikaanse allrounder succesvol in Nederlandse schaatsmarathons

De Amerikaanse schaatser KC Boutiette (28) won twee weken geleden als tweede buitenlander een Nederlandse schaats- marathon. In Deventer won hij afgelopen zaterdag opnieuw.

Geen bloemen, geen champagne en al helemaal geen speeches. Ondanks zijn opvallende uiterlijk is KC Boutiette wars van `aandachttrekkerij' zoals hij het zelf omschrijft, “Ik hoef niet zo nodig op de voorgrond te staan.' En dus is hij niet zo dol op de officiele plichtplegingen na afloop van de door hem gewonnen schaatsmarathon in Deventer. “Op dit soort momenten wil ik gewoon naar huis.'

Naar huis is in dit geval Heerenveen. Daar woont Boutiette sinds de zomer van dit jaar. De voormalig wereldkampioen skeeleren die pas in 1993 begon met schaatsen wil goed presteren op de grote schaatstoernooien. Om technisch beter te leren schaatsen en fysiek sterker te worden, rijdt Boutiette (spreek uit: Boetie) marathons.

Met als resultaat dat de Amerikaan als tweede buitenlander in de geschiedenis van de Nederlandse schaatsbond een marathon won. Dat gebeurde twee weken geleden in Utrecht waarna Boutiette zaterdag in Deventer die prestatie herhaalde. Zelf kijkt het Amerikaanse lid van de ploeg Buiter Beton, met Erik Hulzebosch, nog het minst op van zijn overwinningen. “Het is leuk, meer niet. De mensen moeten zich er niet zo druk om maken. Zelf kijk ik nogal luchtig tegen die zeges aan. It's not a big thing for me.'

De opvallend ogende Boutiette - getooid met een tongpiercing, ringbaard en tatoeage op de enkel - leeft bij de gratie van de dag. Wat vandaag niet lukt, lukt morgen wel. “Ik ben easy, rustig en bescheiden. Ik heb genoeg van het leven gezien en voldoende meegemaakt. Mij krijg je niet meer gek.' Dat was vroeger wel anders. Boutiette, opgegroeid in Washington, was een opvliegende jongen. “Ik leidde ook niet bepaald een stabiel leven.'

Boutiette was talentvol met skeeleren.

Hij verhuisde zes jaar geleden naar het Los Angeles, waar het warmere klimaat geschikter was om zijn sport uit te oefenen. Met de Amerikaanse skeelerploeg trainde Boutiette in Colorado en Millwaukee. Hij kwam niet meer thuis. “Vooral in het begin had ik het daar moeilijk mee. We hadden een hechte familie, trokken altijd met elkaar op. Als de skeelertraining was afgelopen voelde ik me vaak eenzaam. Ik zat niet lekker in mijn vel en deed vervelend tegen andere jongens uit de ploeg.'

Nadat hij aanvankelijk met skeeleren en inline-skaten zijn brood verdiende, begon Boutiette vijf jaar geleden met schaatsen. Zijn vriend en landgenoot Eric Flaim, de voormalige wereldkampioen bij de allrounders, wilde hem op die manier door een moeilijke periode loodsen. Boutiette: “Mijn vriendin had me aan de kant gezet. Ik wilde een nieuw leven beginnen. Daar hoorde ook een nieuwe sport bij.'

Boutiette bleek talentvol op de schaats. Vorig seizoen werd hij vijfde bij het WK allround in Heerenveen en eindigde hij als vijfde op de olympische 1.500 meter. Het succes kwam hem niet aanwaaien. “Ik heb altijd hard moeten trainen. Schaatsen kon ik absoluut niet. Ik had een slechte techniek, mijn voeten deden altijd pijn.'

Gerard Kemkers in die periode bondscoach van de Amerikanen, nam Boutiette onder zijn hoede. “Hij heeft me geleerd om me goed voor te bereiden op een wedstrijd. Ik was altijd enorm gefixeerd op een race, als ik een fout maakte werd ik woest op mezelf. Gerard leerde me om koel en rustig te analyseren wat er verkeerd was gegaan. Ik moest goed leren omgaan met de agressie die in me zat.'

Boutiette dacht vaak aan stoppen. “Dan nam ik weer eens een bocht te ruim en wilde ik meteen mijn schaatsen in brand steken.' Toch hield hij vol.

“Ik spreek altijd over `de ladder'. Ik beklom steeds een ladder, maar die werd elke keer vlak voordat ik boven was, omgetrapt. Dan moet je het opnieuw proberen. Nu heb ik geduld, en beklim ik die ladder weer. Ik ben bijna boven en de ladder staat nog steeds rechtop.'

In het land van de klapschaats voelt Boutiette zich inmiddels thuis. Als hij niet schaatst, loopt hij hard fietst hij of zit hij achter de computer met aansluiting op het Internet. “Ik ga ook weleens buurten bij bekenden of naar een wedstrijd free-fight kijken met Falko Zandstra. Kun je ook goed mee stappen trouwens, met Falko.'

Werken of studeren doet Boutiette niet. “Ik kan leven van het schaatsen. Maar denk nu niet dat ik een luie jongen ben. Ik heb een working background, moest altijd zelf mijn geld verdienen. Mijn vader werkte in de fabriek, ook mijn moeder kluste bij. Als je in Amerika woont zijn er twee mogelijkheden: of je hebt geld, of je hebt het niet. Wij hadden het niet.' Met die achtergrond kijkt Boutiette weleens vreemd aan tegen Nederland. “Als je je hier kapot werkt, moet je 60 procent belasting betalen. En waarvoor? Voor sommige gasten die niet willen werken.'

Volgend jaar maart wil KC Boutiette terugkeren naar zijn familie en zijn vriendin. Wat hij precies in de Verenigde Staten gaat doen, weet hij nog niet. “Ik leef day by day, ik zie wel wat er op me af komt. Het lijkt me leuk om schaatstrainer te zijn. Ach, ik verzin wel iets aardigs.'

`Gerard Kemkers heeft me geleerd rustig te blijven'