Japans roer moet om

Een stroom van berichten en beschouwingen stort zich over ons uit betreffende de financieel-economische toestand in de wereld. Bijna al het nieuws is slecht. Weliswaar rust er een taboe op de term depressie, maar in Azie en Rusland heerst op zijn minst een recessie, en Latijns-Amerika wankelt.

Centrale bankiers als Duisenberg en Wellink waarschuwen tegen paniek maar dat zijn ze een beetje aan hun ambt verplicht. Ze waken tegen financiele laksheid als pausen tegen het zondigen. Erg zot maakte alleen het NOS-journaal het door te stellen dat het poldermodel Nederland voor economische rampspoed zou sparen. En ook herinnert de Tweede Kamer zich gegeneerd de wereldvreemde prietpraat over meevallers in het debat over de regeringsverklaring. Het is navelstaarderij in een open economie.

Het nieuws is slecht, maar erger is nog dat de leidende figuren in de wereldeconomie niet in staat zijn gecoordineerd goede richting aan te geven, maar integendeel onderling sterk verschillende boodschappen afscheiden. De landen in recessie verwachten van de G-7 en IMF meer engagement, nieuwe kredieten en hulp bij het aanbrengen van sociale vangnetten, terwijl de rijke landen tegelijkertijd meer de nadruk leggen op het afschrijven van slechte leningen, het bestrijden van corruptie en nepotisme en het voeren van een gezond financieel-economisch beleid.

Je krijgt te horen dat we in een crisis van banken en financiele markten zitten, die weinig van doen heeft met de prestaties in de reele economie. Maar in de recessiegebieden stijgt de werkloosheid en zakken tientallen miljoenen mensen reeel onder de armoedegrens. Bankiers, die wij altijd hebben beschouwd als conservatieve en prudente beheerders van de aan hen toevertrouwde gelden, blijken in Azie, Rusland en Latijns-Amerika tekeer te gaan als cowboys. Renteverlaging is de kreet in Amerika, en de Federal Reserve Bank ging al twee keer tot actie over.

IMF-directeur Camdessus ziet ruimte voor een renteverlaging in Duitsland en Frankrijk; sommige linkse regeringsleiders (welke precies is niet duidelijk) in de Europese Unie krijgen slappe knieen als ze herinnerd worden aan het strenge Amsterdamse Pact voor stabiliteit en groei, terwijl Duisenberg in zijn streven naar convergentie van het rentepeil in euroland zo'n verlaging ongepast vindt.

De nieuwe Duitse minister van Financien wil lagere rente en grote, keynesiaanse financiele injecties. Je denkt daarbij onwillekeurig terug aan de eerste twee rampzalige jaren van de Franse president Mitterrand toen de geldkraan ook werd opengezet.

De hamvraag is nu: hoe lang gaat de crisis duren en hoe diepgravend zal zij zijn? De goeroes strooien variaties rond op het thema van de bal die rond is. Derhalve moet de leek wel vertrouwen op zijn timmermansoog.

Welnu, zegt deze leek, de crisis gaat lang duren en zal ook een flinke uitwerking hebben op de Europese en Nederlandse economie.

Hoe kom ik tot dat oordeel?

Over een ding is iedereen het eens: cruciaal is wat de tweede economie ter wereld, Japan, gaat ondernemen. Cruciaal voor de eigen economie, die nu al een klein decennium, sinds de ineenstorting van de onroerendgoedmarkt, in het slop zit en cruciaal voor Azie dat naar Japanse initiatieven en leiding snakt. Japan moet zijn bankwezen saneren en de kachel van zijn economie opstoken. Daarvoor is inspirerende leiding nodig, bijvoorbeeld door de regering. Maar in Japan is niemand bereid die leiding te geven. Men raadplege daarvoor de geschriften, onder andere gepubliceerd in deze krant, van Karel van Wolferen, een Japankenner die nog nooit in het ongelijk is gesteld.

De top van de Japanse maatschappij is een osmose van bankwezen bedrijfsleven, de bureaucratie en de Liberaal-Democratische Partij (LDP). De machthebbers schuiven elkaar voortdurend de bal toe, waarbij als het even kan niets of niemand voor het blok wordt gezet, omdat zulks gezichtsverlies met zich meebrengt. Wachten dus, afwachten tot het over gaat, is hun credo.

Onder druk van de buitenwereld, vooral van de Amerikanen, worden wel eens maatregelen in het vooruitzicht gesteld of zelfs uitgevaardigd, maar bij de tenuitvoerlegging daarvan komt men in drijfzand terecht.

En het reddingsplan voor de banken dan? Een groots opgezet schema, gedoteerd met tientallen miljarden yen overheidsgeld, voor het afschrijven van slechte leningen en herkapitalisatie van noodlijdende banken. Dat is toch een bewijs van leidinggeven in een stagnerende economie! Vergeet het maar, het is een plan op vrijwillige basis. Geen bank hoeft mee te doen. Als je geen reddingsgeld aanvraagt, lijd je geen gezichtsverlies of, praktischer gezien, hoef je geen lastige vragen te beantwoorden naar het hoe en waarom van je deconfiture. Dit plan geeft geen pas tegen de uitval van de vraag in de Japanse maatschappij.

Met zo'n afwachtende houding zijn de zieltogende economieen van Azie, Korea en Indonesie dan ook niet gediend. Hetzelfde geldt voor de economieen van China, waar devaluatie van de munt nog immer tot de mogelijkheden behoort, en van de Verenigde Staten, waar de betalingsbalans nu al last begint te krijgen van de goedkope importen vanuit Japan. Duurt dat net iets te lang dan schreeuwt het Congres om protectionistische maatregelen.

Inmiddels heeft dan de meer robuuste economie van de Europese Unie, die straks gelukkig nog een lift-up krijgt door EMU en euro, haar betrekkelijke immuniteit voor invloeden van buiten moeten prijsgeven. Groeivertraging, haperende investeringen, regeringen die het stabiliteitspact als een keurslijf ervaren, wegschuiving van de uitbreiding van de EU, etcetera.

Een te negatieve kringloop? Een te pessimistische visie? Ik hoop het. De doorbreking van de huidige verlamming moet echter voor een belangrijk deel uit Japan komen en zo'n activisme is niet des Japans. We zullen het millennium in sombere stemming verlaten.