Honderd blafherten op Veluwe en in Achterhoek

Op de Veluwe zijn deze zomer blafherten, ook bekend als muntjaks, gezien. Volgens de Faunawerkgroep van de Vrienden van de Hoge Veluwe zit er in Nederland sinds enige tijd een populatie van ongeveer honderd blafherten in de Achterhoek en op de Veluwe.

Dat schrijft M. Hijink, voorzitter van de Vrienden van de Hoge Veluwe in De Veluwenaar, het tijdschrift van de stichting Jac. Gazenbeek uit Barneveld. Volgens Hijink hebben de natuurvrienden tijdens de jaarlijkse inventarisatie van voorkomende diersoorten op de Veluwe diverse nieuwe grotere diersoorten aangetroffen.

Het blafhert of muntjak is afkomstig uit Zuidoost-Azie. Het is een roodbruin minihert met een heel klein gewei en slagtandachtige hoektanden. De nogal agressieve diersoort vecht flink tijdens de bronsttijd en stoot dan blafgeluiden uit. Het blafhert is volgens Hijink via Engeland in Nederland gekomen. In Engeland ontsnapten muntjaks uit een dierentuin. Het dier kan het Europese klimaat kennelijk goed aan, want in Engeland leven nu naar schatting al 50.000 tot 200.000 blafherten in het wild. Muntjaks richten veel schade aan in jong loofhout. Hijink vreest dat de blafherten wel eens net zo'n plaag kunnen veroorzaken als de muskusrat, die oorspronkelijk uit Noord-Amerika kwam.

De Vrienden van de Hoge Veluwe hebben ook wasberen waargenomen. Deze zijn waarschijnlijk vanuit Duitsland naar Nederland gekomen. Het is bekend dat er in Duitsland wasberen uit pelsdierfokkerijen ontsnapt zijn. Daarnaast zagen de natuurvrienden voor het derde jaar de uit het Middellandse Zeegebied afkomstige slangenarend. Mogelijk daardoor zijn er minder adders en gladde slangen gevonden.

Hijink voorziet dat er in de komende jaren meer uitheemse diersoorten naar de Veluwe komen. (ANP)