Blair worstelt met keus voor nieuwe hofdichter

Na de dood van Ted Hughes, vorige week, is in Groot-Brittannie de strijd ontbrand over de opvolging van de poet laureate, de nationale dichter. Moet het een kleurling met rastahaar worden of een vrouw?

Ted Hughes, de Britse poet laureate of hofdichter, die vorige week onverwachts op 68-jarige leeftijd overleed, is nog niet begraven of de vraag wie hem moet opvolgen dreigt al een politiek mijnenveld te worden. Formeel benoemt het Britse staatshoofd de `nationale dichter', sinds de zeventiende eeuw een officiele functie aan het hof, maar de premier wordt geacht een bindend advies in te dienen. Of koningin Elizabeth, een bewonderaarster van Hughes, het opnieuw zo treft met de kandidaat is de vraag.

Premier Blair, zelf geen poezielezer, staat voor een lastige opdracht. Met zijn keuze kan hij sleutelgroepen in de samenleving aan zich binden, of van zich vervreemden. Moet het een kleurling met rastahaar worden? Een tienerdichter uit de raphoek? Een vrouw? Of misschien alle drie - want Blairs spin doctors moeten zo'n combinatie opduiken.

Hij laat ermee zien wat zijn eigen smaak is, en ook dat heeft risico's; het laatste wat Blair wil is ouderwets of saai genoemd worden. Misschien neemt hij zijn toevlucht tot het beproefde middel van `klankbordgroepen' opiniepeilingen en een ronde langs culturele en literaire adviesorganen. Misschien vindt Blair de tijd rijp om ook voor deze kwestie het volk officieel te raadplegen, zo is het afgelopen weekeinde gesuggereerd, en zal hij een verkiezing uitschrijven. Per e-mail.

Hughes was, in de woorden van de premier, “een torenhoge persoonlijkheid van de twintigste eeuw'. Maar hoewel er van zijn laatste bundel Birthday Letters binnen een jaar honderdduizend exemplaren over de toonbank gingen, was Hughes ook een beetje wereldvreemd. En nu gaan er stemmen op dat dichters juist excentriek en elitair moeten zijn, willen zij de dichtkunst en de samenleving vooruit helpen.

Mo Mowlam, minister voor Noord-Ierland en `moeder' in Blairs kabinet, gaf dit weekeinde een voorzet. Het moet ex-Beatle Paul McCartney worden, zei ze voor de BBC-radio. “Dat is iemand met wie wij ons identificeren.' Na The People's Princess lijkt nu de tijd aangebroken van The People's Poet.

Blair staat niet alleen in zijn streven om de hofdichter dichter bij het volk te laten staan. De Poetry Society, een landelijke poezievereniging die traditioneel een stem heeft in de procedure, heeft bijvoorbeeld gesuggereerd om de nationale dichter voor een vaste termijn te benoemen zeg vijf jaar. “Je hebt iemand nodig die snel kan reageren op een gebeurtenis, zoals het huwelijk van prins William (de oudste zoon van de Britse kroonprins Charles); het is een moeilijke post', aldus een lid van de vereniging afgelopen zondag in The Observer.

Nu hebben Ted Hughes en zijn voorganger, de in 1984 overleden John Betjeman, tijdens hun termijn wel poezie geschreven voor het koninklijk huis, maar dat was altijd met een knipoog.

Hofdichter: Ideale opvolger Hughes is Schots en vrouwelijk

De gedichten van Hughes en Betjeman waren juist geen odes van de soort die hun zeventiende-eeuwse voorgangers verplicht waren te schrijven - lofdichten op een gewonnen slag, een huwelijk, of het bezoek van een buitenlands gekroond hoofd - maar gedichten die ze toch al hadden geschreven en waar ze achteraf een opdracht aan toevoegden.

Een kandidaat in het traditionele genre heeft zich inmiddels aangediend. Het is Andrew Motion, winnaar van de Whitbread-literatuurprijs en biograaf van onder anderen Philip Larkin, de man die het hofdichterschap voor Ted Hughes weigerde. Op de dag van de begrafenis van prinses Diana publiceerde hij in The Times een rouwdicht dat nu algemeen wordt uitgelegd als zijn sollicitatiebrief.

Of hij het wordt, is de vraag. Motion heeft alles mee, maar als Blair wil scoren werkt dat in zijn nadeel.

Wie ook bijna alles mee heeft is Seamus Heany. Dat hij een van de grootste dichters uit het Britse taalgebied is staat vast. Hij won er in 1995 de Nobelprijs voor de literatuur mee. Hij heeft ook een nadeel: hij is Iers. Maar wie weet, zegt Peter Forbes hoofdredacteur van het tijdschrift Poetry Review. “Misschien denken ze op 10 Downingstreet wel dat hij als hofdichter het vredesproces een nieuwe impuls kan geven.'

Hoge ogen gooit ook Carol Anne Duffy, namens de twee minderheden die Blair graag te vriend zal willen houden: de vrouwen en de Schotten, die komend voorjaar verkiezingen houden voor een eigen parlement. Zij woont in Glasgow en heeft sprookjes van Grimm voor toneel bewerkt en poeziebundels voor jongeren samengesteld.

Of het zou Wendy Cope moeten worden, ook een vrouw, die bovendien `toegankelijke' gedichten schrijft en die weinig opheeft met de literaire salons van de hoofdstad. “Whenever I thought about London poets/ I'd mutter darkley `I hate yer'.' Maar omdat zij weinig opheeft met de `officiele' dichtkunst wordt aangenomen dat zij het laureaatschap zou weigeren.

De functie zelf blijft inmiddels omstreden. Sommigen, zoals Peter Forbes, geloven heilig in het maatschappelijk nut van de hofdichter “Zijn mening over publieke zaken is belangrijk', zei hij vorige week. “Hij geeft poezie een openbare stem.'

Omgekeerd gaf Hughes met zijn campagne “om poezie een grotere rol te geven in de huidige a-spirituele samenleving' het Laureaatschap diepere inhoud.

Anderen, zoals Gerald Kaufman voorzitter van de parlementaire commissie voor cultuur, geloven dat Hughes helemaal geen opvolger moet krijgen. “Moeten wij in deze tijd nog wel een hofdichter hebben?', vroeg hij zich af. Of zoals een anonieme uitgever in The Times van zaterdag zegt:, “Wat moet zo iemand dan bezingen: de verkiezingsoverwinning van New Labour?'