Banken staken joods geld in hun eigen zak

Een aantal Nederlandse banken heeft geld van in de oorlog omgekomen joden in eigen zak gestoken. Directeur H. Blocks van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) gaf gisteren in het RTL Nieuws toe dat er zo'n twee miljoen gulden niet is teruggegeven omdat de rechthebbenden onvindbaar zouden zijn geweest.

De banken zouden na de bevrijding wel hebben geprobeerd de rekeninghouders op te sporen, maar ze erkennen dat dat niet altijd is gelukt. In de jaren zeventig zijn de overgebleven joodse tegoeden aan de winst van de banken toegevoegd. De bedragen zijn gevonden bij de Amsterdamsche Bank, de voorloper van de ABN Amro, en bij de Postbank.

De joodse gemeenschap verwijt de banken dat ze nooit hebben toegegeven dat ze het geld hebben gehouden. Directeur R. Naftaniel van het Centrum Informatie en Documentatie over Israel (CIDI) noemt het ongelooflijk laakbaar dat dat nu pas gebeurt. “De banken hadden in de jaren zestig en zeventig moeten `kikken' en dat hebben ze niet gedaan' aldus Naftaniel.

Hij vindt dat de banken alles hadden moeten proberen om de mensen terug te vinden, temeer omdat in de archieven van de Amsterdamsche Bank een lijst met rekeninghouders is gevonden. Dat de banken die lijst nu niet openbaar willen maken, noemt Naftaniel betuttelend. Volgens hem moeten de Nederlandse banken het voorbeeld van de Zwitserse banken volgen en wel tot publicatie overgaan.

Maar de banken willen daarmee wachten tot de staatscommissie (de commissie-Scholten) die de gang van zaken bij de banken onderzoekt haar conclusies heeft gepubliceerd. Onder voorwaarden zijn de banken wel bereid het geld aan de joodse gemeenschap terug te geven. (ANP)