Asielprocedure

In NRC Handelsblad van 26 oktober suggereert medisch-adviseur De Nooij van de IND dat het medisch `achterdeurtje' een lek is in de asielprocedure. Terecht meldt hij dat de asielprocedure in Nederland dusdanig uitputtend lang is dat mensen meer medische klachten ontwikkelen maar tegelijk wordt een beeld geschetst van asielzoekers die medische zaken misbruiken in hun procedure.

Als arts gespecialiseerd in hulpverlening van asielzoekers en vluchtelingen, wil ik een ander beeld schetsen. Veel asielzoekers zijn persoonlijk geconfronteerd met oorlog en geweld. Geweldservaringen zijn een risico voor de gezondheid en kunnen gezondheidsproblemen geven. Uit onderzoek blijkt dat beperking van deze problemen mogelijk is als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: het onderkennen en erkennen van traumatische ervaringen; het creeren van een duidelijk en veilig opvangklimaat; en het bieden van gelegenheid om snel weer zingevend bezig te zijn.

Veel asielzoekers verblijven jarenlang in opvangcentra in afwachting van een beslissing op hun asielaanvraag. In deze omstandigheden kan er nauwelijks sprake zijn van een normale verwerking van de doorgemaakte ervaringen. Het is dus logisch dat een deel van de asielzoekers psychisch ziek wordt. Niet in het eerste jaar, ook nog niet in het tweede jaar, maar wel in het derde, vierde of vijfde jaar, als de uitputting toeslaat. In 1996 hebben Vluchtelingenwerk en de Stichting Pharos bij de politiek aandacht gevraagd voor het ziekmakende effect van de te lange procedure en opvang in centra. Het is dus niet verwonderlijk dat de IND nu geconfronteerd wordt met meer medische claims. Het is voor een belangrijk deel het gevolg van het gevoerde beleid en goedbeschouwd is hiervoor al in 1996 gewaarschuwd.

Het betitelen van medische claims als een procedurele `achterdeur' beschouw ik als een zoveelste poging tot stemmingmakerij in het asielbeleid en draagt niet bij tot het zo noodzakelijke inhoudelijke debat.