Archeologen uit Leiden vinden sieraden in Syrie

Een archeologisch team van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden heeft in een Syrische ruineheuvel, niet ver van de Turks-Syrische grens veertien gouden voorwerpen gevonden. Het gaat om ringen, oorbellen zettingen van edelstenen en sieraden van goud, brons en het toen kostbare ijzer, die in de 12de eeuw voor Christus in een crematiegraf zijn meegegeven. “We hebben al eerder urnen gevonden en daarin dit type objecten aangetroffen, maar deze vondst is verreweg de rijkste', aldus Peter Akkermans, de Leidse conservator die leiding geeft aan de internationale groep van 21 archeologen en studenten.

Het team, dat dit jaar voor de tiende keer van de Syrische overheid in Tell Sabi Abyad mocht graven, vond de afgelopen maanden ook 137 kleitabletten. Dit uitvoerige spijkerschrift-archief van de hoge functionaris Tammite bevatte veel nieuwe kennis over zowel de hierarchie en economie binnen deze vesting als over de interlokale handelsrelaties zoals die met de hoofdstad Assur. Er valt bijvoorbeeld te lezen hoeveel pijlpunten en hennep er moesten worden besteld en hoe landbouwers in andere gebieden assistentie moesten verlenen. Ook vorig jaar vond men trouwens ter plekke nogal wat kleitabletten.

In de nu net ontdekte asurn zaten verder nog honderden kralen en hangers van steen, been en faience. Het type sieraden duidt op handelscontacten tussen Tell Sabi Abyad en Libanon en Egypte. “Dat zie je aan het kraaltje van een kikker en aan een scarabee, die komen uit Egypte, uit het Middellandse zee-gebied, hoewel ze elders ook zijn gekopieerd', aldus Akkermans. Het graf lag naast de kantoorkamer van Tammite. Dit deel van het woon- en werkcomplex werd destijds wegens brand in grote haast verlaten.

In totaal heeft Akkermans' groep de afgelopen jaren zo'n dertig graven blootgelegd, waarvan vier crematiegraven. Ze liggen aan de westkant van de nederzetting en men heeft geen idee hoeveel urnen daar nog in de grond liggen. Tell Sabi Abyad heeft een omvang van vijftig hectare. De tachtig andere binnen- en buitenlandse opgravingsteams die in Syrie werkzaam zijn buigen zich meestal over een veel groter gebied. “Maar juist compact terrein biedt de mogelijkheid een scherp beeld van zo'n plek in die tijd te krijgen' zegt Akkermans, “en we zijn uitzonderlijk beloond. We stoppen hier als we steeds hetzelfde zouden ontdekken, maar voorlopig is dat niet het geval.

Met dezelfde mankracht, in hetzelfde tempo zouden we driehonderd jaar nodig hebben om dit veertien meter hoge complex helemaal uit te pluizen.' Overigens mag de groep overeenkomstig de internationale regels van de archeologica nog geen kraal mee naar huis nemen. “Hooguit wat monsters, zoals botresten en plantaardig materiaal voor verder onderzoek'.