Anand ziet in Tilburg wat niemand ziet

Ineens ontstond er beroering. Grijpgrage handen verschoven de stukken in de perskamer van het Fontys Schaaktoernooi Tilburg, zoekend naar een dodelijke aanval. Zat Anand misschien in moeilijkheden? De vraag zweefde tussen ongeloof en valse hoop. Kon de bescheiden Vadim Zviagintsev zijn aanval met een stille paardzet onweerstaanbaar maken? Lang duurde de onzekerheid niet. De jonge Rus berekende zijn kansen en berustte in remise door eeuwig schaak.

De eerste vraag die Anand bij binnenkomst in de perskamer mocht beantwoorden was duidelijk. De Indier luisterde met de rust van een geduldige vader en stelde onbewogen: “Ik speel mijn dame naar d7 en met de koning wandel ik op mijn gemak naar de damevleugel.' Zo eenvoudig was dat. Iedereen begreep wat hij bedoelde. Zijn oplossing paste precies, maar niemand was er zelf op gekomen.

De enige troost die Zviagintsev restte was de constatering dat hij als eerste erin was geslaagd om sneller te spelen dan de kwikzilveren Indiase grootmeester. Bovendien was hij trouw gebleven aan zijn stijl. Zviagintsev houdt van originaliteit en heeft de schaaktheorie al verrijkt met verschillende opmerkelijke ideeen. De 22-jarige Moskoviet voegde er een uitgekiend pionoffer aan toe. Een jaar of drie geleden had hij het gevonden en de avond voor de partij had hij er nog eens aandachtig naar gekeken. Anand gaf toe dat enkele vertakkingen hem flink aan het denken hadden gezet, maar uiteindelijk vond hij een speelwijze die de witspeler hooguit een iets voordeliger eindspel beloofde.

Het gemak en de frisheid waarmee Anand rap ratelend als altijd de cruciale varianten oplepelde maakte nog eens ten overvloede duidelijk waarom hij al negen ronden lang onaantastbaar is. Terwijl heel wat spelers zo vlak na de Olympiade klagen over vermoeidheid maakt Anand die niet speelde, een heldere en fitte indruk.

Alleen Peter Leko heeft de schade voorlopig tot een punt achterstand beperkt weten te houden. Maar het is moeilijk voor te stellen dat de Hongaar nog een alles-of-nietspoging zal ondernemen om zijn grote idool te achterhalen. Zijn niemendalletje tegen Lautier wees in ieder geval niet in die richting.

In een Siciliaanse opening bereikte de Fransman tegen Leko met een vroeg kwaliteitsoffer een rimpelloos middenspel dat al na achttien zetten genoeg was voor een half punt.

Interessanter lijkt de vraag of Jeroen Piket in de twee resterende ronden zijn positie nog verder kan verbeteren. Piket bewijst iedere dag weer waarom het geen holle frase was toen hij bij het begin van het toernooi zei dat hij erg veel zin had om te spelen. De topscorer van het Nederlandse team in Elista heeft zijn goede vorm weten vast te houden en klom ten koste van Loek van Wely naar de gedeelde derde plaats. Wat een verbeten gevecht tussen twee rivalen had moeten worden, werd een roemloze nederlaag voor de plaatselijke favoriet. Misschien nam Piket wel een erg praktisch besluit toen hij voor de partij stelde: “Ik denk dat ik vandaag beter zo min mogelijk aan mijn tegenstander kan denken en gewoon moet schaken.'

Van Wely kreeg een pijnlijk lesje openingsstrategie. Met wit raakte hij snel in de verdrukking en bijna geruisloos gleed hij naar de afgrond. In de analyse na afloop zat de Tilburger er ongewoon stilletjes bij. Ook zijn commentaar op het verloop van de partij was summier. Wel gaf hij ruiterlijk toe dat hem in de opening verschillende nuances waren ontgaan. En, weliswaar indirect, dat de beste had gewonnen. “Het is me opgevallen dat onze onderlinge partijen steeds beslist worden door de vorm van Jeroen.'

Een andere vraag, die met steeds meer compassie wordt gesteld, is hoeveel leed er nog is weggelegd voor Viktor Kortsjnoi. De oudste deelnemer is alle houvast kwijt en zwalkt van partij naar partij. Als hij nog een laatste restje zelfvertrouwen had, dan raakte hij dat wel kwijt in zijn partij tegen Vladimir Kramnik.

Vanaf de eerste zet maakte Kortsjnoi duidelijk dat hij uit was op eerherstel. Hij bracht een krachtig pionoffer, bereikte een riante stelling, en toen ja toen deed hij zichzelf weer de das om op een manier die moeilijk met droge ogen aan te zien was.

Dit keer kon Kortsjnoi zelfs de moed niet meer opbrengen om samen met Kramnik in de perskamer de kritieke momenten van de partij door te nemen. Alleen voor een kort praatje met gastgrootmeester Genna Sosonko wilde hij op weg naar de uitgang even de pas inhouden. In al zijn vriendelijkheid kwam Kramnik er ook nog even bij staan. Dat had hij beter niet kunnen doen. Kortsjnoi had weinig behoefte aan objectieve analyses. Driftig beet hij Kramnik toe: “Met u wil ik helemaal niet praten. U speelt alleen maar op trucjes.'