Aanhalingstekens

Het duel tussen Wouter Huibregtsen en Hans van Wissen zou best eens van langere duur kunnen worden, want nu de eerste ronde min of meer door de vroegere voorzitter van NOC*NSF is gewonnen, heeft de Volkskrant al laten weten in hoger beroep te gaan.

Het is een absurde geschiedenis. Wordt er eindelijk een echte kroonprins toegelaten tot het Internationaal Olympisch Comite klinken uit het Olympisch kamp in Nagano kreten als `judas', `lafaard' en `saboteur'. Met twee van die drie kwalificaties is iets aan de hand, want het wordt onzeker geacht of Huibregtsen ze letterlijk heeft gezegd. Maar zeg, dat hij ze niet letterlijk op de tong heeft genomen, maar wel degelijk instemmend heeft geknikt of “ja, ja' heeft gemompeld toen Van Wissen ze hem in de mond legde - maakt dat in wezen zoveel uit?

De fout is vooral, dat Van Wissen aanhalingstekens heeft gebruikt. Want daarmee geef je als journalist aan dat bepaalde dingen letterlijk zo gezegd zijn. Ons is destijds altijd geleerd, nooit aanhalingstekens te gebruiken als wij niet de letterlijke tekst wilden (of konden) weergeven. Daarom verbaasde het mij zo dat de hoofdredacteur van de Volkskrant nogal luchthartig sprak over een paar aanhalingstekens die volgens de rechter niet op de goede plaats hadden gestaan of zouden hebben gestaan.

Dan is er de kwestie van de vriend (Van Wissen) die liever journalistiek scoorde dan zijn vriendschap overeind te houden. Als er sprake was van echte vriendschap tussen die twee dan zou de journalist zijn gesprekspartner gewaarschuwd hebben voordat hij tot publicatie overging. Aan de andere kant heeft hij (Huibregtsen) de ander wel hevig in verlegenheid en vooral in verleiding gebracht om een sensationele uiterst-belangrijke primeur in zijn krant te plaatsen. De rol van Huibregtsen, hoe onbesuisd hij ook te werk is gegaan, ziet er sympathieker uit dan die van Hans van Wissen. Zo gaat het met dolkplanters. Kan het zijn dat Huibregtsen geknipt is voor de rol van ruwe bolster blanke pit terwijl hij er bij Van Wissen gewoon is ingestonken?

Een derde punt is de kwestie van de kandidaatstelling voor een plaats onder de zon van het IOC-bestuur. Huibregtsen wilde daarin met alle geweld doordringen hoewel hij wist in Anton Geesink een geharnaste tegenstander te hebben die bovendien onder een hoedje speelde met Samaranch. Vermoedelijk heeft Huibregtsen Geesinks invloed onderschat. Maar ik zal u iets anders vertellen: indien het werkelijk om versterking van het Nederlandse aandeel in een grote internationale organisatie ging, zonder aanzien des persoons dan had Huibregtsen zijn kandidatuur moeten intrekken ten gunste van die van Ard Schenk, de enige sporttechnische insider van alle kandidaten. Maar iedereen wilde zo graag, ervaring, aanleg en vrijheid van spreken of niet dat het een onzuivere finish werd, waarin allen klappen opliepen.