Viktor Kortsjnoi bevestigt reputatie oude knorrepot

Aruna, de vrouw van Viswanathan Anand, keek verrast op van haar borduurwerk en vroeg: “Is hij nu al klaar?' Met lichte verontwaardiging voegde ze er vrolijk aan toe: “Nog voordat ik eraan toe ben gekomen om koffie te nemen.'

De overige aanwezigen bij het Fontys Schaaktoernooi Tilburg keken ongemakkelijk naar de monitor die de partij Anand-Kortsjnoi weergaf. Na iets meer dan een uur spelen en niet meer dan negentien zetten was midden in beeld de uitslag 1-0 verschenen. Wie al iets durfde te zeggen fluisterde, want elk moment kon de ongelukkige Viktor Kortsjnoi binnenkomen. Niet om te analyseren, maar om zijn hart te luchten.

Kortsjnoi maakte zijn reputatie waar. Met een nors gezicht stapte hij af op Elizbar Ubilava, de secondant van Anand, en voegde hem afgemeten toe: “Zeg maar tegen hem dat hij een lafaard is. Een lafaard.' Meer wilde hij over de partij niet kwijt. Nukkig koos hij een stoel en daar bleef hij nog zo'n vier uur ongenaakbaar commentaar leveren op alles wat hem wel en niet beviel in de overige partijen.

Waarom Anand een lafaard was geweest bleef onduidelijk. De Indiase grootmeester begreep ook wel dat deze sneer van de oudste deelnemer meer over Kortsjnoi zei dan over hemzelf, maar toch, leuk vond hij het niet: “Ik sta perplex. Heeft hij dat werkelijk gezegd? Allemachtig.' Misschien, redeneerde Anand, was Kortsjnoi teleurgesteld dat hij geen Frans kon spelen. Of was het alleen maar een uiting van diepe teleurstelling over de onhandigdheid waarmee hij zichzelf in een paar zetten in onoverkomelijke moeilijkheden had gebracht.

Anand concludeerde dat Kortsjnoi normaal gesproken wel een taaie tegenstander is, met een doortimmerd, lastig te bestrijden openingsrepertoire. Kortom, er was alle reden blij te zijn met deze vlotte beslissing die zijn eerste plaats versterkte en hem ook nog eens een extra rustdag opleverde. Wat nog niet wilde zeggen dat hij die vrije dag ging opnemen.

Geconcentreerd bleef ook Anand de ontwikkelingen aan de andere borden volgen, waarbij zijn aandacht uitging naar het duel dat Vladimir Kramnik en Loek van Wely aan het uitvechten waren.

Van Wely trok het initiatief naar zich toe. Een nieuw openingsidee dat hij uitvoerig had bekeken met zijn secondant Cifuentes sorteerde het beoogde effect. Kramnik miste een belangrijke finesse en raakte er steeds meer van overtuigd dat hij verloren stond. Toen pas toonde hij zijn klasse en klopte hij met een hardnekkige verdediging net voldoende tegenspel op om de remise veilig te stellen. Van Wely reageerde teleurgesteld. Hij kon het zichzelf moeilijk vergeven dat hij zo'n belangrijk nieuwtje niet zorgvuldiger had behandeld. Vol zelfkritiek concludeerde hij: “Hij zat met zijn hoofd voor de geweerloop, maar veel meer dan een paar losse flodders kon ik niet afvuren.'

Van Wely bleef daarmee staan op een score van vijftig procent, net als Jeroen Piket, die met de schrik vrijkwam in zijn partij tegen Michael Adams. Piket volgde een openingsidee dat hij met Jan Timman in Elista had voorbereid. Alles ging goed totdat Adams met een lakonieke afwijking een pijnlijk vraagteken plaatste bij het witte idee. Piket bood Adams op het juiste moment remise aan.

De enige speler behalve Anand die vooruitgang boekte was Peter Leko. De jonge Hongaar wordt vaak afgeschilderd als een behoedzame schuiver. In dat vooroordeel zit een kern van waarheid, maar wie met Leko een fel tweesnijdend gevecht wil aangaan, kan zonder meer op zijn medewerking rekenen. Zoals ook de Bulgaar Veselin Topalov mocht ondervinden. Hij verloor na een gecompliceerd middenspel.