Saddam heeft heel goede kaarten in handen

Bij de Verenigde Naties kwam het aan als een schok, maar in werkelijkheid was niemand verbaasd. Want al maanden verwachtten de diplomaten in New York het einde van UNSCOM, de Commissie van de VN voor de Ontwapening van Irak. De vraag was alleen of UNSCOM langzaam de geest zou geven door gebrek aan steun van de Veiligheidsraad, of snel zou bezwijken door een directe doodsteek van de Iraakse president Saddam Husssein.

De Revolutionaire Commandoraad van Irak en de regionale leiding van de Ba'athpartij beslisten zaterdag onder leiding van Saddam Hussein dat de inspecteurs van UNSCOM hun laatste nog overgebleven stukje werk in Irak moesten staken. Zij mogen niet langer al die fabrieken en installaties controleren, waarin met toestemming van Bagdad camera's staan opgesteld om erop toe te zien dat daar niet alsnog of opnieuw wapens voor massa-vernietiging worden geproduceerd. Als de inspecteurs daar gedurende langere tijd niet worden toegelaten, zal - zo waarschuwt UNSCOM - Irak binnen korte tijd deze verboden wapens kunnen aanmaken.

Volgens Bagdad, dat tevens gewag maakte van “de tolerantie en het geduld' van Irak, zal de samenwerking met UNSCOM pas worden hervat als aan drie voorwaarden is voldaan:

de Veiligheidsraad van de VN moet “eerlijk en positief het recht van Irak onderzoeken op opheffing van het onrechtvaardige embargo';

Richard Butler, het hoofd van UNSCOM, moet worden ontslagen;

UNSCOM dient - anders dan nu - “een neutrale en professionele internationale organisatie' te worden, die “zich verre houdt van spionage, het internationaal beschadigen van Irak en het dienen van de Verenigde Staten'.

Die eisen zijn niets nieuws. Ze werden al op 5 augustus gesteld, toen UNSCOM niet langer inspecties in Irak mocht uitvoeren. De Veiligheidsraad reageerde daarop met een aantal resoluties en uitspraken, waarin geprutteld werd dat Irak dit echt niet kon maken. Maar de Raad deed verder niets en de VS, tot dan de belangrijkste beschermer van UNSCOM, keken de andere kant op.

In Washington wilde men niet opnieuw en vrijwel geheel alleen, zoals in februari, met dure oorlogsvoorbereidingen Saddam op andere gedachten brengen.

De Amerikaanse regering sloeg weliswaar harde taal uit, maar gaf tegelijkertijd te kennen dat Kofi Annan, de secretaris-generaal van de VN, de zaak maar verder moest behandelen. Hij was het toch die in februari met Saddam Hussein een plechtige afspraak had gemaakt over ongehinderde toegang van UNSCOM tot alle plaatsen die de inspecteurs van de VN wilden bezoeken?

Inderdaad deed Kofi Annan zijn uiterste best. Het is bij de VN een publiek geheim dat hij en zijn staf afwillen van het Irak-dossier. Dus zegde hij Bagdad een nieuwe en positieve beoordeling toe van alle Iraakse ontwapeningsinspanningen. Daarmee probeerde hij Saddams beslissing van 5 augustus terug te draaien. Twee weken geleden zei hij dat het onredelijk is te verwachten dat de voorwaarden die de Veiligheidsraad Irak zeven jaar geleden na afloop van de Golfoorlog had opgelegd, volledig kunnen worden uitgevoerd.

Het was dan ook een grote teleurstelling voor Bagdad toen de Veiligheidsraad zich vrijdag uitsprak over de door Kofi Annan toegezegde `algehele beoordeling` van de Iraakse situatie en de voorwaarden voor de hervatting van UNSCOMs werkzaamheden. De Raad zegde in zijn instructiebrief aan Kofi Annan alleen toe “te overwegen' in hoeverre Irak aan de gestelde ontwapeningseisen had voldaan - maar pas nadat Bagdad zijn volledige samenwerking met UNSCOM en het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie (IAEA) had hersteld. Verder werd er op het gebied van de sancties geen enkele toezegging gedaan. De brief van de Raad aan Kofi Annan stelde: “Het is duidelijk dat de leden van de Veiligheidsraad niet al van tevoren de uitkomst van de beoordeling kunnen bepalen.'

Volgens diplomatieke bronnen kwam deze brief na de gebruikelijke schermutselingen tot stand.

Frankrijk Rusland en China wilden, gesteund door een aantal niet-permanente leden vastleggen dat een positief rapport van UNSCOM over de ontwapening van Irak automatisch zou leiden tot opheffing of ten minste versoepeling van de sancties. Zij zeiden er niet bij dat de manier waarop UNSCOM de ontwapening van Irak beoordeelt in de toekomst veel meer op politieke dan op technische overwegingen zou moeten berusten - een werkwijze die door Bagdad al lang geleden werd voorgesteld en consequent als `professioneel' werd aangeduid. Maar dat was duidelijk wel hun bedoeling.

De VS blokkeerden, samen met Groot-Brittannie, deze voornemens. Zij willen dat Irak ook aan andere eisen van de Veiligheidsraad voldoet, zoals het vrijlaten van honderden Koeweiti's, die nog steeds worden gevangen gehouden, en de teruggave van de in Koeweit gestolen goederen. Want president Clinton kan het zich tegenover het Congres niet veroorloven om Irak nu al het einde van de sancties in het vooruitzicht te stellen terwijl Saddam nog steeds aan de macht is. Daarmee was voor Saddam het moment aangebroken om keihard terug te slaan. Hij had al maanden geleden publiekelijk beloofd dat er voor eind dit jaar een eind aan de vervloekte sancties zou komen. En hij heeft nu heel goede kaarten in handen. Zowel de Arabische landen (Syrie in het bijzonder) als Iran beschouwen hem niet langer als een paria en een bedreiging voor henzelf. Zij nemen dezer dagen zelfs deel aan een beurs in Bagdad - wat drie jaar geleden nog uitgesloten was. En Frankrijk en Rusland willen de dollarmiljarden, die zij aan Irak hebben geleend, nu eindelijk terugbetaald krijgen met behulp van de fantastische oliecontracten, die Saddam met hen heeft gesloten.

Ook de andere Europese bondgenoten van Washington staan buitengewoon gereserveerd tegenover een militaire actie tegen Irak, waarvoor geen land - ook niet de VS - grondtroepen wil leveren. Dan blijven alleen bombardementen over, die slechts het gewenste effect kunnen sorteren als ze massaal zijn, maar dan de burgerbevolking hard treffen. Dus voelt de regering-Clinton er buitengewoon weinig voor om zonder duidelijke steun van de Veiligheidsraad militair tegen Irak op te treden.

Amerika's Arabische vrienden, met inbegrip van Egypte en Saoedi-Arabie, zijn namelijk steeds gereserveerder geworden tegenover hun grote Amerikaanse beschermheer. Weliswaar hoopt de regering-Clinton met de thans aangezwengelde vredesbesprekingen tussen Israel en het Palestijnse Bestuur haar aanzien in de Arabische wereld te verbeteren, maar het Arabische enthousiasme voor het in Wye Plantation gesloten akkoord is minimaal.

Want overal in de Arabische wereld hebben de nationalistische gevoelens van weleer opnieuw de kop opgestoken, zoals blijkt uit de Arabische televisie-uitzendingen. Wederom worden de VS aangeduid als een vijandige, imperialistische mogendheid, waar de joden de boventoon voeren en het buitenlandse beleid bepalen. En de als gevolg van de sancties stervende Iraakse kinderen (6.000 per maand volgens Bagdad), die elke avond op de Arabische televisiestations te zien zijn, tonen aan dat de strafmaatregelen van de Veiligheidsraad uitsluitend ten doel hebben het Arabische volk van Irak langzaam uit te moorden en een van de sterkste Arabische staten ten behoeve van Israel te verzwakken. Niet voor niets vertelde de Iraakse vice-premier Tariq Aziz gisteren aan het ook in de Arabische wereld druk bekeken Amerikaanse televisiestation CNN dat Irak zich alleen maar probeert te beschermen tegen Amerikaanse en Israelische spionnen.

“UNSCOM is een tak van de Mossad en de CIA' (respectievelijk de Israelische en de Amerikaanse geheime dienst), voegde hij er ten overvloede aan toe. De paradox doet zich voor dat Saddam als gevolg van de steeds verder oplopende strijd binnen zijn eigen familie en clan in het binnenland zwakker wordt. Maar op buitenlands gebied wordt hij steeds sterker. Het regime van Saddam krijgt opnieuw de legitimiteit die het acht jaar geleden voorgoed leek te hebben verloren. Onder die omstandigheden een militaire actie tegen Irak te ondernemen is dan ook vrijwel ondenkbaar. Saddam weet dat maar al te goed.