Ruzie in verschiet op klimaattop Argentinie

De komende twee weken wordt in Buenos Aires onderhandeld over concrete maatregelen om het broeikaseffect te beperken. Een doorbraak zit er niet in. `Kyoto' was een doorbraak, over `Buenos Aires' is de stemming veel minder positief. De standpunten van de verschillende landenblokken die de boventoon voeren op klimaatconferenties - de ontwikkelingslanden, de Europese Unie en de Verenigde Staten - liggen ver uit elkaar. De bereidheid om tot een akkoord te komen in Buenos Aires, waar vanaf volgende week ook de ministers van Milieu zelf aan tafel zullen schuiven is gering.

Anders dan in Kyoto rust er op de deelnemers geen verplichting concrete resultaten te boeken. Voorafgaand aan de klimaattop in Japan hadden de VS bedongen dat in Kyoto hoe dan ook een cijfer vastgesteld zou worden waarmee de uitstoot van broeikasgassen omlaag moest. Dat gebeurde uiteindelijk op de allerlaatste dag, om drie uur 's nachts, enkele uren nadat de conferentie formeel zou worden beeindigd. De Argentijnse voorzitter, Raul Estrada, maakte handig van de vermoeidheid bij de delegaties gebruik om een akkoord te forceren. Hij verwierp een aantal blokkades tamelijk hardhandig en hamerde de conferentie af, toen uit de plenaire vergadering geen nieuwe bezwaren naar voren werden gebracht. Het Kyoto-protocol met de afspraak de uitstoot van broeikasgassen in de periode 2008-2012 met gemiddeld 5,2 procent te verminderen ten opzichte van het niveau van 1990, was geboren, de delegatieleden gingen naar huis met zware wallen onder de ogen.

Vervolgens ontbrandde een strijd hoe deze reductie moest worden bereikt. De VS hadden in Kyoto zwaar moeten vechten de zogenoemde handel in emissierechten in het protocol te krijgen. Dat lukte, maar het instrument blijft uiterst omstreden. Bij emissiehandel mogen landen of bedrijven een toegewezen emissierecht dat niet gebruikt wordt danwel over is, opkopen om aan de eigen reductieverplichtingen te voldoen.

Een elektriciteitsbedrijf bijvoorbeeld, waarvoor het zeer kostbaar of lastig is te investeren in de reductie van CO2, het belangrijkste broeikasgas, kan bij een ander bedrijf dat wel fors geinvesteerd heeft in bijvoorbeeld windenergie en daardoor emissierechten over heeft, rechten kopen om zijn verplichting te halen.

De VS willen dit systeem zonder veel beperkingen toepasbaar verklaren, maar stuiten daarbij op verzet van met name de Europese Unie. De Europeanen willen dat de handel in emissierechten aanvullend is op nationale maatregelen, zoals een ecotax op energiegebruik en andere uitvoerige energiebesparingsmaatregelen. De vrees bestaat dat zonder beperkingen aan de handel in emissierechten landen en bedrijven aan de verleiding bloot zullen staan het overgrote deel van hun verplichtingen elders af te kopen. Met name Rusland en de Oekraine vormen een bijna onuitputtelijke bron van ongebruikte emissierechten, doordat de economische activiteit er scherp is teruggevallen sinds 1990, het niveau waaraan alle reductieverplichtingen getoetst worden. Amerikaanse bedrijven zouden het gehele Russische surplus kunnen opkopen en daarmee zonder meer aan hun verplichtingen voldoen.

Er moet volgens de EU dan ook een maximum worden gesteld aan wat landen elders mogen opkopen. “Het handelsmechanisme dat in Kyoto overeengekomen is, mag nooit een excuus zijn om eigen verplichtingen te verontachtzamen', zei Europees commissaris Ritt Bjerregaard van Milieu afgelopen vrijdag. De VS wijzen elke beperking van de hand. Onderminister van Handel Stuart Eisenstat zei vorige week dat het Europese standpunt het gehele Kyoto-protocol op losse schroeven zet.

Behalve tegen een sterke industrielobby moet de huidige Amerikaanse regering, die geenszins afwijzend staat tegenover maatregelen om het broeikaseffect te beperken ook opboksen tegen de senaat die het verdrag moet ratificeren.

De senaat heeft al laten weten daar niets voor te voelen met een afgezwakte emissiehandel. De senaat wil daarnaast, en dat is een tweede struikelblok voor de onderhandelingen, dat sterk geindustrialiseerde ontwikkelingslanden zoals China, India en Zuid-Korea zich ook aan een reductiepercentage committeren om concurrentievervalsing tegen te gaan. Tot nu toe geldt de afgesproken reductie alleen voor Westerse industrielanden plus Rusland en Japan.

De ontwikkelingslanden weigeren elke verplichting op zich te nemen. Zij verwijzen naar eerdere afspraken dat de industrielanden het voortouw moeten nemen en menen daarnaast dat zij recht hebben op een vergroting van de uitstoot van broeikasgassen, om de welvaart in hun landen op een hoger niveau te brengen. Zij verzetten zich zozeer tegen de eis zelf verplichtingen op zich te nemen, dat zij de industrielanden erop gaan wijzen dat de percentages die in Kyoto overeengekomen zijn, op geen enkele manier te rijmen zijn met de enorme groei in de uitstoot van broeikasgassen in industrielanden de afgelopen decennia. De ontwikkelingslanden willen hogere reductiepercentages van de industrielanden. “Als opnieuw over die percentages wordt gesteggeld, zijn we alleen nog maar verder van huis' zegt een waarnemer uit de milieubeweging, die verwacht dat in Buenos Aires hoogstens de afspraak zal worden gemaakt pas op komende klimaatconferenties tot besluiten te komen.