Op jacht

Een man wiens vrouw en kinderen hem verlaten hebben, gaat of in een hoekje zitten of op jacht. Ik spreek een klein beetje uit ervaring, want Ariane en de kinderen hebben dit wildvreemde land voorgoed verruild voor Amsterdam.

Laat ik het niet over dat hoekje hebben, want daar zit ik voortdurend en bestaat uit mijn bureau, maar laat ik het hebben over de jaagpartijen. Niet met geweren op groot wild, maar jagen achter de bal en jagen op drank en vrouwen.

Jaarlijks worden hier op de universiteit voetbalwedstrijden georganiseerd, waar ik met mijn stompzinnige vermogen om onvermoeibaar achter een bal aan te jagen trouw aan mee heb gedaan. Het waren meestal vriendschappelijke wedstrijden, hoewel er tegen de finale wel eens vechtpartijen ontstonden. In de afgelopen drie jaar had ik maar liefst een doelpunt gezet. Vreemd genoeg kreeg ik een uitnodiging om voor het universiteitselftal te spelen. Ik dacht dat het een vergissing was of dat ze te weinig spelers haden.

We hebben twee dagen lang tegen teams uit andere delen van Papoea Nieuw Guinea gevoetbald, meestal in de barre zon. Heel toepasselijk speelden we in marronkleurige uniformen waar met kleine letters Ajax - Amsterdam opstond. Ze waren van een nylonkwaliteit en ik ging er raar van zweten. De tweede dag roken ze naar urine.

Sommige Papoea's aten voor iedere wedstrijd een handvol betelnoten of rookten een lange sigaret van krantenpapier gevuld met zware tabak. Ik hield het bij liters thee met melk en spaghetti met kaas, waar sommige Papoea's met groot afgrijzen naar keken. We wonnen alle wedstrijden, maar ik verloor tweeeneenhalve kilo lichaamsgewicht.

Na het voetbalfestijn heb ik mij naar het jaarlijkse Markham Ball begeven, waar de halve elite uit Papoea Nieuw Guinea op afkomt. Jeetje wat een feest, maar het begon niet zo goed. Het voetballen was uitgelopen en ik moest me daarom gehaast douchen, scheren en aankleden. Toen ik de vlinderdas omstroopte kwam er een bloedvlek op de boord van mijn hemd, een scheersnee op mijn hals verraadde de oorsprong.

Gelukkig vond ik een tweede schoon hemd, maar ook daar bleek na het aantrekken een kleine bloedvlek op te komen. Wie dan niet vloekt, kan zich terstond in Veenendaal laten inschrijven. Ik hoopte dat het niet zo op zou vallen, een bloedbevlekt hemd staat in Papoea Nieuw Guinea misschien ook niet zo mal.

Bij het bal aangekomen bleek mijn toegangskaartje van 100 gulden nog in het in de wasmand gegooide overhemd te zitten. Gelukkig werd ik herkend door de Australische mevrouw van de huishoudwinkel, die wij wegens haar bitse toon en hooghartige blik Mrs. Thatcher noemen. Wat is het toch fijn om in een dorp te wonen, bedacht ik me toen ik zonder toegangskaartje de balzaal kon betreden. Daar speelde een politieband swingende dixieland met veel koper en bekkens. De band bestond uit Papoea's en de dirigent was een oude Australier. Als ik oud ben, word ik ook dirigent van een politieband in Papoea Nieuw Guinea. Ik schat dat er zo'n 500 mensen - `whites only' - waren, die allemaal in smoking of glimjurk waren gestoken.

Ik bemerkte dat ik veel van de hoofden herkende van het schuifelen tussen de schappen bij de supermarkt. Hoewel ik hier al drie jaar woon, kende ik slechts een handjevol mensen. Tientallen obers serveerden de hele avond champagne en had ik niet zoveel gedanst en gezweet, dan was ik nu waarschijnlijk al in een aluminium kist naar Nederland verhuisd. Australiers kunnen misschien goed cricket spelen, maar nog geen champagne maken.

Toen ik tegen een uur ging wateren en diagnonaal de zaal doorliep zag ik een zwangere vrouw huilend in een hoekje zitten, een dame die een soort tabledance act opvoerde en op de wc stonden twee Aussi-mannen een wedstrijdje ver piesen te spelen.

Op de terugweg zag dat ik Mrs. Thatcher languit op drie stoelen lag te slapen en nog dieper in de nacht is er gevochten, waardoor er iemand 27 hechtingen opliep. Dat heb ik al niet meer meegemaakt, want toen lag ik al te dromen. Van Ariane. Voorlopig genoeg gejaagd, bedacht ik bij het opstaan.