ERNEST RANGLIN

Dat de Jamaicaanse gitarist Ernest Ranglin op zijn nieuwe cd In Search of the Lost Riddum begeleid wordt door de akoestische band van de Senegalees Baaba Maal heeft veel met zaken te maken. Ook Maal staat onder contract bij het nieuwe label Palm van ex-Island baas Chris Blackwell.

Toch klinkt de ontmoeting (Baal zingt in twee stukjes zelf mee) niet geforceerd, al duurt het soms erg lang voordat iemand zich losmaakt uit wat soms veel lijkt op een jamsession bij een grote pot thee. Naast die van Ranglin zijn er nog twee gitaren te horen plus de 21-snarige koraharp en een banjo-achtig instrument dat hoddu heet. Met ook nog een balafon erbij leidt dat vooral tot vriendelijk getiktak. Pas in Pili Pili (wat `gepeperd' betekent) worden beleefdheden achterwege gelaten en mag de hele club, inclusief de vijf slagwerkers, even op heftig.

Van de drie andere vocalisten naast Maal komt de piepjonge debutante Cisse Diamba Kanoute mee met het orkest waarmee Ranglin (66) zaterdag op de Nijmeegse Music Meeting en zondag in Paradiso staat. Als de sfeer er naar is, mag ze misschien My Boy Lollipop wel zingen, de hit die Ranglin in '64 scoorde achter Millie Scott.