Dreigen mag, maar niet als monopolist

In de geruchtmakende anti-trustzaak tegen Microsoft staat de vraag centraal of de softwarefabrikant misbruik maakt van een monopoliepositie. Een hoge functionaris van Apple legt een nieuwe belastende verklaring af.

“Microsoft deed er alles aan om Apple om zeep te helpen.' Dat zegt Avadis Tevanian, een topman van computerfabrikant Apple, in de anti-mededingingszaak tegen de Amerikaanse software-producent.

De uiterst belastende getuigenverklaring van Tevanian komt vandaag aan de orde, maar ze werd vrijdagavond al vrijgegeven. De rechter doet dat om tijd te winnen, zodat hij op de feitelijke zitting direct met de ondervraging kan beginnen.

Microsoft en diens topman Bill Gates staan in Washington terecht wegens schending van de Amerikaanse antimededingingswetten. Na twee weken valt nog weinig te zeggen over de uitkomst. Nog niet alle kaarten liggen op tafel en de zaak kan zich voortslepen tot de Kerst.

In zijn verklaring beschuldigt Tevanian Microsoft ervan dreigementen te hebben geuit aan het adres van Apple. De softwarefabrikant zette Apple onder druk om te kiezen voor Microsoft Explorer in plaats van het concurrerende bladerprogramma van Netscape. Als Apple dat niet deed, zou Microsoft stoppen met de levering van programma's voor Apple-computers. Microsoft reageerde niet direct op de strekking van Tevanians aantijgingen maar zegt dat deze getuige weer laat zien “hoe ver de overheid bereid is te gaan in het verdraaien van de feiten.'

Steeds meer bewijzen ten nadele van Microsoft stapelen zich op in de zaak die in de Verenigde Staten alle aandacht vraagt. “De verdediging wringt zich elke dag in nieuwe bochten', schreef het dagblad New York Times over de gang van zaken vorige week. Nadat twee getuigen in de rechtszaal zijn gehoord en met de verklaring onder ede van nummer drie ontstaat een beeld van een bedrijf dat vriend en vijand onder druk zet en bedreigt.

Eerder werd al bekend dat Apple op drie fronten onder druk is gezet. Microsoft zou levering van het Office-programma voor de Mac-computer stopzetten als Apple niet zou kiezen voor het Internet-navigatieprogramma Explorer. Daarnaast moest Apple na diverse bedreigingen door Bill Gates stoppen met de ontwikkeling van het multimedia-programma Quicktime voor Windows. Ten slotte dwong Microsoft Apple om niet de vrije Java-versie van Sun Microsystems te gebruiken, maar de `aangepaste' - beperkte - Java-versie van Microsoft.

“Ik wil me nog niet aan een oordeel over de zaak wagen', zegt Ian Eyris, anti-trustspecialist aan Yale University in New Haven, “maar ik denk niet dat de maatschappij er schade van heeft als Microsoft uiteindelijk wordt opgesplitst in een bedrijf dat besturingsprogramma's maakt en producten voor Internet.' Volgens Eyris maakt dat de weg vrij voor andere bedrijven, die binnen de kortste keren met concurrerende producten kunnen komen. Erg waarschijnlijk acht hij het overigens niet dat Microsoft geboden zal worden zich te splitsen.

“De rechtszaak leek aanvankelijk alleen te gaan over Microsoft, Netscape en de bladerprogramma's voor Internet', aldus Lawrence White, hoogleraar en anti-trustspecialist aan de Stern School of Business van New York University. “Mij leek dat veel te mager, omdat je je met vragen als `Wat is een besturingssysteem?' op een glibberig pad begeeft. Justitie heeft de zaak echter breed opgezet. Dingen die de afgelopen week aan de orde kwamen hebben mij ertoe gebracht mijn mening te herzien. Er is wel degelijk een zaak. Neem de hele kwestie van de Microsoft-Netscapevergadering over verdeling van de markt. Dat is spelen met vuur!'

Juridisch gezien heeft White echter nog weinig verrassends gezien. “We wisten al dat Microsoft keihard zaken doet', zegt hij, “en we kennen de beschuldigingen van justitie. Het is nog steeds de vraag of die in de rechtszaal kunnen worden bewezen.'

Microsoft is in mei beschuldigd van misbruik van zijn monopolie op het gebied van besturingssystemen. Microsoft wilde eerst de markt voor bladerprogramma's verdelen met Netscape. Toen het bedrijf daar niet op inging, probeerde Microsoft het product van de concurrent uit de markt te drukken. Niet alleen Netscape was een doelwit van de monopolist. Ook Apple, Intel America On-Line (AOL) en Intuit moesten ervaren hoe Microsoft de bedrijven in dreigende bewoordingen zijn wil probeerde op te leggen.

Jim Barksdale, de topman van Netscape, zat zes dagen in de getuigenbank om onder meer vragen te beantwoorden van John Warden, de advocaat van Microsoft. Het ging vooral over de beschuldiging dat Microsoft op een vergadering in juni 1995 aan Netscape zou hebben voorgesteld de markt te verdelen. In de eerste week zei de Microsoft-advocaat dat Netscape het verdelingsvoorstel verzon. Deze week zei hij opeens dat Netscape had geprobeerd Microsoft tot illegaal gedrag uit te lokken.

AOL 's werelds grootste toegangverschaffer tot Internet, zag zich, zo bleek vorige week, gedwongen Explorer als bladerprogramma te nemen. Het kreeg als beloning van Microsoft een icoontje in het besturingsprogramma Windows, waardoor gebruikers eenvoudig kunnen `doorklikken' naar Internet. Vice-president David Colburn van AOL, belast met zakelijke contacten, zei dat het bedrijf einde dit jaar moet beslissen over voortzetting van zijn overeenkomst, maar het niet aandurft die op te zeggen.

De twee partijen hebben het recht elk twaalf getuigen op te roepen en daarna nog eens elk een zogeheten weerwoord-getuige. Cruciaal voor een veroordeling is dat justitie aantoont dat Microsoft een dominante marktpositie heeft en daarvan misbruik maakt.

Yale-professor White wijst erop dat Microsoft elke zakelijke partner voorwaarden mag stellen voor levering van zijn producten en dat het zelfs dreigende taal mag gebruiken. “Als echter is vastgesteld dat het bedrijf een monopolie heeft en vanuit die positie werkt, ligt de zaak heel anders.'

Volgens de Amerikaanse mededingingswetten moet ook duidelijk zijn dat de consument nadeel heeft van het monopolie. Microsoft mag stoeien met zijn concurrenten wat het wil zolang duidelijk is dat de klant ervan profiteert. Volgens White moet de volgende vraag worden beantwoord: “Gebruikte Microsoft spijkerharde methoden om zijn klanten van dienst te zijn en berokkende het daarbij de concurrentie enige schade? Of was Microsoft er primair op uit de concurrentie te elimineren en had de klant daar voordeel van?' In het eerste geval krijgt het bedrijf het voordeel van de twijfel. In het andere geval zit het bedrijf fout.

    • Lucas Ligtenberg