De laatsten van de klas

Als ze iets nieuws hebben ontdekt, roepen ze dat in Hilversum graag van de hoogste toren. Nu weer de docu soap, ook wel aangeduid als reality soap: een serie uit het dagelijks leven gegrepen gebeurtenissen, gefilmd door een camera die zich verder nergens mee bemoeit, en in hapklare brokjes opgediend opdat de kijker gaandeweg gaat meeleven met de hoofdpersonen.

Het is een procede dat in Engeland al jarenlang wordt gepresenteerd onder de roepnaam fly on the wall, waarin de camera, als het tegendeel van een opdringerig obstakel, het reilen en zeilen volgt op - kies maar uit - een vliegveld, een rechtbank, een (dieren)ziekenhuis, etcetera. Niets wordt in scene gezet of nog eens overgedaan, alles is te zien zoals het zich heeft afgespeeld.

Afgezien van het feit dat Pieter Verhoeff in de jaren zeventig voor de VPRO al eens zo'n serie heeft gemaakt over een modern gezin, hebben we er hier ook de afgelopen jaren reeds een voorbeeld van gehad. Onder de titel Jaargang '94 is documentarist Pieter Gielissen vijf jaar geleden begonnen met het volgen van een Amsterdamse toneelschoolklas, bestaande uit 12 studenten die destijds werden gekozen uit zo'n 400 hoopvolle kandidaten. En een keer per jaar bracht hij verslag uit - te weinig om zich aan hen te hechten, maar net genoeg voor een doorlopend verslag over toneeltalent in aanbouw.

De serie begon bij de toenmalige NOS en vanavond is het de NPS die de vijfde en laatste aflevering uitzendt. Deze zomer heeft de klas het eindexamen afgelegd en `dan begint de ellende pas', zoals een van hen het uitdrukt.

Dat valt trouwens wel mee; de drie studenten die allengs de hoofdpersonen zijn geworden van Gielissens langjarige project, hebben meteen al werk gekregen bij een toonaangevend gezelschap: een is `op proef' (zoals hij benadrukt) gecontracteerd door Toneelgroep Amsterdam, een gaat naar het RO-Theater en de derde speelt in Macbeth bij De Appel.

Hoe het de rest van de klas is vergaan, krijgen we niet te horen. Dat is een minpunt van deze opzet; door voor deze drie te kiezen, laat Gielissen de rest buiten beeld.

Hij vertelt niet eens of ze alle twaalf de eindstreep hebben gehaald. In plaats daarvan verwijlt hij langdurig bij een vierde hoofdpersoon: een jongen die in 1994 voor de school werd afgewezen en zich sindsdien bewonderenswaardig op de been houdt met personeelstrainingen opdrachtfilms en `moordavonden'. Natuurlijk staat zijn werk zodoende in schril contrast met de wereld waarin de anderen zijn opgenomen - inclusief een voor de buitenwereld nogal klef klinkend eindverslag van de directeur van de school. Ook zijn hem ongetwijfeld nooit de woorden toegevoegd die een van de gelukkige drie van een docent te horen krijgt: “Ik denk dat jouw noodzaak vooral een cerebrale is. Je emotionele heb ik nog niet zo ontdekt, moet ik zeggen.'

Het aardigste aspect van deze slotaflevering zijn de interview-citaten uit eerdere afleveringen die Gielissen, naar het voorbeeld van de 7 Up-serie van Michael Apted heeft geplaatst tegenover de uitspraken van nu. Dat werkt het best bij Peggy-Jane de Schepper, bij wie in vijf jaar tijd in elk geval haar opvallend Amsterdamse accent goeddeels is verdwenen. “Alles wat je doet ga je bewuster doen', zegt ze dan ook over de opleiding. Intussen moet haar medestudent Marcel Ott onwillig bekennen dat hij wel wat maniertjes is kwijtgeraakt. En ook nummer drie, Mimoun Oaissa, heeft er heel wat van opgestoken. “Ik moet me gewoon uiten, op de een of andere manier', luidde destijds zijn vage drijfveer. Nu stelt hij zonder omhaal vast dat kunst `een antwoord op de dood' is. Bovendien is het deze Oaissa, die de titel voor dit slot heeft geleverd. Toneelspelen, zegt hij, is `eenvoudig maar niet makkelijk'.