De kunst van een nuttige vondst

Bij een driesprong hangt een aanplakbiljet waarop tussen twee vrouwenbenen in streepjeskousen en knooplaarsjes de schroef van een kurkentrekker prijkt. De stadse frivoliteit van de afbeelding contrasteert uitnodigend met de landelijke omgeving; een pijl wijst westwaarts.

De enorme verzameling van het twee jaar oude Musee du tire-bouchon is bijeengebracht door de wijnboer die het uitgestrekte domaine beheert op de hellingen van de Luberon in de Franse Provence. Stemmig belicht als pronkstukken uit een vorstelijke collectie, liggen in lange rijen vitrines vele honderden kurkentrekkers. Ze zijn van sierlijk bewerkt ivoor, geciseleerd zilver en brons, geribbeld hout, van robuust geschuurd metaal, gedecoreerd met beschilderd porselein of simpelweg geperst uit een brok kunststof.

Voor wie zelden heeft stilgestaan bij het voorkomen van de kurkentrekker, laat de uitstalling ruimte tot overpeinzing. Over de schoonheid van de vondst: de ontdekking van een gereedschap dat als een unicum begint en vervolgens gemeengoed wordt. Terwijl andere museumbezoekers dorstig langs drie eeuwen nuttig handwerk benen op weg naar het proeflokaal, schiet me een kinderdroom te binnen. Uren besteedde ik aan het verzinnen van een product dat iedereen als noodzakelijk zou gaan ervaren. Maar, iets bedenken waar iedereen pas behoefte aan heeft zodra het voorhanden is, leek op het benoemen van een nog niet bestaande kleur of een nieuw cijfer.

De verschijningsvorm van de kurkentrekker (grofweg: handgreep + schroef) kwam eind zeventiende eeuw ter wereld, nadat de fles met de lange hals in zwang was geraakt. Het schijnt dat de alchemist, schrijver en gourmand Sir Kenhelm Digby omstreeks 1830 verantwoordelijk was voor de verbetering van de fles. Over Digby wordt tevens gezegd dat hij zijn echtgenote tijdens een van zijn proefnemingen - per abuis - zou hebben vergiftigd.

De lange hals bood plaats voor een inwendige kurk. Een kurken afsluiting bestond al veel langer, maar dan was die vastgemaakt om de hals van fles of kruik.

De kurk in de fles bleek de wijn veel beter te conserveren en de flessen konden liggend worden opgetast, waar de smaak nog meer baat bij had.

Deze verbetering veroorzaakte een probleem, dat spreekt voor zich. Er is kennelijk niet een naam verbonden aan de ontdekking van het ontkurkingswerktuig, maar zeker zijn de kurkentrekkerhistorici over de herkomst van het principe: de wormschroef aan het ene uiteinde van een laadstokje waarmee een pistool werd gereinigd.

Het draai-en-trekprincipe functioneert nog altijd, ook bij de huidige ontwerpers van het massaproduct.

Het aardigst zijn de vermomde kurkentrekkers: wulpse exemplaren vullen een hele vitrine, zoals de uitklapbare vrouwenbeentjes uit het fin-de-siecle. Ambachtslui van vroeger voorzagen kurkentrekkers wel eens van extra's, zoals een kwastje waarmee de halsopening schoongeveegd kan worden. Het gaf natuurlijk meer cachet. Dierenfiguren te over, woeste honden uit Duitsland of aanminnige katten uit Engeland. De non-figuratieve kurkentrekkers zien er het mooist uit oogstrelend bewerkt door een edelsmid of houtsnijder, of tot de kleinst hanteerbare proporties teruggebracht voor in een reisnecessaire.

De leukste inspiratiebron is Andrew Joseph Volstead geweest. Dit Republikeinse Congreslid was verantwoordelijk voor de Volstead Act (1919), de wet die de verkoop van dranken met meer dan 0,5 procent alcohol verbood. Vandaar de kurkentrekkers in zijn gedaante. De hoge hoed bergt een drankreservoirtje en de schroef steekt uit zijn achterwerk. Ongetwijfeld hebben vele wetsovertreders in hun speakeasies gewapend met zo'n Volstead fles na fles ontkurkt. Het is een inspirerende vondst geweest.