D66 tobt over zichzelf

Als politieke partijen over zichzelf discussieren zijn er meestal problemen. Zaterdag kwam D66 bijeen.

De Democraten wonden er geen doekjes om. “Hoeveel partijgenoten heb ik in mijn bestaan als partijvoorzitter al niet bij me gehad die het antwoord hadden op al onze problemen?', zei voorzitter Tom Kok in een toespraak. “Maar als ik dan vroeg: doe je mee aan de uitvoering bleven er maar heel weinig over.'

D66 als politieke vereniging functioneert al langer niet optimaal. Er is geld tekort en het aantal leden dat bereid is voor de partij werk te verzetten, is te klein. Kok kwam vorige week onder vuur te liggen toen een zestigtal jongeren onder de naam `Opschudding' een pamflet verspreidde over wat er allemaal anders moet. Meer debat, meer profilering, meer activiteiten - en dat allemaal te stimuleren door een fulltime voorzitter in plaats van door een voorzitter die de partij er naast zijn werk bij doet, zoals de huidige. Maar Kok omarmde de kritiek als opbouwend. De grote meerderheid van de reeks moties die `Opschudding' op 21 november aan het partijcongres zal voorleggen, zal zijn steun krijgen.

Anders lag het met de kritiek van scheidend onderdirecteur van het wetenschappelijk bureau, Allan Varkevisser. Hij probeerde vorige week in het D66-tijdschrift `Idee' te verklaren waarom D66 “haar karakter van intellectueel aansprekende en uitdagende progressieve partij heeft verloren'. De verklaring ligt volgens hem aan de generatiewisseling aan de top van de partij. De nieuwe generatie, waarbij hij partijleider De Graaf met name noemde, bestaat uit “verlichte bureaucraten'. “Door deze ambtelijke achtergrond kreeg het politiek-bestuurlijke handwerk steeds meer nadruk. De meer culturele opvatting van politiek werd langzaam maar zeker ingeruild voor een smallere, bestuurlijke visie.

Politiek voor burgers in plaats van met burgers', schreef Varkevisser. “Deze nieuwe generatie miste en mist nog steeds een maatschappijkritische inslag, ontbeerde een visie op de ontwikkelingen in de samenleving en een politiek-normatieve intuitie zich daartegen te verzetten.'

Varkeviser was er zaterdag zelf niet bij maar zijn artikel zweefde als een spook boven de bijeenkomst. “Het beeld is onjuist', zei voorzitter Kok, die onderstreepte dat hij talloze ambtenaren kent die juist heel maatschappelijk betrokken zijn. “Ik vind het ook van de pot gerukt als je ziet wat er nu gebeurt in de fractie.'

KPN-topman Wim Dik, oud-staatssecretaris van D66, plaatste zijn kritiek wat breder. Hij hekelde het onvermogen van D66 om te kiezen en bij een eenmaal gemaakte keuze te blijven. “Kiezen we Els Borst als leider, dan zijn er meteen stemmen die zeggen: het had Thom de Graaf moeten zijn. Nu hebben we Thom de Graaf en zijn er meteen weer stemmen die Van Boxtel zo'n aardige jongen vinden. Als ik zo met de managers bij mijn bedrijf zou omgaan, kwam er helemaal niets van terecht. Wie een leider kiest, moet hem steunen en de ruimte geven', aldus Dik. “Maar bij D66 zijn we meer bezig met de controle op de macht dan met de macht zelf.'

De kritische inslag van D66'ers droeg volgens Dik ook het risico in zich dat de doelstellingen van de partij niet daadkrachtig genoeg worden nagestreefd. Hij noemde als voorbeeld de staatkundige vernieuwing. “Al dertig jaar willen wij een gekozen burgemeester. Maar door eindeloze discussie over de preciese invulling van dit voornemen gaat er nu op verzoek van Peper (PvdA-minister van Binnenlandse Zaken) een staatscommisie mee aan de haal.'