Culthumor

Lachen is schaars dus ik was benieuwd naar het satirische programma Jiskefet, dat gisteren voor het eerst van het seizoen weer op het scherm was. De Lullo-corpsballen uit vroegere programma's zijn opgevolgd door geblondeerde mannen van de reclame. De nieuwe figuren, suedejasje zonnebril, weten niets, herinneren zich niets: “ben even de naam kwijt' “hoe heet dat eiland waar we altijd gaan filmen?'. Voortdurende misverstanden met de secretaresse.

“Je vader is toch dood?', vraagt de reclameman aan de secretaresse terwijl hij op de divan het blad Adformatie doorneemt.

“Nee mijn moeder is dood', zegt ze.

“O, je moeder is dood, mooi, mooi.'

Ze waren op dreef. Jiskefet is wisselend, echt slecht of goed. De serie over drie 17e eeuwse heren op het VOC-schip vorig jaar kon me niet boeien. Ik herinner me een prachtige aflevering over de voetbalskybox. De Lullo's waren briljant maar na een paar afleveringen drong de landerigheid ook door tot de kijker. Het ging vervelen. Monty Python is het niet maar dat heeft ook maar een paar jaar goed gedraaid en maakte wereldgeschiedenis. Het is moeilijk om elke week nieuwe figuren te bedenken. Des te meer bewondering heb ik voor de Koot en Bie van vroeger.

Gisteren begon Jiskefet met een duizend-en-een-nacht-sjeik in satijn en met tulbandmuts geboeid op een stoel tegenover een formeel pratende ambtenaar in een lege fabriekshal. “Mocht het zo zijn dat u het in een eerder stadium hebt geprobeerd, dan kan eventueel uitstel bespreekbaar zijn mits het hele team erachter gaat staan maar dat kan ik nog niet zeggen, wil ik ook niet zeggen', en zo klaterde het door. Het bleek een spot te zijn van de reclamemannen en er kwam ook een geit in voor waar het gemekker nog van ontbrak. Ik ben dol op zulke krankzinnigheid en ze moeten zo zeker doorgaan.

Jiskefet zegt “humor voor gevorderden' te maken culthumor dus. Anders dan de meer universele Koot en Bie zegt Jiskefet kinderen niets. Ook sommige ouderen slaan het over. Het satirische drietal biedt absurditeit waar je in moet groeien. Er vormen zich groepjes aanhangers die passages en zinnen lachend tegen elkaar reproduceren.

Onbekenden herkennen elkaar als liefhebber. Je zou ze in een contactadvertentie kunnen zetten naast de strandwandelingen, Chopin en Skrjabin. Later op de avond komen bij de KRO de ouderen aan de beurt in een jaren-vijftig-sitcom Toen was geluk heel gewoon.

Doelgroepgericht is ook Bob en George, een dialoog van Kamagurka tussen twee heren (waarom altijd heren?) op donderdagavond. Een lange kale man in een groen kostuum en een ander in ruitjespak, zo weggelopen uit een Belgische striptekening. De humor is absurder dan Jiskefet en slaat minder op maatschappelijke omstandigheden. Ze praten toneelmatig en overdreven gearticuleerd. In hun vormelijkheid zijn ze heel Vlaams. Ik weet niet of ik het zo zou waarderen als ik de tekeningen van Kamagurka niet al jaren zou kennen. Het is een aangeleerde smaak. Ik zit te wachten op zinnen als: “Zes keer bellen van de telefoon. Dat betekent dat de Antwerpse bibliotheek een interessante werknemer heeft aangenomen die gespecialiseerd is in het pleistoceen op Deense zandstranden aan het Skagerrak.'

Dergelijke humor gaat niet over opgekropte gevoelens die bij iedereen hoog zitten. Daar moest ik aan denken toen ik eerder op de avond bij een Teleacprogramma een passage uit een oudejaarsconference van Wim Kan zag over een kind dat hem vroeg “wat die twee hondjes doen'. In die tijd hadden veel mensen nog moeite om dat uit te leggen, zeker aan een kind, want je wist niet hoe de ouders ertegenover stonden. Zijn antwoord “ik zei dat de een slecht kon lopen en dat de ander hem dus voortduwde', ontlokte algemeen geschater. Elke tijd heeft een lachsleutel maar hoe vind je die? Of groeien we zo ver uit elkaar dat die niet meer bestaat? De hoge kijkcijfers van cabaret bewijzen het tegendeel.