`Alle leraren inzetten en vak moderniseren'

Om een tekort aan leraren te voorkomen, moeten scholen de aanstelling van deeltijders uitbreiden en afgestudeerden van de lerarenopleiding en wachtgelders zo optimaal mogelijk inzetten. Daarnaast moet het beroep gemoderniseerd worden zodat meer jongeren zich aangetrokken zullen voelen tot het vak.

Dit schrijft minister Hermans (Onderwijs) in een plan van aanpak dat hij vandaag aan de Tweede Kamer heeft gestuurd, samen met de arbeidsrapportage onderwijs 1998. Uit de rapportage blijkt dat de afgelopen jaren veel scholen moeite hebben om voldoende leraren te vinden. Op basisscholen gaat het met name om kortdurende vervanging bij ziekte. De vraag zal echter toenemen door de klassenverkleining, de vergrijzing en het toenemend aantal geboorten. Middelbare scholen en het middelbaar beroepsonderwijs kampen eveneens met vergrijzing. Bovendien kiezen steeds minder jongeren voor de tweedegraads lerarenopleiding. Sommige opleidingen worden daardoor zelfs in hun voortbestaan bedreigd.

Minister Hermans wil een beroep doen op mensen die al eerder als leraar werkzaam waren op zowel basis- als middelbare scholen, de zogenoemde `stille reserve'. Voor deze groep, vaak vrouwen met jonge kinderen, moet daarom de kinder- en naschoolse opvang worden uitgebreid. Een oproep aan oud-onderwijzers, dit voorjaar, leverde 5.000 reacties op van mensen die daadwerkelijk opnieuwe het vak in willen. Het ministerie verwacht over vier jaar een tekort van 27.000 onderwijzers en 17.000 leraren op middelbare scholen.

Op de langere termijn wil de minister de beeldvorming rond het lerarenberoep positief beinvloeden zodat jongeren volgens hem een reaarschijnlijkeel beeld krijgen van het vak en zittende leraren bereid zullen zijn hun beroep aan te prijzen. Daarnaast wil hij de arbeidsvoorwaarden moderniseren: de carriereperspectieven kunnen worden verbeterd door `loopbaanfasering' waarbij leraren niet meer tot hun pensioen hetzelfde lesje afdraaien, maar verschillende taken krijgen.