Verbeelding op Madurodam-formaat; Fraaie expositie over `levende bruggen' in Architectuurinstituut

Tentoonstelling: Living Bridges, De bewoonde Brug in Nederlands Architectuurinstituut, Rotterdam

Amsterdam ontbreekt op de tentoonstelling Living Bridges in het Nederlands Architectuurinstituut. Honderden bruggen heeft de Nederlandse hoofdstad, maar niet een ervan is bebouwd. Op het eerste gezicht is dit vreemd, want allerlei steden met veel minder bruggen hebben wel een bewoonde oeververbinding of hebben er een gehad. Londen bijvoorbeeld had al sinds de dertiende eeuw Old London Bridge, de oudst bekende `living bridge' die in verschillende vormen tot de 19de eeuw bleef bestaan. Florence heeft nog steeds zijn Ponte Vecchio uit 1345 en Venetie het Amsterdam van het zuiden, heeft zijn Rialtobrug, waarschijnlijk de beroemdste `bewoonde brug', al staan er geen woningen maar winkels op.

Bij nader inzien is het wel verklaarbaar dat Amsterdam geen bewoonde brug heeft gehad. Toen deze stad in de 17de eeuw haar glorietijd beleefde en dus een snelle groei doormaakte, is de ruimtenood nooit zo groot geworden dat bouwen op bruggen noodzakelijk werd. Het Amsterdamse stadsbestuur was zo zelfverzekerd dat het koos voor een planmatige stadsuitbreiding in de vorm van de beroemde grachtengordel. Maar Londen en ook Parijs waren al in de Middeleeuwen explosief gegroeid en in deze tijd waarin stadsmuren heilig waren, leidde dit tot dusdanige ruimtenood dat dure bebouwing van bruggen rendabel werd.

Old London Bridge Ponte Vecchio, de Pont Notre-Dame en de Rialto Brug maken natuurlijk allemaal deel uit van de tentoonstelling `Living Bridges'. Het is een prachtige door het Centre Pompidou bedachte expositie, die eerder in de Royal Academy in Londen drommen bezoekers trok, maar in Rotterdam niet. Op de dag dat ik de tentoonstelling bezocht, was er niet meer dan een handjevol mensen.

Nu is dit vaak het geval in het Architectuurinstituut, maar dit keer was het des te wranger omdat het moeilijk zal zijn om een publieksvriendelijkere expositie over architectuur te maken dan Living Briges. Het onderwerp - bebouwde bruggen - spreekt tot de verbeelding van jong en oud, en de uitvoering van de door de Brit Nigel Coates ontworpen expositie is vlekkeloos. De zonder uitzondering schitterende maquettes staan theatraal uitgelicht in de niet al te volle, half verduisterde grote zaal van het instituut. Om het Madurodam-effect te vergroten stroomt er onder de bruggen echt water waarop fraaie modelboten drijven. De prettig korte toelichtingen over de verschillende bruggen zijn terzake kundig en worden voor degenen die helemaal niets willen lezen begeleid door lichtbeelden.

De makers van de tentoonstelling hebben zich niet beperkt tot een chronologisch overzicht van bestaande bebouwde bruggen. De meeste van de in het NAi opgestelde bruggen zijn zelfs nooit gerealiseerd en zijn nu dus vaak voor het eerst in drie dimensies te bewonderen.

Er zit een duidelijke ontwikkeling in de ontwerpen van levende bruggen: in de loop van de tijd worden ze groter en ambitieuzer, maar hun uitvoering wordt steeds zeldzamer. De laatste twee eeuwen zijn ze zelfs helemaal niet meer gebouwd. De eerste bebouwde bruggen, zoals Old London Bridge, werden niet echt ontworpen. Ze kwamen improviserend tot stand, wat ze rommelig en schilderachtig maakte. Zelfs Florence's Ponte Vecchio, die in de zestiende eeuw werd gerenoveerd, heeft nog iets pittoresks. Maar de bewoonde brug, die Jacques I Androuet du Cerceau in dezelfde eeuw voor Parijs ontwierp, kent al een strikte orde. Strak in het gelid staan ordelijke, classicistische huizen opgesteld op de brug, waar zich in het midden zelfs een heus plein bevindt.

Soms heeft de geschiedenis van de bebouwde bruggen een wonderlijke wending genomen. Zo werd voor de Rialto Brug in Venetie in 1551 een prijsvraag uitgeschreven waaraan ook Palladio, nu de beroemdste renaissance-architect, deelnam. Hij deed verschillende voorstellen, die hij in 1570 samenvatte in een definitief ontwerp dat het ten slotte verloor van dat van Antonio dal Ponte (what's in a name). Maar uiteindelijk is Palladio's ontwerp voor de Rialtobrug zelfs verschillende keren uitgevoerd. In de achttiende eeuw plaatsten de Venetiaanse schilders Canaletto en Guardi interpretaties van Palladio's brug in denkbeeldige landschappen, die vervolgens door Engelse architecten in landschapstuinen werden verwezenlijkt als `Palladian Bridges'.

Ook op een van de laatste gerealiseerde bebouwde bruggen, de Pulteney Bridge van Robert Adam uit 1773 in Bath, had Palladio's ontwerp veel invloed. Het is een bescheiden bebouwde brug, zeker in vergelijking met de Triumphal Bridge die Sir John Soane drie jaar later voor een niet bepaalde plaats in gedachten had. Driehonderdtweeenzeventig meter lang moest deze brug worden, met imposante zuilenrijen en drie koepelgebouwen er bovenop.

Soane's ontwerp was de opmaat voor de negentiende eeuw waarin architecten en ingenieurs dachten dat nieuwe bouwtechnieken met ijzer gigantische bebouwde bruggen mogelijk maakten. Ze werden nooit uitgevoerd, maar dit leidde slechts tot nog ambitieuzere dromen met als onovertroffen bekroning Raymond Hoods ontwerp uit 1929 voor bebouwde oeververbindingen vanaf Manhattan. Volgens Hood, de architect van het Rockefeller Center in New York, rechtvaardigden de hoge grondprijzen in New York de bouw van maar liefst honderd bebouwde bruggen tussen Manhattan en de andere deelgemeenten van New York.

In een prachtige tekening, die op de tentoonstelling tot groot formaat is opgeblazen, liet hij zien hoe het New York met zijn honderd bebouwde bruggen eruit zou zien. Iedere brug zou woonruimte bieden aan 50.000 mensen, maar de Wall Street Crash van 1929 haalde Hoods ontwerp volledig onderuit.

Ook nu ontwerpen architecten nog bebouwde bruggen. Maar anders dan bijvoorbeeld Hood doen ze dit niet meer uit zichzelf: ze dromen slechts in opdracht, alsof ze er ruim twee eeuwen na de laatste gerealiseerde levende brug eigenlijk niet meer in geloven. Living Bridges eindigt met de vijf ontwerpen voor de meervoudige opdracht voor een bebouwde brug in Londen. De opdracht maakt weer eens de kloof duidelijk tussen de architectuursmaak van het grote publiek en die van specialisten. De 100.000 bezoekers aan de Londense uitvoering van Living Bridges kozen in 1996 voor het tamelijk traditionele ontwerp van Antoine Grumbach een toren met hangbrug die doet denken aan de Tower Bridge. Maar de vakjury koos voor de deconstructiviste Zaha Hadid, wier schots en scheve ontwerp een 20ste-eeuwse herinterpretatie is van de chaotische middeleeuwse bewoonde brug. Het blijft overigens onwaarschijnlijk dat Londen een bebouwde brug terugkrijgt.