Straalstroom hangt boven het land

Weilanden, huizen, straten liepen onder. Een ramp. Maar waarom kan Nederland een paar weken met veel regen niet aan? Waterschappen pompen het water nu weg. Er was niks tegen te doen, zeggen ze. “We hebben het uitgezongen.'

Het waterschap Meppelerdiep in Hoogeveen rekende op `de maximale bui'. Dat is, zegt sectorhoofd `Water en Werken' Freek Benning: vierentwintig millimeter regen op een dag. Zoveel water kunnen de stuwen gemalen, leidingen en sloten van Meppelerdiep net verwerken - en dat ook maar een keer per jaar.

Deze week viel er tweehonderdvijftien millimeter, soms meer dan vijftig op een dag. Daar was niks tegen te doen zegt Benning. “Onze maximale bui werd enorm overschreden.'

In het waterschap Noordoostpolder werd op een dag zelfs honderdvijfenvijftig millimeter gemeten. Sectorhoofd `Waterbeheersing' van het waterschap in Emmeloord, Dick van Heerden: “Onze polder is daar niet op ingericht. Er was niet tegenop te malen.' Het waterschap probeert nu met tweeendertig pompen - twintig komen van de brandweer - de ondergelopen gebieden droog te leggen.

De straalstroom hangt boven Nederland. Al zo'n twee maanden. Een luchtstroom, op tien kilometer hoogte, die depressies aanvoert. De stroom ligt “strak over het land, van oost naar west', zegt Harry Geurts, meteoroloog van het KNMI in De Bilt. Sinds begin september: ook in die maand regende het veel.

Volgens Geurts gebeurt het bijna nooit dat de stroom zo hardnekkig in een richting blijft hangen. “Het komt wel eens voor in de zomer, dan heb je een slechte zomer. Maar in het najaar, het typische regenseizoen, heb je ook nog de temperatuurverschillen op de oceaan waardoor zich depressies ontwikkelen. Het resultaat is: flinke neerslag.'

De straalstroom was er ook in 1965, het natste jaar van deze eeuw: er viel duizend tweeenvijftig millimeter regen. En in 1966: duizend achtenveertig millimeter. Dit jaar viel er tot nu toe iets meer dan duizend.

Meteoroloog Geurts ziet vooral `incidenten' in de weersomstandigheden van de laatste jaren niet iets dat wijst op een broeikas-effect. “Er is wel wat aan de hand in het klimaat, de temperatuur stijgt. Voor een deel is dat broeikas-effect. Maar voor Nederland is daar nog niks over te zeggen.' De langdurige, hevige regenval nu noemt hij “een grilligheid van het weer'.

Maar waarom kan Nederland die grilligheid niet aan?

Natuurlijk, zegt Freek Benning van Meppelerdiep, zou zijn waterschap de sloten kunnen verbreden, nog meer gemalen kunnen aanleggen. Maar die investeringen kosten meer, denkt hij, dan de schadevergoeding die nu nodig is. “Dat doe je toch niet voor iets dat misschien een keer in de honderd jaar voorkomt? En je houdt geen grond meer over.'

Bij dijken ligt dat anders, vindt Benning. Een zeedijk wordt gebouwd op een doorbraak-risico van eens in de vierduizend jaar, een rivierdijk op eens in de twaalfhonderdvijftig. “Maar dan heb je het over overstromingen met grote gevolgen. En een mens kan maar een keer verdrinken.'

Ook het waterschap Noordoostpolder denkt dat er tegen deze extreme omstandigheden, zoveel regen, niets te doen is. Van Heerden van de afdeling Waterbeheersing: “Niemand van onze boeren kan zich herinneren dat het ooit zo erg was, en er lopen oude bij, hoor.'

Het waterschap overweegt nu wel om retentiebekkens aan te leggen in de Noordoostpolder: meren of moerasachtige gebieden om overtollig water op te nemen. Van Heerden: “Deze polder werd vroeger geschikt gemaakt voor landbouw, iedere meter ervan moest worden gebruikt.'

Dat dat misschien niet zo verstandig was, drong twee jaar geleden heel voorzichtig door in Emmeloord.

De boeren in het gebied kregen last van water dat niet wegliep: de poldergrond is aan het inklinken, de bodem zakt.

“We hebben ons leven toevertrouwd aan pompen', zegt Toine Smits, hoofd van de afdeling strategie, milieu en planologie van Rijkswaterstaat en bijzonder hoogerlaar natuurbeheer stroomgebieden in Nijmegen. “We leven in diepe polders. Over vijf of tien jaar gebeurt er weer zo'n ramp, dat is zeker.'

Maar mensen vergeten snel, zegt Smits. “Er zijn nu, twee jaar na de overstromingen in Limburg, alweer projectontwikkelaars die in de Maasvallei willen bouwen.'

Dat rivieren ruimte nodig hebben, dat het bodempeil daalt en de zeespiegel stijgt - Nederland wil er maar niet aan, zegt Leen de Jong van het Wereld Natuur Fonds. “We zoeken nieuwe technische voorzieningen: hogere dijken, meer gemalen. En die helpen ons steeds verder naar Atlantis.'

De grond droogt uit door die droogleg-technologie. Kleigrond klinkt dan in, veengrond oxideert. De Jong: “De bodem zakt tussen de halve meter en de twee meter per eeuw en de zee stijgt met een halve meter tot een meter. Een geweldig probleem. Maar Nederlanders houden er geen rekening mee dat ze in een delta, in een risicovolle omgeving wonen.'

Is deze regenval extreem? Gebeurt dit maar eens in de honderd jaar? De Jong: “Voor mij hoort dit bij: klimatologische verandering, verkeerd gebruik van de grond.'

Het KNMI voorspelt minder regen dit weekeinde. Maar de regen die afgelopen week viel in Duitsland, Frankrijk en Belgie zal de komende dagen door rivieren worden afgevoerd naar Nederland. De Jong van het Wereld Natuur Fonds: “De ellende begint nu pas. De uiterwaarden zijn nu aan het volstromen.'

Freek Benning van waterschap Meppelerdiep maakt zich op vrijdagavond even geen zorgen. “In Noord-Nederland zijn we de situatie nu de baas, we hebben het uitgezongen.'

Maar ook Benning denkt dat Nederland, en dan vooral het westen, niet kan doorgaan met “voor het vaderland weg bouwen'. “We zullen uiteindelijk, over twee of drie eeuwen, een stukje van ons land moeten prijsgeven aan de zee.'