Plan Lafontaine voor band euro en dollar `kansloos'

`Kansloos' noemt de Leuvense hoogleraar De Grauwe de Duitse plannen om de rente te laten dalen en een wisselkoerssysteem tussen euro en dollar te introduceren.

“Absolutistisch' en “pre-democratisch', verwenst de Duitse staatsscretaris van Financien Noe het regime van de centrale bankiers in Frankfurt. “Politiek activisme' zo typeren Bundesbank-president Tietmeyer en ECB-topman Duisenberg de motieven van Noe, zijn mede-staatssecretaris Flassbeck en minister van Financien Lafontaine.

De openlijke ruzie gaat vooraleerst over het rentebeleid van de Bundesbank en straks de ECB. Maar Lafontaine onderscheidde zich na de Duitse verkiezingen niet alleen in het oproepen tot een lagere rente. Ook maakt hij zich sterk voor het beeindigen van de grote fluctuaties in de wisselkoersen tussen de Europese munten, over twee maanden verenigd in de euro, en de Amerikaanse dollar. Kern van zijn idee, dat wordt gesteund door de Franse minister van Financien Strauss-Kahn, is het instellen van doelzones voor euro en dollar. Die doelzone omvat een maximale fluctuatiemarge waartussen de wisselkoers van de twee munten zich mag bewegen.

Met het oproepen tot renteverlagingen treedt Lafontaine in het exclusieve domein van het Europese Systeem van Centrale Banken. Met het idee voor een wisselkoersregime ligt dat anders. Hier heerst van oudsher het primaat van de politiek. In het Verdrag van Maastricht wordt de ministers bijvoorbeeld het recht toegekend wisselkoers-arrangementen aan te gaan tussen de euro en andere munten, zoals de dollar, mits dat het monetaire beleid van de Europese centrale Bank niet doorkruist. Wanneer dat doorkruisen wel of niet gebeurt is arbitrair, zodat hier de kiem ligt voor een nieuwe controverse tussen politiek en centrale bankiers in de muntunie.

Strauss-Kahn heeft bij het sluiten van het Verdrag van Amsterdam anderhalf jaar geleden dit recht van de ministers nog eens extra laten bevestigen in een aanhangsel.

Die Franse wens werd destijds luchtigjes door de CDU-FDP coalitie van Helmut Kohl gehonoreerd.Nu blijkt dat Strauss-Kahn destijds zo gek nog niet is geweest om de competentie van de politiek inzake de wisselkoers van de euro boven elke twijfel te laten verheffen.

Het maakt dat Lafontaines idee van doelzones serieus genomen moet worden. Vraag is: zal het werken? De wisselkoers van de euro en de dollar vertoont forse fluctuaties over de tijd. De Europese munten zaten meer dan tien jaar onderling vast tussen maximale fluctuatiemarges van twee maal 2,25 procent rond een spilkoers. Maar in 1993 moest die fluctuatiemarge onder druk van de valutamarkt worden opgerekt tot een zeer vrijblijvende twee maal 15 procent.

De afgelopen zeven jaar, de periode waarvoor `synthetische' euro-koersen zijn berekend, zou de wisselkoers tussen de pro forma-euro en de dollar al meermalen buiten die zeer brede band van tweemaal 15 procent zijn getreden. P. de Grauwe, hoogleraar economie in Leuven en autoriteit op het gebied van wisselkoersen, is dan ook zeer sceptisch over het plan van Lafontaine. “Het hangt er van af hoe zo'n plan van doelzones wordt vormgegeven, maar een zone-systeem waarbij de wisselkoers binnen limieten mag fluctueren is al vaak geprobeerd en mislukt. Het werkt vaak wel in normale tijden, als je het niet nodig hebt. Maar juist niet in tijden van crisis, als het zijn nut moet bewijzen.'

Bovendien zou er eerst een evenwichtskoers tussen euro en dollar moeten vastgesteld, waaromheen de fluctuatie mag plaatsvinden. De Grauwe herinnert aan de vele pogingen om zo'n evenwichtskoers te berekenen. “Er is zeer veel onzekerheid over de factoren die mee zouden moeten wegen,' vindt hij.

Dit speelt des te meer mee als er een alternatief wordt verondersteld voor een doelzone-systeem, waarbij de doelzones van tijd tot tijd worden aangepast aan de omstandigheden. Veranderende onderlinge inflatieverschillen tussen Euroland en de Verenigde Staten bijvoorbeeld, of veranderingen in de lopende rekening van de betalingsbalans.

Er zijn meer complicerende factoren. Zo kan de derde belangrijke munt in de wereld de Japanse yen, moeilijk buiten een euro-dollar arrangement worden gelaten. Bovendien, zo stelt De Grauwe, veronderstelt een wisselkoerssysteem de bereidheid van de Amerikaanse centrale bank en de Europese centrale Bank om samen te werken. “Daar zit de Achilleshiel. De VS en Europa moeten bereid zijn om hun rentevoeten op elkaar af te stemmen. Dat vergt niet alleen een sterke toewijding, maar de conjunctuur in de VS en in Europa wijkt daarvoor te veel af.'

Daar komt nog bij dat het stellen van doelzones, net als in het Europese Monetaire Stelsel in 1992 en 1993, de valutamarkt een aangrijpingspunt geeft, en speculaties aanmoedigt die de aanhangers van een doelzonesysteem nu juist willen vermijden. “We hebben sinds 1973 met zwevende wisselkoersen leren leven,' zegt De Grauwe, die dan ook voorziet dat Lafontaines idee van een wisselkoersstelsel met de dollar een vroege dood sterft.